'Het groene hart van de stadsregio, zo zou je de gemeente Lingewaard en naburige gemeentes kunnen noemen,'  zei loco-burgemeester Schut. 'Gelegen tussen Rijn en Waal vormen we een groene zone tussen de stedelijke drukte van Arnhem en Nijmegen.' Kees Jan de Vet bezocht de gemeente op 12 april 2011.

Lingewaard maakt deel uit van de stadsregio Arnhem Nijmegen, samen met twintig andere gemeenten. De stadsregio is van belang voor onder meer de afstemming van verkeer - en vervoersbeleid. Wat brengt de toekomst hier, nu het kabinet af wil van de Wgr-plus? Het college toont vertrouwen, in die zin dat de gemeenten elkaar op de inhoud willen blijven vinden.
De Vet licht toe dat VNG pleit voor het behoud van de Wgr-plusmiddelen voor de stadsregio zelf (in plaats van onderbrengen in het provinciefonds).

Samenwerking
Ook in kleiner verband werkt Lingewaard samen met collega gemeenten. Denk aan de A325-visie (inrichting van het gebied rondom deze verkeersader) die samen met naburige gemeenten, maar los van de stadsregio tot stand is gekomen. Of, shared services om expertise te benutten die bij andere gemeenten in huis is.

Van links naar rechts: Wethouder Schut, Kees Jan de Vet, gemeentesecretaris mevrouw Loenen, wethouder Telder, wethouder Janssen.

Kernen
Samenwerken is ook binnen de gemeente het toverwoord. Lingewaard bestaat uit zeven kernen, elk met een eigen identiteit en verschillende karakteristieken, zoals de kleinschalige fruitteelt in Huissen en de grotere bedrijven in Bemmel. In de tien jaar van haar bestaan heeft Lingewaard de verschillen tussen de kernen nog niet helemaal kunnen overbruggen. Zoiets kost tijd. Maar een belangrijk besluit heeft ze recent genomen: er komt één centraal gemeentehuis – in Bemmel -  waardoor Huissen deze functie kwijtraakt. De gemeenteraad blijft vergaderen in iedere kern afzonderlijk. 'Dat is voordelig en zo komen we dichtbij de burgers,' zei wethouder Janssen.

VNG
Gemeentesecretaris Loenen geeft VNG een verbeterpunt mee: het zou fijn zijn als antwoorden via het informatiecentrum minder algemeen worden geformuleerd en meer toegesneden zijn op kenmerken van de gemeente. De Vet erkent dat VNG meer zou kunnen werken volgens marketingprincipes (segmenteren en goed aansluiten bij behoefte). Anderzijds benoemt De Vet dat sommige vragen dermate specifiek zijn, dat onbetaalde dienstverlening niet meer haalbaar is. VNG wil immers tijd kunnen maken voor vragen van alle leden.