Laatst bijgewerkt: 04 februari 2026

Op welke plek in uw omgevingsplan plaatst u de regels voor de gebiedsontwikkeling? U kunt de regels voor een gebiedsontwikkeling geheel onderbrengen in een apart transitiehoofdstuk. U kunt er ook voor kiezen om ze geheel te integreren in uw nieuwe omgevingsplan (als u zover bent met uw omgevingsplan). En er zijn vele tussenvarianten denkbaar, waarbij de regels deels in een transitiehoofdstuk staan en deels al in de integrale structuur.

De overgang van TAM-IMRO naar STOP/TPOD brengt gemeenten in een dubbele beweging. Aan de ene kant wordt gewerkt aan de opbouw van één integraal omgevingsplan, aan de andere kant moeten nieuwe initiatieven en gebiedsontwikkelingen al doorgang kunnen vinden. Die spanning tussen bouwen aan de structuur en openhouden van de winkel bepaalt in belangrijke mate de keuze waar de regels voor een gebiedsontwikkeling in het omgevingsplan worden geplaatst.

Gemeenten hebben daarvoor grofweg 3 opties:

  1. het opnemen van regels in een transitiehoofdstuk of -afdeling, of
  2. het direct onderbrengen van regels in de integrale structuur van het omgevingsplan, of
  3. combinaties van bovenstaande

Onderstaand bespreken we de 3 opties in meer detail.

Zowel werken met transitiehoofdstukken als wijzigingen in de integrale structuur  zijn juridisch toegestaan binnen STOP/TPOD. Ze verschillen in betekenis voor consistentie, beheerbaarheid en tempo van werken. 

De eerste twee opties kunnen worden gezien als uitersten op een spectrum. In de praktijk komen veel tussenvormen voor (de derde optie), waarbij een deel van de regels landt in een transitiehoofdstuk en een deel in de integrale structuur.