VNG Magazine nummer 19, 6 december 2019

Tekst: Leo Mudde | Beeld: Erald van der Aa

Weinig rechtenstudenten zullen zeggen: ik word gemeentejurist. Dat is jammer, vinden René Verhulst en Vera Voigt. Want een jurist die echt iets wil doen voor de samenleving, kan het best terecht bij een gemeente. Niet, zoals vroeger, om te kijken wat niet mag. Maar vooral om mee te denken over wat er allemaal mogelijk is. En boeiend is het zeker: waar anders kom je rechtstreeks in aanraking met zoiets als jihadisme?

Vera Voigt, gemeentejurist

Ze is een goed bewaard geheim, de beroepsopleiding gemeentejuristen. Vooral veel niet-juristen zullen er zelden van gehoord hebben. Toch bestaat de postacademische opleiding, kortweg BGJ genoemd, al sinds 2002. Het doel van de oprichters van de stichting onder wier vlag de opleiding inhoud wordt gegeven, was – en is – ‘de verbreding en verdieping van kennis en vaardigheden die nodig zijn voor een goede uitoefening van het beroep van gemeentejurist’.

Voor de goede orde: afstuderen als gemeentejurist kan niet. Zoals er wel masteropleidingen zijn als arbeidsrecht, civiel recht of jeugdrecht, om er maar een paar te noemen, zo bestaat er geen master gemeentejurist. Op de website van de Haagse Hogeschool staat in het rijtje van mogelijke beroepen voor de hbo-jurist wel ‘handhavings- of bezwaarjurist bij een gemeente’, maar dat is toch iets anders.

Kloof dichten

De BGJ, ondergebracht bij de Radboud Universiteit in Nijmegen, wil de kloof tussen universiteit en de beroepspraktijk dichten door de academische kennis te verbreden naar actuele maatschappelijke thema’s en te verdiepen door de samenhang tussen de rechtsgebieden te verduidelijken. Daarnaast belooft de opleiding vaardigheden over te dragen die de jurist nodig heeft om met gezag te kunnen adviseren in een politiek-bestuurlijke omgeving.

De voorzitter van de Stichting Beroepsopleiding Gemeentejuristen wordt geleverd door de VNG. Nu is dat burgemeester René Verhulst van Ede. Hij noemt ‘de gemeente’ een aantrekkelijke werkgever voor juristen. ‘Stel’, zegt hij, ‘dat je onderzoek wilt doen naar jihadisme. Grote kans dat je in je studeerkamer of bibliotheek nooit concreet met het onderwerp in aanraking komt, maar bij de gemeente hebben we er rechtstreeks mee te maken. Syriëgangers moeten straks ergens kunnen wonen. Ze hebben geen papieren, welke nationaliteit hebben de kinderen? Wat doe je met de maatschappelijke onrust? Allemaal zaken waar juridische kanten aan zitten en die dus razend interessant zijn.’

Uitdaging

Verhulst schudt de voorbeelden van gemeentelijke praktijken met juridische kanten uit de mouw: contracten, aanbestedingen, ondermijning, bevoegdheden van de burgemeester, bestuurlijke handhaving, cybercriminaliteit. ‘De gemeente staat vooraan in het maatschappelijk debat. Voor juristen die iets willen bijdragen aan de samenleving, is de gemeente een aantrekkelijke plek om te werken.’

Alleen, studenten moeten daarvan nog overtuigd worden. Verhulst, zelf jurist: ‘Weinigen zullen tijdens hun studie zeggen: ik word gemeentejurist. De grote uitdaging is om hen ervan te overtuigen dat ze dat uiteindelijk toch worden.’

De BGJ staat open voor juristen met minimaal een jaar relevante werkervaring bij de decentrale overheid, bijvoorbeeld als beleidsmedewerker juridische zaken, juridisch controller of adviseur. Het niveau van de opleiding is postacademisch. Behalve voor gemeentejuristen met een master of doctoraal in de rechtswetenschappen, staat de opleiding ook open voor juristen van provincies en waterschappen. In uitzonderlijke gevallen worden ook hbo-juristen toegelaten die aantoonbaar op academisch niveau functioneren.

