Laatst bijgewerkt: 11 november 2025

Deze kennishulp helpt u op weg om in uw college- of raadsprogramma te schrijven over de energietransitie, een complex thema dat veel gemeenten bezighoudt. Wij laten daarbij zien welke thema’s er spelen, wat daarbij landelijk is afgesproken en welke keuzes u lokaal kunt maken. Daarbij sorteren we niet voor op politieke keuzes, die zijn uiteindelijk aan ú om te maken.

Inleiding

Het belang van de energietransitie is duidelijk voelbaar binnen de lokale context van de gemeente. Zowel gemeente als inwoners komen dagelijks in aanraking met zaken die direct of indirect te maken hebben met de energietransitie. Dat is logisch want de energietransitie is verweven met andere thema’s zoals wonen, ruimte, mobiliteit en rechtvaardigheid. Door samenhangende keuzes te maken rond de energietransitie kunnen de gemeente en u als raadslid op al deze thema’s het verschil maken voor uw inwoners. 

In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over verduurzaming van de sectoren elektriciteit, mobiliteit, gebouwde omgeving, landbouw en industrie. Gemeenten spelen daarbij een sleutelrol, onder meer in het aardgasvrij maken van wijken en de Regionale Energiestrategieën. In dit artikel geven we u handvatten om met de energietransitie aan de slag te gaan. 

Lees meer over

Energie is een randvoorwaarde voor ontwikkelingen op het gebied van woningbouw, mobiliteit en bedrijvigheid en vraagt daarvoor veel ruimte. De huidige veranderingen op het gebied van energie vragen om een grootschalige verbouwing van het energiesysteem dat we hiervoor gebruiken. Met het energiesysteem bedoelen we alle (technische) onderdelen: van opwek met bijvoorbeeld zon en wind, opslag met bijvoorbeeld batterijen, tot kabels, leidingen en transformatorhuisjes in de buurt. 

Al deze onderdelen hebben ruimte nodig, zowel boven als onder de grond. Om de ruimtelijke puzzel passend te maken is het belangrijk om slimme keuzes te maken en de ruimte efficiënt te benutten. De gemeenteraad kan daarin lokale oplossingen ondersteunen, zoals energiehubs, slimme laadpleinen, opslag in de vorm van buurtbatterijen en warmtenetten. Op die manier worden vraag en aanbod van energie bij elkaar gebracht en de vraag naar elektriciteit beperkt. Dat ontlast het elektriciteitsnet, vergroot de betrouwbaarheid en maakt de gemeente minder afhankelijk van netverzwaring door de netbeheerder.

Denk voor uw college- of raadsprogramma na over de volgende punten:

  • Ruimte voor wind- en zonne-energie op land opnemen in het omgevingsplan, met aandacht voor natuurversterking (bijvoorbeeld door een zonneveld af te wisselen met water en groen), landschappelijke inpassing en draagvlak.
  • Lokaal eigendom van energieprojecten stimuleren, zodat inwoners kunnen mee-investeren en profiteren (lasten en lusten).
  • Bij woningbouwplannen voorwaarden stellen om netcongestie tegen te gaan.
  • Innovatieve en decentrale oplossingen stimuleren, zoals energiehubs (plekken waar aanbod van en vraag naar lokaal opgewekte energie bij elkaar komen) en slimme laadpleinen (waar bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met pieken in de energievraag bij het opladen van elektrische voertuigen).
  • Inzetten op solar carports: parkeerplaatsen die (deels) overdekt zijn met zonnepanelen, waardoor de functies parkeren en opwekken van energie worden gecombineerd.
  • Nadenken over slimme combinatie van zon, wind en opslag, zodat duurzame energie optimaal benut kan worden.
  • Samenwerken met netbeheerders, coöperaties en buurgemeenten.
  • Inzetten op verduurzaming van infrastructuur in gemeentelijk beheer, bijvoorbeeld door duurzame inkoop en gebruik van LED bij straatverlichting.

Lees voor meer informatie de raadgever Regionale Energiestrategieën

Uw gemeente heeft een belangrijke rol om inwoners, organisaties en ondernemers te helpen hun panden te verduurzamen en daarmee ook grip te krijgen op hun energierekening. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten een regierol hebben in de warmtetransitie. Maar hoe kunt u die regie vormgeven?

Denk voor uw college- of raadsprogramma na over de volgende punten:

  • De gemeenteraad kan kaders meegeven aan het college voor het warmteprogramma. Heeft uw gemeente bijvoorbeeld de ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn, of op een later moment? Hoe moeten inwoners en bedrijven bij de totstandkoming van het warmteprogramma worden betrokken?
  • Gemeenten krijgen naar verwachting vanaf half 2026 de bevoegdheid om onder voorwaarden te besluiten bepaalde gebieden van het gas af te halen. Dit moet uiteraard wel haalbaar en betaalbaar zijn voor inwoners, bedrijven en andere betrokken partijen. De raad neemt daarbij uiteindelijk het definitieve besluit door de wijziging van het omgevingsplan. Wil uw partij gebruik maken van deze optie en zo ja, onder welke voorwaarden?
  • Een ander belangrijk thema is de isolatieaanpak. Welke ambitie heeft uw gemeente voor het isoleren van gebouwen? Welke partijen betrekt de gemeente daarbij?  
  • Inwoners die in slecht geïsoleerde huizen wonen en een laag inkomen hebben, worden vaak extra geraakt door de stijgende energieprijzen (energiearmoede). Wat is de inzet van uw gemeente om deze doelgroep te ondersteunen?
  • Hoe zet de gemeente in op het verduurzamen van bedrijfspanden?
  • Gemeenten hebben zelf ook veel panden in bezit. Hoe gaat uw gemeente ervoor zorgen dat deze panden worden verduurzaamd? Welke ambitie heeft u daarbij? Hoeveel middelen mogen daarvoor worden ingezet?
  • Hoe ondersteunt uw gemeente de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed dat niet in bezit is van de gemeente, maar waar de verduurzamingsopgave kansen en uitdagingen biedt, zoals scholen en sportkantines?  

