Nummer 13, 8 september 2017 

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Jiri Büller

Een bliksemcarrière, zo mag de opmars van Joris Bengevoord in het openbaar bestuur wel genoemd worden. In maart 2010 werd hij in Tilburg actief voor GroenLinks, eerst als commissielid, anderhalf jaar later kwam hij in de raad. In april 2017 werd hij geïnstalleerd als burgemeester van zijn geboorteplaats Winterswijk – toen met 32 jaar de jongste burgemeester van Nederland. En daarmee de drager van de ‘rode lantaarn’, die prominent op de dossierkast in zijn werkkamer staat.


Toen bekend werd dat hij de nieuwe burgemeester van Winterswijk werd, stonden de media in de rij voor een interview. Niet alleen omdat hij jong is, of van GroenLinks (geen grootleverancier van burgemeesters), maar ook omdat hij samenwoont met BN’er Arijan van Bavel, de acteur die het grote publiek kent als Adje, de sidekick van Paul de Leeuw.
Nee, zegt Joris Bengevoord, het was nooit zijn ambitie om burgemeester te worden. Hij was ondernemer, had een theaterproductiebedrijf en was directeur van het familiepretpark De Waarbeek in Hengelo. Daarnaast had hij het prima naar z’n zin als lid van de gemeenteraad van Tilburg, de stad waar hij als achttienjarige naartoe verhuisde om daar bedrijfswetenschappen te gaan studeren. Dat hij als burgemeester terug zou keren naar de plaats waar hij is geboren en opgroeide, was voor hemzelf ook een verrassing. 
‘Ik was’, zegt hij, ‘niet iedere week de vacatures aan het bekijken om te zien waar een burgemeestersvacature was. Maar in 2016 gaf de burgemeester van Winterswijk aan dat hij met pensioen zou gaan. Ik kwam daar nog weleens en mensen vroegen mij: is dat niks voor jou? Ook via de sociale media zeiden vrienden die hadden gevolgd wat ik in Tilburg deed, dat ik er toch eens over na moest denken. Dan ga je eerst tien redenen bedenken waarom je het niet zou doen…’

Zoals?
‘Te jong, geen directe ervaring in het openbaar bestuur, dat zijn er al twee die toch wel relevant zijn. Nou ja, toen heb ik er eens over gesproken met een aantal mensen, met een paar goede vrienden, iemand die ook zelf burgemeester is. En hoe is het om terug te gaan naar je geboortedorp? Je bent hier als jongen weggegaan en je komt als burgemeester terug. Kan ik dat, wil ik dat? Naarmate ik meer van die gesprekken had, werd ik steeds enthousiaster. Mensen zeiden: dat verbindende, dat communicatieve, dat zit in jou, je bent open, je moet het toch maar eens proberen. Ik had niks te verliezen, als ik het niet zou worden had ik nog steeds een heel leuk leven met de dingen die ik deed in mijn bedrijf en in de politiek.’

Als niet Winterswijk voorbij was gekomen, maar een andere gemeente, had u dan ook gesolliciteerd?
‘Nee, ik wilde geen burgemeester worden, maar burgemeester van Winterswijk. Het is heel mooi als je de kans krijgt in je eigen geboorteplaats burgemeester te worden.’

Door dat te zeggen, committeert u zich eigenlijk ook voor zes jaar, minstens. Er lijkt een trend van burgemeesters die het na vier jaar wel tijd vinden voor iets anders. 
‘Mijn twee voorgangers hebben hier allebei tot hun pensioen gezeten. Ik kan in ieder geval beloven dat ik dát niet ga nadoen. Ik ben nu nog vooral bezig met het vak me eigen te maken, het is veel te vroeg om na te denken over wat er misschien in de toekomst gaat gebeuren.’ 

Dus als over vier jaar GroenLinks wél gaat meedoen in een kabinet, hoeven ze niet met Winterswijk te bellen?
‘Je moet in de politiek nooit nooit zeggen, maar mijn hart ligt in het lokaal bestuur. Ik wil nu tussen de mensen staan en met hen aan de slag gaan. Iedereen moet doen waar hij of zij het best op z’n plek zit, ik voel me in het lokaal bestuur als een vis in het water.’

Nog even over uw leeftijd: is het woord ‘snotneus’ al gevallen?
‘Toen Fons de Poel dat over Jesse Klaver zei, vroeg ik me wel af of je dat als journalist moet doen. Ik was niet boos of zo, ik vond het vooral onhandig. Het is niet de manier waarop je met elkaar om zou moeten gaan. Maar nee, hier heb ik het nog niet gehoord, ook niet in gekscherende zin. Natuurlijk hoor je wel, vooral van ouderen: wat moeten we met zo’n jong iemand? Maar nu ik even bezig ben, merk ik dat er wel veel vertrouwen is.’

