Bij het gebruik van STOP/TPOD komt ook het gebruik van annotaties en locaties. Met annotaties geeft u weer wat de kern van de juridische inhoud van een regel is. Ze zorgen ervoor dat regels goed raadpleegbaar zijn en juist worden weergegeven in het Omgevingsloket. Op deze pagina leest u wat u moet doen bij het annoteren van regels voor gebiedsontwikkeling.
Let op: dit onderdeel van de handreiking is geüpdate op 25 maart 2026
Annoteren van regels voor een gebiedsontwikkeling verschilt niet wezenlijk van de algemene werkwijzen voor annoteren. We beperken ons daarom tot basisprincipes van het werken met annotaties en locaties. Daarbij gaan we vooral in op wat minimaal noodzakelijk is. Ook geven we enkele specifieke aandachtspunten die van belang zijn bij gebiedsontwikkeling. De technische uitvoering binnen uw plansoftware blijft buiten beschouwing.
Verdiepende informatie over annotaties en locaties is op meerdere plekken te vinden. Goede startplaatsen zijn de Annotatierichtlijn van Geonovum en de documentatie van uw plansoftware. U kunt ook de sessie over de Annotatierichtlijn van Netwerk omgevingsplan terugkijken.
Wat is annoteren?
Uit de Annotatierichtlijn: ‘Door annotaties toe te voegen aan een omgevingsdocument, kan de inhoud van het document gelezen worden door onder meer de software van het Omgevingsloket. Dat zorgt ervoor dat het document op de juiste manier - inhoudelijk, juridisch en visueel - wordt omgezet naar informatie op de kaart en andere onderdelen van het Omgevingsloket. De annotaties representeren de kern van de juridische inhoud van iedere regel. Dit alles draagt bij aan goede raadpleegbaarheid van het omgevingsdocument en daarmee goede dienstverlening.’
Typen annotaties
Met annotaties geeft u dus weer wat de kern van de juridische inhoud van een regel is. De 4 belangrijkste annotaties die u kunt toepassen bij gebiedsontwikkelingen zijn:
| Annotatie | Doel |
|---|---|
| Werkingsgebied | U geeft aan op welke locatie(s) de regel geldt ('waar geldt deze regel?'). Verplicht bij iedere regel. |
| Omgevingsnorm | U geeft met omgevingsnormen per locatie aan welke waarde geldt. Bijvoorbeeld: 'maximale bouwhoogte = 10 meter'. |
| Activiteit | U geeft aan dat een regel over een bepaalde activiteit gaat, welke kwalificatie daar geldt en op welke locatie(s) dat zo is. Bijvoorbeeld: Ter plaatse van de locatie 'gemeentelijk beschermd stadsgezicht' is het verboden om zonder omgevingsvergunning een gebouw te slopen. |
| Gebiedsaanwijzing | U geeft aan dat (een) locatie(s) een bepaalde betekenis heeft/hebben, meestal een bepaalde functie. Dat zorgt voor een verschillende weergave op de kaart en selectiemogelijkheden via computersoftware. |
Onderaan deze pagina vindt u voor elk van deze 4 annotatietypen enkele specifieke aandachtspunten.
Locaties bij annotaties
De 4 genoemde annotaties bevatten locaties. En u moet deze locaties ook juridisch vastleggen in het plan. Dit doet u door:
- de naam van de locatie tenminste éénmaal op te nemen in de regeltekst
- die naam te koppelen aan een geometrie (bijvoorbeeld een vlak): het Geografisch Informatieobject (GIO)
Het GIO wordt als bijlage ('Overzicht Informatieobjecten') opgenomen in het besluit van de gemeenteraad. Dit maakt de koppeling tussen de tekst en de kaart juridisch bindend. Ook de computer kan de GIO's lezen. Daarmee is de locatie ook bruikbaar in annotaties.
Onderaan deze pagina gaan we nader in op het benoemen en begrenzen van locaties bij gebiedsontwikkelingen.
Locaties bij annotaties in Regels op de kaart
Het effect van de annotaties en locaties is onder meer zichtbaar bij Regels op de kaart.
- Als u de kaart raadpleegt, selecteert u met een ‘prik op de kaart’ alle regels op basis van hun werkingsgebied.
- Als u de regeling raadpleegt, kunt u via het ‘groene labeltje’ zien welke annotaties en locaties zijn gekoppeld aan een artikel of lid.
- Via het ‘groene labeltje’ of via het tabblad ‘Plekinfo’ kunt u gebiedsaanwijzingen in kleur op de kaart laten verschijnen.
- Via het ‘groene labeltje’ of via het tabblad ‘Plekinfo’ kunt u de waardes die voor een omgevingsnorm gelden, laten verschijnen.
Deze figuur illustreert enkele effecten van het gebruik van annotaties en locaties in Regels op de kaart. Bekijk de animatie Zo werkt Regels op de kaart voor een volledig overzicht van de mogelijkheden in Regels op de kaart.
