Een grote uitdaging in deze transitie is het creëren van vraag. “De energietransitie is niet een technisch aanbodgedreven proces, maar een vraaggedreven proces”, legt Van der Steen uit. Tot nu toe is in de Aanpakken veel aandacht geweest voor het creëren van deze vraag door in gesprek te gaan met bewoners of door het aanbieden van pseudomaatwerk of standaardoplossingen. Op het moment dat de vraag daadwerkelijk groeit, moet het aanbod al georganiseerd en leverbaar zijn. Dat is de paradox van innovatie. Van der Steen: “Eerst bestaat er geen vraag, vervolgens klapt het probleem om: dan dien je al te leveren terwijl de techniek nog in ontwikkeling is.” De verduurzaming van de woningvoorraad vraagt bovendien om aanbod van veel verschillende partijen die niet gewend zijn met elkaar samen te werken; van de producenten van warmtepompen tot ervaren installateurs. De organisatie van die samenwerking vraagt veel investering vooraf. Gespecialiseerde installateurs en aannemers zijn nog nodig om de transitie een goede start te geven.

 

De Aanpakken zijn per gemeente georganiseerd, waardoor het belang van de lokale economie of werkgelegenheid soms verkozen wordt boven de partijen die het beste in staat zijn om te innoveren. Gemeenten zouden in de toekomst meer buiten hun eigen grenzen kunnen zoeken om kwaliteit te garanderen.

 

Naast de kwantitatieve aanwezigheid van aanbod, is ook een goede kwaliteit van het aanbod noodzakelijk om de transitie in gang te zetten. Het is van belang deze kwaliteit binnen de Aanpak zelf te waarborgen. Op het moment dat de vraag groeit, zou het aanbod beschikbaar moeten zijn. De aanwezigheid en kwaliteit van de uitvoering is nu nog de zwakke schakel in de transitie. Deze zwakke schakel moet in de toekomst nog meer aandacht krijgen om het aanbod op de vraag te laten aansluiten.

Leden van de beoordelingscommissie geven aan dat het karakter van het programma het risico met zich brengt dat samenwerkingspartners niet geselecteerd worden op kwaliteit, maar op vestigingsplaats. De Aanpakken zijn per gemeente georganiseerd, waardoor het belang van de lokale economie of werkgelegenheid soms verkozen wordt boven de partijen die het beste in staat zijn om te innoveren. Gemeenten zouden in de toekomst meer buiten hun eigen grenzen kunnen zoeken om kwaliteit te garanderen.