Nummer 13, 8 september 2017 

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Ruben Schipper

Niemand minder dan koningin Máxima ging onlangs op bezoek bij het nog jonge initiatief Buurtgezinnen.nl, dit voorjaar een van de winnaars van een Appeltje van Oranje. Het brengt gezinnen bij elkaar en zorgt voor structuur en geborgenheid voor kinderen die tussen wal en schip dreigen te geraken. Nu nog actief in slechts veertien gemeenten, maar dat moet veranderen.


Steungezinnen. Het woord maakt nog geen deel uit van het gemeentelijk jargon maar als het aan burgemeester Arinda Callewaert van Bergeijk ligt, gaat dat veranderen. Zij is bestuurslid van Buurtgezinnen.nl, een initiatief dat gezinnen die overbelast zijn koppelt aan gezinnen in de buurt die ondersteuning willen geven, de steungezinnen. Steunouders zijn ervaren ouders die graag iets willen doen voor een ander gezin, vaak alleenstaande moeders met een of meer kinderen. 
‘Ik geloof er echt in’, zegt de burgemeester. ‘Het is een prachtinitiatief en past helemaal in de filosofie van gemeenten om mensen laagdrempelig, in de eigen buurt en door het eigen netwerk te steunen.’

Praktijk

Buurtgezinnen.nl was dit voorjaar een van de winnaars van een Appeltje van Oranje, een prijs die jaarlijks door het Oranje Fonds wordt uitgereikt aan succesvolle sociale initiatieven die groepen mensen samenbrengen. Koningin Máxima, beschermvrouwe van het Oranje Fonds, kwam vorige maand langs in Amerongen en ging in gesprek met steunouders én ‘vraagouders’ om uit de eerste hand te vernemen hoe de praktijk werkt.
Zo sprak ze met een alleenstaande moeder van een bijna negenjarige dochter. ‘Ik was te druk met het huishouden en het zoeken naar werk om haar de aandacht te geven die ze nodig had. Nu wordt ze opgevangen door een ander gezin waar ze wel veel aandacht krijgt. We komen nu allebei tot rust, en ik heb werk gevonden.’
Een andere moeder vertelde over de vier kinderen die zij moest opvoeden. Contact met de vader was er niet. Een gezin uit de buurt heeft zich over de jongste ontfermd. ‘Ik ben erg blij met deze oplossing. Je voorkomt dat een kind gaat zwerven of wordt verwaarloosd. Dan komt jeugdzorg in beeld, dat wil je natuurlijk niet.’

Laatste zetje

Callewaert, die vóór zij naar Bergeijk ging als regiomanager bij het Leger des Heils werkte en de problematiek van ontspoorde gezinnen goed kent, kwam bij toeval in aanraking met Buurtgezinnen.nl. ‘Het concept sprak me direct aan en toen ze hoorden dat ik burgemeester was, vroegen ze of ik in het bestuur wilde. Ik ken de gemeenten en de regionale samenwerkingsverbanden, dat is nuttig. Lang hoefde ik er niet over na te denken, ik ben er erg enthousiast over.’
Buurtgezinnen.nl kan volgens haar net dat laatste zetje zijn voor mensen om in actie te komen. ‘Iedere ouder zal het herkennen: als je je kind naar school brengt, hoor je bij het hek van het schoolplein de verhalen over andere kinderen en hun situatie thuis. Je ziet het voor je ogen gebeuren, maar hoe vaak gebeurt het dat je uit jezelf hulp gaat aanbieden? Dat zou wel moeten, daarom is het goed dat er nu een organisatie is die gezinnen bij elkaar brengt.’

Je voorkomt dat een kind gaat zwerven of wordt verwaarloosd

Bij haar bezoek aan Buurtgezinnen.nl toonde koningin Máxima zich niet alleen geïnteresseerd in de persoonlijke verhalen van de steun- en vraagouders, maar ook in de werkwijze. Gezinnen moeten in elk geval openstaan voor hulp en niet beschikken over een eigen netwerk, of over een netwerk dat ook overbelast is. En in veel gevallen blijkt het te gaan over gezinnen waarin veel problemen zich opstapelen. Of neem het voorbeeld van de jongen van 11 die altijd op straat zwierf met jongens van 15, 16 jaar, een situatie waaraan zijn moeder niets kon doen omdat ze moest werken. Tot er een steungezin werd gevonden dat zich om de jongen bekommerde.
Volgens Leontine Bibo, directeur/oprichter van Buurtgezinnen.nl, is het belangrijk om kinderen structuur te bieden. Als dat in het eigen gezin niet kan, dan in een ander stabiel gezin, het liefst in de eigen buurt of het gezin van een vriendje of vriendinnetje. ‘Het is goed als zo’n kind ziet hoe een gezin ook kan functioneren. Anders groeit het op met een verkeerd beeld en dat kan later voor nieuwe problemen zorgen.’
Buurtgezinnen.nl wil het contact tussen de gezinnen licht en informeel houden. Bibo: ‘Dat betekent niet dat we alles op z’n beloop laten. Wij brengen gezinnen bij elkaar om te voorkomen dat een huishouden ontspoort en begeleiden de gezinnen zolang nodig is. Als zij ons niet meer nodig hebben, stopt onze bemoeienis. Dan laat je het over aan de gezinnen zelf.’
Het idee is dat tussen de gezinnen langdurige relaties ontstaan. ‘Continuïteit is goed voor kinderen. Dan kunnen ze zich beter ontwikkelen’, zegt Bibo. ‘In de gezinnen waar we mee te maken hebben, is al geregeld een breuk geweest. Bijvoorbeeld door overlijden of scheiding. Elk halfjaar evalueren we en kunnen de gezinnen stoppen of doorgaan.’

Facebook

Volgens burgemeester Callewaert is de laagdrempeligheid van cruciaal belang voor het initiatief. De belangrijkste toegangspoort is Facebook, waar gezinnen zich kunnen melden. Voor elke gemeente waar Buurtgezinnen.nl nu actief is, is een eigen Facebookpagina aangemaakt waarop bijvoorbeeld oproepen voor steungezinnen worden geplaatst. Dat blijkt goed te werken, er ontstaan hele community’s waar ook ervaringen worden uitgewisseld.
In haar eigen Bergeijk is nog geen lokale of regionale afdeling actief. ‘Zodra dat gebeurt, moet ik uit het bestuur’, zegt Callewaert. ‘Dat zou ik op zichzelf erg jammer vinden, maar het zou natuurlijk mooi zijn als Buurtgezinnen.nl in alle gemeenten of regio’s van de grond komt.’
Vooralsnog zijn het er veertien, elk met een eigen coördinator: Amsterdam, De Ronde Venen, Dordrecht, Giessenlanden, Houten, IJsselstein, Oss, Ouder-Amstel, Rhenen, Roermond, Sittard-Geleen, Utrechtse Heuvelrug, West Maas en Waal en Zaanstad. Het moet verder ‘organisch groeien’, maar dat betekent niet dat gemeenten zich nu niet mogen melden als zij geïnteresseerd zijn.
‘Het gaat bij Buurtgezinnen.nl om geven om elkaar’, zegt Callewaert. ‘Dat is ook wat de overheid wil, omzien naar je buren. Als dat op een informele en laagdrempelige manier kan, en je voorkomt ermee dat een kind later een beroep moet doen op dure jeugdzorg, dan mag je alleen maar hopen dat dit over heel Nederland uitrolt.’

Meer informatie: www.buurtgezinnen.nl