Misschien is jong zijn wel een voordeel, als burgemeester.
‘Dat kan zeker. Maar weet je, het is even leuk, de jongste zijn, met die rode lantaarn. Maar na een tijdje moet je dat ook wel loslaten. Ik wil nu vooral de béste burgemeester zijn. Leeftijd is leuk, maar het gaat toch vooral om persoonlijkheid. Ik ben me er overigens wel van bewust hoor, dat ik jong overkom. Ik pas me wel aan, met een pak en een stropdas.’

Een stropdas? GroenLinks is toch een beetje van het anti-establishment?
‘Ik ben van GroenLinks, maar ik vertegenwoordig wel een ambt en mensen verwachten dat de burgemeester er netjes bij loopt. Het zit me niet in de weg.’ 

Ik pas me wel aan, met een pak en een stropdas

Het blijft opmerkelijk, van GroenLinks-raadslid in één sprong naar de bestuurlijke elite van Nederland. Ineens bent u lid van het deftige Nederlands Genootschap van Burgemeesters, de beroepsgroep die volgens politicoloog Benjamin Barber de wereld zou moeten regeren.
‘Tja, bestuurlijke elite… Daar heb ik nooit over nagedacht. Het voelt totaal niet zo, maar het is inderdaad een feit. Het was in ieder geval geen bewuste keuze. Het leuke is: er is ook een genootschap van burgemeesters onder de veertig. Op de avond van de installatie werd ik toegelaten tot de appgroep van jonge burgemeesters. Het is ook mooi om te zien hoe collegiaal burgemeesters met elkaar omgaan, dat is toch een wereld waar je als raadslid weinig zicht op hebt. Hier in de Achterhoek ben ik in ieder geval blij met de collega’s met wie ik kan sparren. Je kunt het met elkaar oneens zijn, maar de basishouding naar elkaar toe is heel positief.’

De Achterhoek is de wereld niet. Barber legde de Grote Problemen van de wereld op het bordje van de burgemeester.
‘Dat gaat wat ver. Maar dat de burgemeester een rol kan spelen bij het verbinden van groepen mensen, dat klopt. Die rol verwacht men ook steeds meer van ons. Als je af en toe wat tolerantie aan de samenleving kunt toevoegen, zou dat wel mooi zijn. De eerste jaren dat ik in Tilburg woonde, heb ik Johan Stekelenburg meegemaakt. Dat was echt een burgemeester die wist te verbinden. In zo’n rol kun je in ieder geval een bijdrage leveren aan de oplossing van problemen. Stekelenburg is wel een voorbeeld voor mij. (Staat op en loopt naar de kast) Toen bekend werd dat ik burgemeester werd, kreeg ik deze mooie brief van zijn vrouw, en zijn pasje van de Eerste Kamer. Een bijzondere eer.’

Over grote problemen gesproken: in Tilburg gaat het vaak over de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en ondermijning van het openbaar bestuur. Burgemeester Noordanus trekt in Brabant de kar. Speelt het ook in Winterswijk?
‘Natuurlijk hebben wij er ook last van. We zijn een grensgemeente, meer dan 60 procent van onze gemeentegrens is ook de landsgrens. Het is wel een beetje de pech van Tilburg dat daar veel wordt onderzocht, waardoor het lijkt alsof de problemen daar groter zijn dan elders. Ik heb respect voor Peter Noordanus, hoe hij daar met zijn taskforce en met zijn onvermoeibare strijd ervoor probeert te zorgen dat burgemeesters ook de middelen krijgen om die ondermijning tegen te gaan.
‘Er is een soort parallelle samenleving aan het ontstaan waarin mensen hun eigen regels hebben en hun vinger 
opsteken tegen de overheid, een samenleving waarin jongeren ervoor kiezen niet naar school te gaan omdat ze zien dat ze in de drugswereld een dikke Mercedes kunnen rijden, want dat zien ze bij hun buurjongen. De strijd tegen die tweedeling, dat is de échte strijd die we moeten aangaan. Het is hier nog niet zo erg als in Brabant, maar het kan wel die kant opgaan. Het is zaak de gemeenten en vooral de samenleving weerbaar te maken. Mensen moeten aan de bel trekken als ze iets zien waarvan ze denken: dat is niet in de haak – ook als het de buurman betreft. Ik zie het als een opdracht om daarmee aan de slag te gaan.’

