Nummer 10, 16 juni 2017

Auteur: Cindy Castricum, Beeld: Jiri Büller

Zonder enige politieke ervaring kwam Lilian Janse in 2014 in de gemeenteraad van Vlissingen. Voor de SGP, de partij die het vrouwen altijd verboden had politiek actief te zijn. Hoe is de eerste raadsperiode haar vergaan en stelt ze zich verkiesbaar voor de verkiezingen in 2018?

In Vlissingen kan Lilian Janse niet meer anoniem over straat. Vier jaar geleden was ze landelijk in het nieuws als eerste vrouw die zich voor de SGP verkiesbaar stelde. Na een uitspraak van de Hoge Raad mocht de christelijke partij het vrouwen niet langer verbieden een volksvertegenwoordigende functie uit te oefenen.
Toch is het niet zo dat Janse destijds meteen haar kans greep. Het lukte de lokale afdeling van de SGP niet een geschikte lijsttrekker te vinden, vertelt Janse op een stormachtige junidag bij haar thuis in Vlissingen. Haar vader, voormalig raadslid Cees van der Weele, had als SGP-bestuurslid tevergeefs een stuk of zes, zeven mannen gevraagd de kar te trekken voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014. ‘Hij deed hierover zijn beklag’, zegt Janse. ‘De mannen lieten het afweten. Als hij niemand kon vinden, zou de SGP niet mee kunnen doen aan de verkiezingen. “Zet mij er dan maar op”, zei ik toen spontaan.’ En zo geschiedde. Janse werd lijsttrekker en wist een zetel in de Vlissingse raad te bemachtigen.

Bent u altijd al politiek geïnteresseerd geweest?
‘Mijn vader is twintig jaar raadslid geweest, dus ik kom uit een politiek nest. Hij vertelde er veel over. Vanaf mijn veertiende ben ik het een beetje gaan volgen. Ik zat vaak op de tribune en ploos de kranten uit of en hoe hij geciteerd werd. In die tijd was alles nog handgeschreven, maar ik kon typen en had een tekstverwerker op mijn kamertje staan, dus ik tikte vaak de notulen van de bestuursvergadering uit. Zo wist ik precies wat er speelde en raakte erbij betrokken.’

Bent u al lang lid van de SGP?
‘Nee, ik ben pas lid geworden vlak voordat ik me kandidaat stelde. Omdat vrouwen niet politiek actief mochten worden, had het eerder geen zin. Vrouwen konden bijzonder lid worden, maar dat vond ik maar niks. Ik wilde alleen volwaardig lid zijn.’

Het proefprocessenfonds Clara Wichmann heeft voor u het pad geëffend. U zult deze stichting wel eeuwig dankbaar zijn?
‘Toen zij destijds de zaak tegen de SGP aanspanden, had ik zoiets van: blijf met je handen van de partij af. Ik vroeg me af wat hun reden was. Om de partij in diskrediet te brengen? Maar ik besef heel goed dat ik door hun proces nu hier zit.’

De mannen lieten het afweten

In de documentaire De eerste vrouw, die Omroep Zeeland over u maakte, kwam een SGP-lid aan het woord. U kunt beter de krant bezorgen dan dat u raadslid bent voor de SGP, zei hij. Raakte u dit?
‘Nee, daar heb ik om moeten lachen. Dat vind ik zo kortzichtig, daar heb ik niet eens op gereageerd.’

In die documentaire zagen we dat u een krantenwijk had. Zelfs de dag na de verkiezingen, toen het heel laat geworden was, stond u voor dag en dauw op om de krant te bezorgen. Doet u dat nog steeds?
‘Ja, ik breng nog steeds elke ochtend de krant rond. Ik doe het voor de beweging, daarom houd ik het vol. De frisse ochtend doet een mens goed, maar er komen ook allerlei gedachten boven. Ik doe de nodige inspiratie op die ik in mijn politieke werk kan gebruiken.
‘Als ik ’s ochtends terugkom, ga ik eerst uitgebreid de krant lezen, de PZC voor het lokale nieuws en het Reformatorisch Dagblad. Daarna pak ik mijn iPad en lees mijn mail, ik maak afspraken en bel met mensen over zaken die spelen. Het gaat er vooral om veel informatie tot je te nemen, doorvragen op een onderwerp en niet alleen de stukken te lezen. Soms bel ik mijn vader, hij is mijn politieke mentor en geeft gevraagd én ongevraagd advies.’

Wat is u het meest tegengevallen in het raadswerk?
‘Niets eigenlijk, ik vind alles leuk. Hoewel het soms jammer is dat een meerderheid anders stemt, terwijl je overtuigd bent van je eigen ideeën. Maar dat is politiek, het hoort erbij. Je moet je verlies kunnen nemen. Toch bespeur ik soms bij mezelf een soort ergernis. Bijvoorbeeld als er in onkunde een beslissing wordt genomen.’

U bent een eenmansfractie in de oppositie. Hoe lastig is dat?
‘In de oppositie krijg je niet alles voor elkaar, dat is gewoon zo. Ik denk wel constructief mee, zit niet in de oppositie om overal tegen te zijn. Zo zit de SGP niet in elkaar en ik ook niet. Er is destijds wel aan me gevraagd of de SGP deel wilde uitmaken van de coalitie, maar ik ben toch te veel op mijn vrijheid gesteld. Ik wil kritische vragen kunnen stellen en niet gebonden zijn aan een coalitieakkoord.’

Maar als lid van het college is het wel eenvoudiger de plannen van de SGP te realiseren.
‘Ik had maar één zetel, dus dat is maar de vraag. Als oppositie werken we hier in Vlissingen trouwens heel goed samen. We hebben zo’n vier à vijf keer per jaar een oppositieoverleg waarin we belangrijke kwesties die aan de orde zijn, bespreken. We brengen dan in de raad ons eigen standpunt in, dat in de kern op hetzelfde neerkomt. Dat werkt heel goed.’

Het raadswerk moet geen sleur worden

#GR2018

Na de zomer start VNG Magazine met een serie artikelen in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in 2018. We zijn op zoek naar mooie, bijzondere en inspirerende verhalen over het functioneren van raden en raadsleden. Heeft u in uw raadswerk iets meegemaakt wat u graag met onze lezers wilt delen of kent u goede voorbeelden van hoe gemeenteraden functioneren, laat het ons weten via redactie@vngmagazine.nl.