Ambitieniveau bij annoteren van gebiedsontwikkelingen
Afhankelijk van uw situatie kunt u bij gebiedsontwikkeling kiezen voor een ‘minimaal noodzakelijke wijze’ van annoteren of juist een ‘dienstverleningsgerichte wijze’. Deze keuze speelt vooral bij de activiteit-annotatie en is onder meer afhankelijk van de vraag:
- of u de bruidsschat vooralsnog onveranderd wilt laten
- of u de regels voor de gebiedsontwikkeling al wel of nog niet opneemt in de integrale structuur
We gaan hier nader op in bij de betreffende annotaties, met focus op wat minimaal noodzakelijk is.
Daarbij geldt nadrukkelijk dat de ‘minimaal noodzakelijke wijze’ géén advies is voor de langere termijn. Het is enkel een eerste pragmatische stap, waarbij u later de annotaties naar het ‘dienstverleningsgerichte’ niveau kunt brengen. Dat niveau is noodzakelijk voor de optimale werking van het Omgevingsloket. Op termijn toegroeien naar dit niveau wordt daarom aanbevolen.
Het is altijd noodzakelijk om vast te leggen waar de betreffende regels gelden, dus ook bij gebiedsontwikkeling. Dit is een minimumeis. Juridisch gebeurt dit in het toepassingsbereik van een hoofdstuk of afdeling. Of in een kleinere eenheid van het plan, als dat nodig is. Dat hoeft maar één keer. Hoe u dit aanpakt, leest u op de pagina over het transitiehoofdstuk, in de paragraaf over het toepassingsbereik.
Let op: U moet alle artikelen en leden die vallen binnen het genoemde toepassingsbereik (hoofdstuk, paragraaf enzovoort) ieder met deze locatie annoteren.
Voorbeeld bij toepassing in een transitiehoofdstuk
Regeltekst:
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'gebiedsontwikkeling Aart van der Leeuwkade 14'.
Annotatie:
Werkingsgebied: ‘gebiedsontwikkeling Aart van der Leeuwkade 14’
Het gebruik van gebiedsaanwijzingen is optioneel. Er zijn verschillende situaties waarin het gebruik van de gebiedsaanwijzing voordelen biedt en de gebieden beter raadpleegbaar maakt in Regels op de Kaart:
- Het gebruik van een gebiedsaanwijzing is nuttig bij het aanduiden van bijvoorbeeld de functie (bijvoorbeeld: groengebied), een beperkingengebied of het bouwvlak (zie Annotatierichtlijn).
Voorbeeld voor gebiedsontwikkeling
Regeltekst:
- Er is een functie groen Aart van der Leeuwkade 14
- Binnen deze functie zijn de volgende activiteiten toegelaten...
Annotaties:
Lid 1 en lid 2 hebben deels dezelfde annotaties namelijk:
- Werkingsgebied: groen Aart van der Leeuwkade 14
- Gebiedsaanwijzing: groen Aart van der Leeuwkade 14 (met daarbinnen gekoppeld de locatie groen Aart van der Leeuwkade 14)
- Om de ontwikkellocatie goed zichtbaar te maken in plekinfo bij 'Regels op de kaart’ kunt u het ‘ontwikkelgebied’ (vroeger zouden we dat ‘plangebied’ noemen) zichtbaar maken met een gebiedsaanwijzing.
Voorbeeld voor gebiedsontwikkeling
Regeltekst:
De regels in deze [paragraaf/hoofdstuk/afdeling] zijn van toepassing op gebiedsontwikkeling Aart van der Leeuwkade 14.
Annotaties:
- Werkingsgebied: gebiedsontwikkeling Aart van der Leeuwkade 14
- Gebiedsaanwijzing: gebiedsontwikkeling Aart van der Leeuwkade 14 (met daarbinnen gekoppeld de locatie groen Aart van der Leeuwkade 14)
Wilt u normwaarden voor gebiedsontwikkeling vastleggen? Dan gebruikt u een omgevingsnorm-annotatie. Denk bijvoorbeeld aan de maximale bouwhoogte. Hiermee koppelt u per locatie een waarde aan een regel. De norm en bijbehorende locatie worden opgenomen in het GIO en maken daarmee juridisch deel uit van het besluit.
Ons advies: werk met 1 generieke omgevingsnorm, bijvoorbeeld ‘maximum bouwhoogte’, en voeg daar locaties aan toe bij nieuwe ontwikkelingen. Voorkom het aanmaken van aparte normen per project.
Voorbeeld relevant voor gebiedsontwikkeling
Regeltekst:
De bouwhoogte van een woning is niet hoger dan de ter plaatse van de ‘maximum bouwhoogte’ bepaalde waarde.
Annotatie:
Omgevingsnorm: ‘maximum bouwhoogte’.
