Jurisprudentie Plan van Scholen (WPO)

Raad van State, 27 augustus 2008,  zaaknummer 200800838/1, Haarlem 
De staatssecretaris baseerde zich bij het onthouden van goedkeuring van het Plan van Scholen op onjuiste gegevens.

Raad van State, 7 mei 2008, zaaknummer 200705509/1, Haarlem 
De directe meting speelt slechts een beperkte aanvullende rol, voor het geval de ingevolge artikel 75, eerste lid, aanhef en onder a, van de WPO over te leggen prognose van het gemeentelijk belangstellingspercentage, berekend op basis van de indirecte meting, onvoldoende gegevens oplevert voor de bepaling van de behoefte. Uitgegaan moet worden van de indirecte meting, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals een van de gemeente als geheel afwijkende bevolkingssamenstelling in het voedingsgebied.


Raad  van State, 23 januari, zaaknummer 200703622/1, Breda
De instelling die om plaatsing van een school op het plan verzoekt, bepaalt de omvang van het voedingsgebied.
Indien een door een instelling gekozen voedingsgebied binnen de grenzen van de gemeente valt, waarin de school wordt gevestigd, moet bij de beoordeling van het verzoek van dat voedingsgebied worden uitgegaan, tenzij bijzondere omstandigheden tot de conclusie nopen dat onvoldoende leerlingen uit het gekozen voedingsgebied zullen kunnen worden aangetrokken om binnen vijf jaar aan de voor de gemeente geldende stichtingsnorm te voldoen. Natuurlijke en infrastructurele belemmeringen zijn niet zonder meer als zodanige omstandigheden aan te merken.

Raad van State, 9 januari 2008,  zaaknummer 200703448/1, Maasbree
Een stichting voor openbaar onderwijs kan niet worden aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 80 van de WPO, nu uit artikel 75, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 72, tweede lid, van de WPO volgt dat indien een openbare school in stand wordt gehouden door een stichting, de procedure voor het stichten van een openbare school niet aanvangt met een verzoek van de desbetreffende stichting, maar met een voorstel van het college aan de gemeenteraad. Dat de Stichting feitelijk een verzoek aan de gemeenteraad heeft gedaan, maakt niet dat zij daarmee alsnog als verzoeker in de zin van artikel 80 kan worden aangemerkt.

Raad van State, 4 juli 2007, zaaknummer 200700913/1, Heerhugowaard 

Raad van State, 4 juli 2007, zaaknummer
200701092/1, Etten Leur
Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 27 juni 2007, in zaaknr. 200700272/1 heeft overwogen, ziet artikel 78 van de WPO op de openbare school en de bijzondere school, gelegen binnen redelijke afstand, waarop plaatsruimte aanwezig is.Het artikel maakt geen onderscheid tussen hoofd- of nevenvestigingen dan wel dislocaties. Of de plaatsruimte aanwezig is op een dislocatie dan wel hoofd- of nevenvestiging is derhalve voor de toepassing van dit artikel niet van belang.

Raad van State, 27 juni 2007, zaaknummer 200607820/1, Leiden 

De WPO verbiedt een keuze voor een voedingsgebied dat zich uitstrekt over meer dan een gemeente niet en het bevoegd gezag heeft in beginsel derhalve de vrijheid daartoe over te gaan. Dit betekent, gelet op het stelsel van de WPO, evenwel niet dat op dit punt geen enkele beperking zou gelden en willekeurig elk voedingsgebied zou kunnen worden gekozen. Tussen het gekozen voedingsgebied en de gewenste plaats van vestiging van de school dient in zoverre een relatie te bestaan, dat aannemelijk moet zijn dat daadwerkelijk en in voldoende mate leerlingen uit het gekozen gebied zullen worden aangetrokken.

Niet valt in te zien dat de minister deze intentieverklaringen niet heeft mogen gebruiken bij de beoordeling of appellante aannemelijk heeft gemaakt dat daadwerkelijk en in voldoende mate leerlingen uit het door haar gekozen voedingsgebied zullen worden aangetrokken.

Raad van State,  27 juni 2007, zaaknummer 200700272/1, Amersfoort
Artikel 78 van de WPO ziet op de openbare school en de bijzondere school, gelegen binnen redelijke afstand, waarop plaatsruimte aanwezig is. Het artikel maakt geen onderscheid tussen hoofd-, of nevenvestigingen of dislocaties. Of de plaatsruimte aanwezig is op een dislocatie of hoofd-, of nevenvestiging is derhalve voor de toepassing van dit artikel niet van belang.

Dat deze uitleg van tekst en strekking van artikel 78 van de WPO met zich brengt dat er in een nieuwbouwwijk met dislocatie niet vaak een nieuwe school kan worden gevestigd, heeft ook verweerder onderkend. Ter zitting is van de zijde van verweerder opgemerkt dat een wijziging van de WPO op dit punt in voorbereiding is.

Raad van State, 18 april 2007, zaaknummer 200605096/1 (Amsterdam)
Onterecht afwijken van gemeentelijk belangstellingspercentage door hanteren van de directe meting als onderbouwing voor een stichtingsaanvraag.

Raad van State,  28 februari 2007,  zaaknummer 200602960/1  (Oestgeest)

Raad van State, 17 januari 2007, zaaknummer 200604145/1 (Den Haag)
Een verzoek van appellante (hierna: de Stichting) tot opneming van drie islamitische basisscholen in de wijken Centrum, Escamp en Laak in het scholenplan niet is ingewilligd.

Raad van State, 12 juli 2006;zaaknummer 200506849/1 (Amsterdam)
Koptische kerk is geen richting v.w.b. schoolstichting.

Raad van State,  7 december 2005, zaaknummer 200501690/1 (Oss)
Voedingsgebied kan over meerdere gemeenten + stichting heeft vrijheid daartoe over te gaan.

Raad van State, 1 september 2004, zaaknummer 200308593/1 (Amsterdam)

Raad van State, 1 september 2004, zaaknummer 2003008738/1(Utrecht)

Raad van State, 10 maart 2004, zaaknummer 200300693/1 (Almere)

Raad van State, 18 februari 2004, zaaknummer 200301077/1 (Schiedam)

Raad van State, 17 juli 2002, zaaknummer200106344/1 (Rijswijk)

Raad van State, 21 augustus 2002, zaaknummer200103065/1 (Zutphen)

Raad van State, 28 augustus 2002, zaaknummer 200202662/1 (Amsterdam)

Raad van State, 8 augustus 2001, zaaknummer 200101134/1 (Amsterdam)
De in artikel 76, eerste lid, genoemde termijn, is een fatale termijn. Op grond van 76, eerste lid, moet het verzoek voor 1 februari worden ingediend, hetgeen betekent dat het verzoek uiterlijk 31 januari moet zijn ontvangen. Aangetekende verzending op 31 januari is te laat.

Raad van State, 4 september 2000, zaaknummer 200002027/1 (Rijswijk)
Voorop gesteld zij dat de wet een keuze voor een voedingsgebied dat zich uitstrekt over meerdere gemeenten niet verbiedt en scholen in beginsel de vrijheid hebben daartoe over te gaan. Tussen het gekozen voedingsgebied en de gewenste plaats van vestiging van de school dient in zoverre een relatie te bestaan dat aannemelijk moet zijn dat daadwerkelijk en in voldoende mate leerlingen uit het gekozen gebied worden aangetrokken.

Raad van State, 17 juli 2000, zaaknummer 200000486/1 (Alblasserwaard)