Wat is u het afgelopen halfjaar opgevallen?
‘Je zit hier als bestuurder veel dichter op de inwoners dan in de grote stad. Mensen kennen je, als ik in de supermarkt loop, word ik aangesproken: “Zo, eet de burgemeester ook boterhamworst?” Maar ook over serieuzere zaken. In een stad als Tilburg is dat toch een stuk minder. Ik word in Winterswijk als burgemeester meer benaderd dan in Tilburg als volksvertegenwoordiger. Maar het is breder, mensen weten hier de politiek in het algemeen snel te vinden.
‘En wat ik heel mooi vind, is de samenwerking met Duitsland. We hebben zes Duitse buurgemeenten, de besturen van de Kreis waren ook allemaal bij mijn installatie. Het is ook grappig om te zien dat de rechtstreeks gekozen burgemeester in Duitsland nog wel iets meer in aanzien staat dan hier. Mijn Duitse collega’s hebben mij ook geadviseerd: als je ons bezoekt en je zegt dat je Joris Bengevoord bent en een afspraak hebt met de burgemeester, dan mag je in de wachtkamer plaatsnemen. Maar als je zegt dat je de Bürgermeister von Winterswiek bent, wordt de rode loper uitgerold.’

Johan Stekelenburg is een voorbeeld voor mij

U bent homoseksueel, burgemeester en u woont samen met een BN’er. Sinds de Onno Hoes-affaire is dat een brisante cocktail. Zit u daarmee in een hogere risicoschaal?
‘Nee, totaal niet. Wat met Onno Hoes is gebeurd, is vooral heel triest voor de betrokkene zelf. Voor mij is het homo-zijn geen lifestyle. Ik ga wel naar de Gay Pride, maar vooral omdat het een leuk feestje is en omdat ik wil uitdragen dat ik vind dat iedereen in Nederland zichzelf moet kunnen zijn. Het is niet voor niets dat artikel 1 van onze Grondwet hier op tafel staat. Het homo-zijn hoort bij mij, maar het beïnvloedt niet mijn hele leven.
‘Veel mensen zeiden wel: wat goed dat Winterswijk voor een homoseksuele burgemeester heeft gekozen. Voor mij is het geen moment een item geweest. Ik ben me ervan bewust dat ik met een bekende Nederlander samenwoon, dat is natuurlijk voor allerlei bladen interessant. Maar ik heb niet het idee dat ik daardoor chantabel ben. Ik heb ook geen rare mails of anonieme brieven gehad, totaal niet.’

Ik vraag het omdat de tolerantie jegens minderheden, waaronder de LHBTG-gemeenschap, onder druk staat. Een burgemeester kan daar misschien tegenwicht aan bieden.
‘Zeker, dat kan vaak door kleine dingen. Ik ontmoette bij een iftarmaaltijd een Syrisch meisje van tien jaar. Zij wilde heel graag een dag met mij meelopen. Dat is gebeurd, ik had een kleine ambtsketen laten maken en we bezochten een aantal feesten die toevallig werden gehouden in de buurtschappen rond de Winterswijkse kern. Zij was die dag mijn assistente, dus ze mocht ook als eerste het woord voeren. Dan staat daar zo’n meisje uit Syrië, amper een jaar hier, in zo’n feesttent een verhaal te houden ten overstaan van het bierdrinkende volk. Dat vind ik super.’

U was directeur van een pretpark. Profiteert u nu van die ervaring?
‘Ik zou Winterswijk in ieder geval niet een groot pretpark willen noemen, er staan hier geen kassa’s bij het loket burgerzaken. Maar overeenkomsten in het besturen zijn er wel. Als directeur moet je mensen overhalen om naar jouw park te komen, als burgemeester probeer je samen met je wethouder Economische Zaken bedrijven over te halen zich hier te vestigen. Dat gastheerschap, dat is wel iets wat beide functies in zich hebben. Ik was daar het boegbeeld van een organisatie, dat ben ik hier ook.
‘Als directeur had ik ’s zomers te maken met een organisatie van 60, 65 mensen. Je kunt bezoekers alleen een fijne dag bieden als het personeel gemotiveerd is. Het belang van gemotiveerde mensen speelt natuurlijk ook bij een gemeente. Dat ik heb geproefd van de bedrijfswereld en dat ik weet hoe een ondernemer denkt, is goed.’

Die studie bedrijfswetenschappen is dus niet voor niets geweest?
‘Absoluut niet, het is nog steeds handig dat ik snel begrotingen kan lezen.’

 

Naschrift
Enkele lezers blijken gegriefd door een van de vragen in het interview met burgemeester Joris Bengevoord van Winterswijk. De suggestie zou zijn gewekt dat de combinatie homoseksueel, burgemeester en samenwonend met een BN'er een brisante cocktail is. Dat is geenszins onze bedoeling geweest. Dat enkele lezers dit op deze manier hebben opgevat, spijt ons.
Redactie VNG Magazine.