Laatst bijgewerkt: 10 februari 2026

Vraag het de jurist

In de rubriek ‘Vraag het de jurist’ buigen juristen van de VNG zich over vragen rond toezicht en handhaving die leven bij gemeenten. Kris Hulsen, als jurist verbonden aan het team Naleving Werk & Inkomen, beantwoordt in deze editie de vraag: Mag een inzageverzoek op grond van art. 15 van de AVG worden beperkt door een wettelijke geheimhoudingsplicht?

Vraag het de jurist

Het antwoord op deze vraag volgt uit art. 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Bestuursorganen kunnen worden verplicht bepaalde informatie aan derden te verstrekken. Kan een belanghebbende via het inzagerecht van art. 15 AVG controleren wat er aan wie, is of zal worden verstrekt?

De situatie

Een belanghebbende heeft om inzage in haar persoonsgegevens in de signaleringssystemen van het bestuursorgaan verzocht. Zij heeft slechts beperkt overzicht gekregen van haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in het de desbetreffende systemen en is het hier niet mee eens. Lees de uitspraak op Rechtspraak.nl

De overwegingen

Een wettelijke geheimhoudingsplicht staat in beginsel in de weg aan het tegemoetkomen aan een inzageverzoek op grond van art. 15 van de AVG. Een belangrijke uitzondering hier op zijn geheimhoudingsplichten met de uitzondering dat het verbod niet van toepassing is indien 'enig wettelijk voorschrift tot bekendmaking verplicht'. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan art. 65 van de Participatiewet en art. 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het inzagerecht van art. 15 van de AVG is namelijk een wettelijk voorschrift dat tot (beperkte) bekendmaking verplicht. In dergelijke gevallen kan de geheimhoudingsplicht niet worden tegengeworpen aan degene die het verzoek tot inzage van zijn of haar verwerkte persoonsgegevens doet.

Op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de AVG omvat het inzagerecht ook informatie met betrekking tot de ontvanger aan wie persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt. Uit artikel 4, negende lid, van de AVG volgt echter dat niet als ontvangers mogen worden beschouwd overheidsinstanties die mogelijk persoonsgegevens ontvangen in het kader van een bijzonder onderzoek overeenkomstig het Unierecht of het lidstatelijke recht; de verwerking van die gegevens door die overheidsinstanties strookt met de gegevensbeschermingsregels die op het betreffende verwerkingsdoel van toepassing zijn.

Hieruit volgt dat een belanghebbende in beginsel kan controleren wat er aan persoonsgegevens zijn verstrekt aan derden. Dit gaat dus echter niet op in gevallen waar een overheidsinstantie de persoonsgegevens heeft verzocht en ontvangen in het kader van een toezicht- of opsporingstaak van die instantie. In een dergelijk geval kan het bestuursorgaan aan de verzoeker niet vertellen welke overheidsinstantie de gegevens heeft opgevraagd. Dit kan om twee redenen zijn: of de naam van de instantie stond niet in het systeem waarin inzage is verzocht, of het bestuursorgaan mag de naam van de overheidsinstantie niet geven in verband met de taak van die instantie.