Nummer 7, 2017

Auteur: Sanne van der Most

Resultaten bereiken met lobbyen in Brussel valt voor gemeenten niet mee, zeker niet voor buiten-Randstedelijke lobbyisten. Dat concludeert Edward Figee van de Universiteit Twente in zijn proefschrift Listen to us! – regional and local Public Affairs in the Dutch and European political arena. Herkenbaar? VNG Magazine vroeg het twee lokale en een regionale lobbyist.

Waar er in Nederland eerst een ramp moet gebeuren, wil de aandacht naar de regio gaan, valt het in Brussel nog wel mee, zo getuige de EU-programmafinanciering. ‘Toch blijven nationale belangen en belangen van lidstaten domineren’, zegt Figee. ‘Wat de regionale ontvankelijkheid op Europees niveau behoorlijk kan frustreren.’

Een deel van de oorzaak zit hem volgens de promovendus in onze constitutie. ‘Onze gedecentraliseerde eenheidsstaat suggereert regionale mogelijkheden, maar op de werkvloer in de Europese politieke arena blijkt het tegendeel waar en is het vaak een gevecht om effectief tot besluitvorming te kunnen doordringen. Nederlandse Europarlementariërs worden in tegenstelling tot veel collega’s uit andere landen ook niet regionaal gekozen en beschouwen Nederlandse decentrale belangen daarom vaak maar als bijzaak.’

Om toch aansluiting te vinden bij Europese politieke agenda’s is volgens Figee samenwerking vereist die het gemeentelijke en provinciale eigenbelang overstijgt.

‘En dat blijft lastig. Samenwerking op decentraal niveau is er wel maar het lukt toch onvoldoende om tot één decentrale vuist te komen. Lokale lobbyisten in Brussel moeten opboksen tegen nationale belangen en concurreren met andere steden. En dat vergt een vechtersmentaliteit. Het opereren in de Europese politieke arena leidt tot onderlinge strijd, waarbij financieel eigenbelang de boventoon voert wat samenwerken weer in de weg staat.’

Europa is meer dan alleen je hand ophouden

Concurrentie

‘Een goede lobbyist is een alleskunner, die snel samenhang ziet, zichzelf niet op de voorgrond plaatst en een heel goed verhaal heeft’, zegt Mark Boekwijt, die lobbyt voor de gemeente Amsterdam op het gebied van luchtkwaliteit, mobiliteit, de sociale woningsector, de vluchtelingenproblematiek en natuurlijk Schiphol en de Amsterdamse haven. ‘Ons huidige college is behoorlijk Eurominded’, zegt hij. ‘Ik denk dat dat ook wel een absolute voorwaarde is om succesvol te kunnen lobbyen.’ De desinteresse van Europarlementariërs voor lokale thema’s herkent Boekwijt helemaal niet. ‘Voor de dingen die wij in Amsterdam doen, is altijd heel veel belangstelling. Er komen ook regelmatig parlementariërs in Amsterdam op werkbezoek.’ Over concurrentie vanuit andere grote Nederlandse steden – omdat het geld maar één keer verdeeld kan worden – maakt Boekwijt zich ook geen grote zorgen. ‘Vorig jaar zijn wij verkozen tot Innovatiehoofdstad van Europa. Eindhoven en Parijs deden ook mee en uiteindelijk wonnen wij. Natuurlijk ben je op dat moment even elkaars concurrent. Maar het is echt niet zo dat de verhoudingen daarna totaal anders waren. Je gunt het elkaar ook. Europa is veel meer dan alleen je handje ophouden en geld vangen. Netwerken, kennisdelen en samen iets bereiken, zijn veel belangrijker.’

Behoorlijk dichtgetimmerd

Hoe belangrijk samenwerken in Brussel is, weet ook Theo Neyenhuis. Als lobbyist voor de regio FoodValley, een samenwerkingsverband tussen acht gemeenten in Oost-Nederland, maakt hij zich sterk om aansluiting te vinden bij het Europees beleid, de regio op de kaart te zetten en in contact te komen met andere Europese foodregio’s. ‘Wij willen dé toonaangevende foodregio van Europa worden. Dat bereik je nooit als je alleen binnen je eigen regiogrenzen blijft. Dan moet je naar buiten gaan en contact leggen met andere landen, regio’s en universiteiten.’ Neyenhuis heeft succes, want als een van de vier deelnemers is FoodValley gevraagd zich te presenteren voor het Europese programma Food 2030. Het prevaleren van nationale boven regionale belangen, zoals Figee in zijn onderzoek aankaart, herkent Neyenhuis overigens wel. ‘Een belangrijke subsidiepot voor de regio is het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het Rijk is daar niet zo happig op en roept al jaren dat de nationale bijdrage aan die pot omlaag moet. Daarin merk je dat de centrale overheid een heel andere lobby voert dan de regio.

