Na 2020 moeten alle vervuilde bodemlocaties veilig zijn voor mensen en milieu. Dit betekent dat deze locaties gesaneerd moeten zijn, dat de risico’s van de vervuiling onder controle zijn of dat er tijdelijke beveiligingsmaatregelen zijn genomen.
Dit staat in het Bodemconvenant 2016-2020 dat door staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu, (IenM), bestuurslid Yves de Boer van het Interprovinciaal Overleg (IPO), directeur Kees Jan de Vet van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en vice-voorzitter Gerard Doornbos van de Unie van Waterschappen is getekend.
Deze overeenkomst is een vervolg op het Bodemconvenant 2010-2015. Daarin lag de nadruk op het saneren van vervuilde bodemlocaties die direct gevaar konden opleveren voor mensen. De meeste hiervan zijn nu gesaneerd of tenminste zó beveiligd dat de risico’s beheersbaar zijn en de vervuiling geen gevaar oplevert voor mensen.
Drinkwater
Er zijn in Nederland nog 1500 locaties die met voorrang aangepakt worden door provincies en gemeenten. De vervuiling ervan bedreigt het grondwater en daarmee ook de winning van drinkwater. Verder resteren enkele waterbodemverontreinigingen die aangepakt moeten worden.
Daarnaast zijn er nog ongeveer 200.000 locaties waar mogelijk sprake is van minder ernstige bodemverontreiniging. Deze locaties hoeven niet met spoed gesaneerd te worden omdat bij het huidige gebruik van die plekken geen risico’s zijn, bijvoorbeeld een bedrijfsterrein. Indien de functie of het gebruik van zo’n locatie wijzigt of als er gebouwd gaat worden, kán sanering noodzakelijk zijn.