De beroepsopleiding richt zich dus niet, of niet alleen, op studenten maar ook op mensen die al aan de lokale praktijk hebben geroken, maar nog niet beschikken over de competenties die gemeenten tegenwoordig vragen van juristen. De steile jurist, die vooral weet wat niet mag en niet verder kijkt dan zijn eigen vakgebied, moet als het aan gemeenten ligt steeds zeldzamer worden. In plaats daarvan zoeken ze juristen die aan de voorkant van processen gaan zitten, meedenken in mogelijkheden en kansen in plaats van problemen en in plaats van achteraf zeggen wat niet mag, vooraf bekijken wat wél kan.

Tilburg

Tilburg werkt al zo. Gemeentejuristen waren daar bijvoorbeeld actief betrokken bij het burgerinitiatief om het Spoorpark, een verwaarloosd spoor- en industriegebied, te transformeren in een stadspark annex dagrecreatiegebied. Een goed voorbeeld van de moderne gemeentejurist, zegt Vera Voigt, teammanager juridische zaken.

In Tilburg werken alle juristen, op de echte vakspecialisten na, in één afdeling. Als er uit de gemeentelijke organisatie of het bestuur een adviesvraag komt, dan wordt die met het hele team besproken en vervolgens verdeeld aan een duo of trio juristen. Voigt: ‘Iedereen zit bij elkaar, dus alle kennis die hier in huis is, weet waar het over gaat. Een jurist kan niet alles weten, maar door twee of drie juristen aan elkaar te koppelen, kunnen we wel dat integrale advies geven waar om wordt gevraagd.’

Een goede gemeentejurist moet weten hoe de klant iets beleeft en wat de impact van een besluit is, in plaats van slechts een checklijstje afvinken met de instelling ‘de wet zegt dat het niet mag’. Dat is, zegt Voigt, een groot verschil met de klassieke jurist. ‘Makkelijk is het niet. Juristen zijn vanuit de traditionele opleidingen getraind om een pleidooi voor de rechter te houden, te praten over artikel zoveel sub b en er flink wat jurisprudentie tegenaan te knallen. Maar dan mis je waar je het eigenlijk voor doet en wat je als gemeente echt wilt bereiken.’

Hier vind je de bijzondere, grappige en complexe dossiers

Intrinsieke motivatie

De concurrentie op de markt van juristen is groot. De grote advocatenbureaus betalen meer dan gemeenten kunnen bieden. Voigt deelt de mening van Verhulst dat er een intrinsieke motivatie moet zijn om gemeentejurist te worden: ‘Als het je om geld gaat, moet je niet bij de gemeente gaan werken. Maar als je het belangrijk vindt om een bijdrage aan de maatschappij te leveren, dan wel. Bij een advocatenkantoor word je verkokerd ingezet, daar zeggen ze: dit is je vakgebied, punt. Bij de gemeente maak je echt alles mee, van a tot z. Hier vind je de bijzondere, indrukwekkende en complexe dossiers, die kom je op een advocatenkantoor niet vaak tegen. Ik zie ook dat mensen vanuit de advocatenbureaus naar ons komen. Dat is onder meer omdat mensen de balans tussen werk en privé toch steeds belangrijker gaan vinden, en omdat ze hier een meerwaarde voor de stad kunnen creëren. Dat is een ander belang dan ze gewend zijn.’

Saus

Wat niet wil zeggen dat de gemeentejurist het rustig aan kan doen. ‘Natuurlijk moet je gewoon kilometers maken en je basis, je juridische kennis, op orde hebben. Maar er is zo’n saus overheen gekomen die het werk gevarieerd maakt, dat maak je nergens anders mee.’

Dat Voigt, lid van een G40-werkgroep die het beroep van gemeentejurist moet promoten, en Verhulst aandacht vragen voor nut en noodzaak van professionele gemeentejuristen, heeft ook alles te maken met de arbeidsmarkt. De vijver waaruit kan worden gevist, is klein, zegt Voigt. ‘Wij proberen zo min mogelijk met externe inhuur te werken, maar als het dan toch moet dan blijkt het heel lastig mensen te vinden, ook bij commerciële bedrijven. Tilburg heeft mij als manager ook uit een kleine gemeente geplukt met behulp van een soort headhunter, nadat ze ik weet niet hoeveel sollicitaties hadden gedaan en met interimmers werkten. De juristen die hier zitten, zijn er over het algemeen al lang. Ze vinden het leuk om mee te gaan in de ontwikkeling en ze snappen dat ze anders naar de samenleving moeten kijken, door een andere bril dan ze gewend zijn, maar er mag best wel wat vers bloed in de gemeente komen.’

Meer informatie over de Stichting Beroepsopleiding Gemeentejuristen staat op gemeentejurist.nl