Hetzelfde is aan de hand met het Europees Sociaal Fonds dat door het Rijk wordt verdeeld over de arbeidsmarktregio’s en vooral is bedoeld voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Wij zouden het graag ook inzetten om hoger opgeleide mensen te trekken maar helaas is het door het Rijk behoorlijk dichtgetimmerd. Dat wringt. Wij kunnen weinig anders doen dan meebuigen met wat het Rijk wil. Maar we hadden graag wat meer bewegingsruimte gehad.’

Als je echt iets voor elkaar wilt krijgen in Brussel, is steun vanuit de achterban van wezenlijk belang, vindt ook Neyenhuis. ‘Veel mensen, ook hier in de regio, hebben geen idee wat er in Brussel gebeurt. Door onze successen te laten zien, hoop ik ze te overtuigen dat het ook daadwerkelijk wat oplevert en dat er voor iedereen wel iets te halen valt. En dan bedoel ik lang niet alleen op financieel gebied. Want wat je vooral niet moet doen, is naar Brussel gaan met het idee dat daar een pot met geld staat. Je moet vanuit je eigen ambitie als regio of gemeente onderzoeken wat Brussel kan toevoegen aan jouw project.’

Theo Neyenhuis

Lobbyist regio Foodvalley

‘Wij kunnen weinig anders doen dan meebuigen met wat het Rijk wil. Maar we hadden graag wat meer bewegingsruimte gehad.’

Doel bereiken

Hans Verdonk, lobbyist namens de gemeente Rotterdam hamert op het vooraf goed bepalen van je doel. ‘Wat verwacht je van een lobby in Brussel? En hoe ga je je doel bereiken? Toen wij in januari 2003 in Brussel begonnen, wilden we alles oppakken. We verdeelden toen alle EU-dossiers over de G4. Nu zitten we op een wat andere lijn en kijken we allereerst vanuit de prioriteiten van de stad. Daarbij maken we altijd de afweging wat onze meerwaarde is. Wat moet je als gemeente zelf doen en wat regelt het Rijk of de VNG of het Interprovinciaal Overleg al heel goed? Wil je geld binnenhalen voor een project of écht wetgeving veranderen? Of wil je jouw gebied op de kaart zetten en laten weten dat ze welkom zijn om bij jou in de regio hun volgende conferentie te organiseren? Het doel van je lobby maakt zo’n wezenlijk verschil in wat je uiteindelijk terug kunt verwachten. Veel gemeenten en regio’s hebben dat volgens mij nog niet goed op het netvlies. Niet iedereen met een kantoor in Brussel is een lobbyist. Als je geen lobbydoelen hebt, ga je die ook niet bereiken.’

In aansluiting hierop heeft Verdonk nog een tweede tip. Binnenkomen is makkelijk, terugkomen is ingewikkeld. ‘Zorgen dat de goede inhoudelijke informatie op de juiste plek terechtkomt, bij de juiste persoon, aan de juiste tafel, daar zijn wij in Rotterdam goed in geworden’, aldus Verdonk. ‘Maar ook zorgen dat parlementariërs op de juiste manier en met de juiste informatie worden gevoed. Iedereen wil vooral meer Europees geld, maar uit een krimpende pot kun je niet veel halen. Dan is het makkelijk om te zeggen dat je altijd wordt onderbedeeld.

‘Natuurlijk zijn er parlementariërs die over grote Europa brede issues gaan en minder doen met lokale thema’s. Maar er zijn er ook genoeg bij die juist wel veel aandacht hebben voor het decentrale en veel in de regio’s actief zijn binnen en buiten de Randstad. Je moet hen als lobbyist alleen wel op de relevante onderwerpen weten te vinden.’

Hans Verdonk

Lobbyist gemeente Rotterdam

‘Niet iedereen met een kantoor in Brussel is een lobbyist. Als je geen lobbydoelen hebt, ga je die ook niet bereiken.’

Kokers

‘Als decentrale overheden het echt goed aanpakken, kunnen ze wel degelijk het verschil maken’, merkt Figee in zijn proefschrift op. ‘Dat vraagt alleen wel veel meer kennis van wat er in die arena gebeurt, hoe die wereld in elkaar zit en hoe je je als lobbyist moet bewegen.’ Daar ontbreekt het volgens Figee vaak aan. ‘Een gemiste kans voor veel gemeenten. De behoefte aan kennis over Brusselse politiek en besluitvorming is enorm. De VNG speelt daar met het kenniscentrum Europa Decentraal al heel goed op in. Gemeentelijke en regionale lobbyisten zouden daar veel meer gebruik van moeten maken.’

Neyenhuis sluit zich daar bij aan. ‘De VNG is al behoorlijk actief op dit gebied, met het Europanetwerk. Toch denk ik dat ze constant gemeenten moet blijven motiveren om oog te houden voor de Brusselse arena. Vooral de samenwerking tussen gemeenten, regio’s, bedrijfsleven en kennisinstellingen is erg actueel. Instituten die stuk voor stuk eigen kokers hebben. Ik denk dat gemeenten op dit moment nog te weinig beseffen dat zij een centrale rol hierin kunnen vervullen.’