Locatie:
Meerdere gebieden met elk een eigen waarde
‘Maximum bouwhoogte’ staat ook in de tekst en vormt een GIO zodat de locaties met de waarde per locatie juridisch zijn vastgelegd.
Annoteren met activiteiten draagt bij aan de vindbaarheid en toonbaarheid van de betreffende regels. Daarnaast is annoteren met activiteiten noodzakelijk indien u toepasbare regels in het DSO wilt gebruiken, voor formulieren of een vergunningcheck. Dit betekent dat u moet annoteren met activiteiten als u een vergunning-, melding- of informatieplicht toepast bij de gebiedsontwikkeling.
Bij gebiedsontwikkeling is annoteren van activiteiten niet altijd (direct) noodzakelijk:
- Voor de juridische borging van de gebiedsontwikkeling (bijvoorbeeld ‘het verkrijgen van een bouwtitel’) volstaan de juridische regels en de daaraan gekoppelde werkingsgebieden.
- Bij gebiedsontwikkeling volstaan in veel gevallen de bestaande aanvraagformulieren die zijn meegeleverd met de bruidsschat.
- Bij gebiedsontwikkeling zijn vergunningchecks niet altijd op korte termijn nodig.
Om deze redenen maken wij in de adviezen onderscheid naar een ‘minimaal noodzakelijke wijze’ van annoteren en een ‘dienstverleningsgerichte wijze’ van annoteren. Meer informatie hierover vindt u op de verdiepende pagina over het annoteren van activiteiten.
Bij het toepassen van transitiehoofdstukken moet u nadenken over het benoemen en begrenzen van de locaties die u gebruikt. Belangrijk daarbij is dat een transitiehoofdstuk een specifieke begrenzing kent. U moet zorgen dat de begrenzing van de locaties daarbij aansluit en dat dit tot uitdrukking komt in de naamgeving van locaties.
Er zijn in principe 2 situaties denkbaar:
1. Iedere gebiedsontwikkeling een apart hoofdstuk/afdeling
Werkt u met afzonderlijke onderdelen van de regeling (hoofdstuk of afdeling) pér afzonderlijke gebiedsontwikkeling? Maak dan locaties aan die specifiek zijn voor die ontwikkeling. En geef deze een naam waaruit dat blijkt.
Voorbeeld
U maakt een transitiehoofdstuk (bijvoorbeeld Hoofdstuk 23) specifiek voor ‘Gebiedsontwikkeling A’. U wilt regels stellen voor ‘wonen’ die alleen voor een deelgebied binnen deze gebiedsontwikkeling moeten gelden. Dit kunt u als volgt verwerken:
Hoofdstuk 23: Gebiedsontwikkeling A
Artikel 23.x: Toepassingsbereik
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op Gebiedsontwikkeling A.
Artikel 23.y
Ter plaatse van de locatie Wonen-Gebiedsontwikkeling A geldt <xxx>
NB: Als u in artikel 23.y de locatie ‘Wonen’ zou gebruiken (de generieke locatie in het integrale plan) worden de regels gekoppeld aan een locatie die (deels of geheel) buiten de gebiedsontwikkeling ligt.
2. Meerdere gebiedsontwikkeling in één hoofdstuk/afdeling
Regelt u meer ontwikkelingen in één gezamenlijk onderdeel van de regeling (hoofdstuk of afdeling)? Maak dan locaties die de verzameling gebiedsontwikkelingen omvatten. En wijzig die bij besluitvorming over nieuwe gebiedsontwikkelingen.
Voorbeeld
U maakt een transitiehoofdstuk (bijvoorbeeld Hoofdstuk 23) voor een verzameling van gebiedsontwikkelingen. U wilt regels stellen voor ‘wonen’ die voor al die gebiedsontwikkelingen moeten gelden. Dit kunt u als volgt verwerken:
Hoofdstuk 23: Ontwikkelgebieden
Artikel 23.x: Toepassingsbereik
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op Ontwikkelgebieden.
Artikel 23.y
Ter plaatse van de locatie Wonen-Ontwikkelgebieden geldt <xxx>
De locatie ‘Ontwikkelgebieden’ bevat in dit voorbeeld de verzameling (de ‘som’) van alle gebiedsontwikkelingen. De locatie ‘Wonen- ontwikkelgebieden’ bevat de verzameling van alle deelgebieden binnen de gebiedsontwikkelingen waar u regels wilt stellen over wonen.
NB: Hier geldt hetzelfde als bij het voorgaande voorbeeld: als u in artikel 23.y de locatie ‘Wonen’ zou gebruiken (de generieke locatie in het integrale plan) worden de regels gekoppeld aan een locatie die (deels of geheel) buiten de ontwikkelgebieden ligt.
De afzonderlijke locaties per gebiedsontwikkeling kunt u later ‘opruimen’ wanneer u de regels uit het transitiehoofdstuk overbrengt naar de integrale structuur.
Meer toelichting en uitgewerkte voorbeelden vindt u in verdieping benoemen en begrenzen van locaties.