Lees voor meer informatie de raadgever Warmtetransitie in de gebouwde omgeving

Om minder afhankelijk te zijn van geïmporteerde olie uit andere landen, en om de CO2- uitstoot te verminderen, is inzetten op duurzamere en schonere mobiliteit van belang. Ook in een meer decentraal energiesysteem speelt mobiliteit een cruciale rol: bijvoorbeeld door elektriciteit van zonnepanelen op een woning die niet direct gebruikt wordt, op te slaan in de batterij van een elektrische auto en deze weer terug te leveren als de vraag groter is.

Gemeenten kunnen daarop sturen door het zogenoemde 'trias mobilica'-principe te volgen: 

  • Daarbij is de inzet eerst om noodzakelijke mobiliteit te verminderen, bijvoorbeeld door woon- en werkfuncties dichter bij elkaar te organiseren.
  • Daarna kunnen gemeenten sturen op het veranderen van mobiliteitsopties volgens het STOMP-principe, bijvoorbeeld door fietsen te stimuleren als volwaardig alternatief voor de auto voor korte en middellange afstand.
  • Als laatste kan de gemeente verduurzamen stimuleren, bijvoorbeeld door genoeg ruimte te geven voor elektrische (snel)laadpalen. 

Denk voor uw college- of raadsprogramma na over de volgende punten:

  • Stimuleer uw inwoners om te lopen en fietsen door zoveel mogelijk vrije fietspaden en goede fietsstallingen te realiseren bij stations en centrumgebieden en door fietsparkeernormen in te stellen. Werk samen met de provincie aan regionale fietsplannen, als onderdeel van Nationaal Toekomstbeeld Fiets.
  • Bevorder openbaar vervoer en het gebruik van schone, stille en zuinige auto’s en andere motorvoertuigen. Overleg of een milieu- of zero-emissiezone in uw gemeente van toepassing is.
  • Maak voor het plaatsen van laadinfrastructuur gebruik van de kennis en ondersteuning door de Nationale Agenda Laadinfrastructuur in de regio. Stuur niet alleen op voldoende laadpalen, maar ook op laadpleinen en bidirectioneel laden: dat houdt in dat de batterij van een voertuig ook kan leveren aan het net, bijvoorbeeld op momenten dat de energievraag hoog is.
  • Faciliteer deelmobiliteit om de noodzaak van individueel autobezit te verminderen en zo de verkeersdrukte en CO2-uitstoot te verminderen.
  • Geef als gemeente het goede voorbeeld door dienstreizen buiten de spits aan te moedigen en het eigen wagenpark te verduurzamen via elektrische voertuigen of voertuigen op alternatieve brandstoffen. Ook kunnen gemeenten fietsen en reizen met OV voor de eigen medewerkers aantrekkelijker maken en medewerkers de kans bieden hun werktijden te spreiden, om zo de spits te ontlasten.
  • Eis duurzame voertuigen bij het aanbesteden van Wmo- en leerlingenvervoer.
  • Voer grond-, weg- en waterbouw (GWW) met schoon materieel uit.
  • Controleer of het mobiliteitsbeleid bijdraagt aan afgesproken doelen van het Klimaatakkoord. Denk het stadscentrum autoluw maken, de parkeernorm verlagen, fietspaden aanleggen en laadpalen plaatsen.
  • Stel samen met de provincie en andere gemeenten een regionaal mobiliteitsprogramma op en voer dit integrale plan voor duurzame mobiliteit uit. Betrek hierbij ook andere maatschappelijke partners.

Lees voor meer informatie de Raadgever mobiliteit

Ook de industrie moet verduurzamen om klaar te zijn voor de toekomst en uiteindelijk de klimaatdoelen te halen. Veel gemeenten hebben te maken met Cluster 6 bedrijven in hun gemeenten.  Deze lokale bedrijven zijn sterk verbonden met hun omgeving, bieden werkgelegenheid en dragen bij aan de identiteit van een stad of dorp. Ze maken veel producten die we dagelijks gebruiken zoals papier, glas, bakstenen en levensmiddelen. Deze bedrijven gebruiken veel energie, maar kunnen ook hun restwarmte of -materialen lokaal (her)gebruiken. Gemeenten kunnen helpen bij deze opgaven, bijvoorbeeld door de weg vrij te maken voor de realisatie van warmtenetten, netverzwaring of circulaire initiatieven.

Denk voor uw college- of raadsprogramma na over de volgende punten:

  • Stimuleer industrie nabij wind- en zonne- energieopwekking (en vice versa) en opslag van energie om processen te verduurzamen en energiekosten te verlagen.
  • Zet in op warmteopslag.
  • Stimuleer samenwerking op bedrijventerreinen bijvoorbeeld door groepscontracten.
  • Zet in op een gezamenlijke regio-aanpak waarbij de verduurzaming van deze bedrijven in lijn wordt gebracht met de opgaven en timing in de gemeente. Dan ontstaan combinatievoordelen, bijvoorbeeld om netcongestie te verminderen of restwarmte te gebruiken.

Hoe staat uw gemeente ervoor?

Op waarstaatjegemeente.nl verzamelt de VNG gegevens die een beeld geven van de voortgang van de energietransitie bij gemeenten. Voor meer inzichten in de energietransitie in de gebouwde omgeving in uw gemeente, bekijk de Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving (DEGO) en het Wijkpaspoort