Nummer 1, 2016

Europa, het Rijk en provincies hebben vele miljoenen euro’s beschikbaar voor subsidies aan gemeenten. Onder meer door gebrek aan kennis lopen veel gemeenten echter subsidiegeld mis. 


Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum en Rheden telden hun knopen en richtten het Intergemeentelijk Subsidie Bureau (IGS G5) op. Met succes: voor iedere euro aan kosten voor het bureau kwamen er vorig jaar zeventien terug aan subsidiegeld.

Auteur: Paul van der Zwan

Veel gemeenten hebben de laatste jaren door de economische crisis minder vlees op de botten. De decentralisaties maakten het er niet beter op; gemeenten moeten deze taken uitvoeren met minder geld dan er daarvoor voor beschikbaar was. Bezuinigen bleek vaak onontkoombaar.

Daarnaast zochten veel gemeenten naar nieuwe inkomstenbronnen. Zo ook de vijf Gelderse gemeenten Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum en Rheden. ‘Zij realiseerden zich dat zij hun ambities deels ook kunnen verwezenlijken met andermans geld’, aldus Tony Krijnse Locker, ambtenaar van de gemeente Renkum en adviseur van IGS G5.

Daarbij gaat het vooral om subsidiegeld van de provincies, het Rijk, Europa en nationale fondsen zoals banken en particuliere stichtingen. De mogelijkheden zijn groot, zo zegt Han Temmink, ambtenaar van de gemeente Arnhem en adviseur van IGS G5. ‘De meeste kansen liggen voor onze gemeenten bij de provincie Gelderland. Dat is een rijke provincie en dat is in ons voordeel.’ Maar vergeet ook Brussel niet. Daar is in 2014 een nieuwe tranche opengesteld voor de periode 2015-2020. Temmink: ‘Dan praten we over miljarden euro’s aan subsidies.’ Of neem het A+O fonds waar iedere gemeente een beroep op
kan doen voor bijvoorbeeld subsidies voor opleidingen bij reorganisaties.

Het subsidiegeld komt uiteraard niet zomaar binnen, dat vergt kennis van regels en procedures. Temmink: ‘Een aanvraag bij de provincie is bijvoorbeeld anders dan bij Europa. Brussel eist veel meer samenwerking van gemeenten met overheden uit andere landen, bedrijven en kennisinstellingen. Bovendien zijn de procedures ingewikkelder.’

En aan die kennis ontbreekt het nogal eens. Krijnse Locker: ‘Subsidies zijn bij kleine gemeenten vaak een ondergeschoven kindje. Daar hebben ze dan
0,1 fte voor beschikbaar. Dat is te weinig om er echt werk van te maken en voldoende kennis op te doen.’

Voeg daarbij dat het subsidielandschap snel wisselt. Iedere drie maanden verandert er wel weer iets. ‘Als je dat niet goed bijhoudt, loop je achter en kun je bij het aanvragen van subsidies achter het net vissen’, aldus Krijnse Locker.

Gebrek aan kennis over subsidies kan gemeenten dus geld kosten. Maar ook het omgekeerde geldt: investeren in subsidiekennis loont. Dat realiseerden de gemeentesecretarissen van de vijf Gelderse gemeenten zich vijf jaar geleden ook. Zij staken de koppen bij elkaar en besloten samen te werken om meer subsidies te verwerven en om van elkaar te leren. Het Intergemeentelijk Subsidie Bureau was geboren.

No cure no pay

Het Intergemeentelijk Subsidie Bureau is sinds 2011 onderdeel van de intergemeentelijke samenwerking tussen Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum en Rheden. Han Temmink en Tony Krijnse Locker werken als ambtenaar vanuit het gemeentehuis van Renkum voor het subsidiebureau.

Zij bieden informatie over subsidieregelingen, maken subsidiescans voor projecten en helpen bij het aanvragen van subsidies bij provincie, Rijk, Europese Unie of nationale fondsen. Sinds dit jaar zijn beiden een halve tot een hele dag per week bereikbaar in elk van de vijf gemeenten. Zo werken zij aan een steeds grotere bekendheid. Dat was volgens Temmink ook wel nodig. ‘Het subsidiebewustzijn op de werkvloer en bij het management kon wel een impuls gebruiken.’ Daar komt bij dat medewerkers vaak niet zitten te springen om het werk dat subsidies met zich meebrengen. ‘Als de subsidie eindelijk is toegezegd, moet een maatregel nog worden uitgevoerd. Dat moet je verantwoorden en pas dan komt het geld. Veel werk, waar ambtenaren soms tegen opzien.’

Toch groeit volgens beide adviseurs van het subsidiebureau de animo bij de vijf gemeenten. Dat heeft mede te maken met de goede financiële resultaten en de steeds grotere bekendheid van het bureau. Bovendien hoeven de gemeenten het bureau pas te betalen als dat met resultaten komt. Krijnse Locker: ‘Het is een soort no cure no pay-principe. Een gemeente die de helft van de subsidie-inkomsten binnenhaalt, betaalt ook de helft van de kosten van ons bureau. Dat pragmatische verdienmodel blijkt tot de verbeelding te spreken.’

Het IGS G5 kent volgens beide adviseurs louter voordelen: het heeft verstand van subsidies, het ontzorgt, biedt meer kans op subsidies en kost altijd minder dan het oplevert.

Het bureau werkt samen met een extern subsidieadviesbureau met jarenlange ervaring met subsidievraagstukken. Temmink: ‘Wij vormen in feite de front office, zij de back office.’

Veel praten

Temmink en Krijnse Locker werken namens het bureau voor de vijf gemeenten. Temmink: ‘Zeker in het begin voelde ik me nog geen specialist; ik ben verkeersplanoloog en moest me in de materie inwerken.’ Dat deed hij samen met Krijnse Locker vooral door zich veel te laten zien bij de gemeenten en veel te praten. ‘We hebben veel energie gestoken in onze zichtbaarheid en herkenbaarheid. De gemeenten moeten weten wie we zijn en wat we voor hen kunnen betekenen. Anderzijds moeten wij weten welke ambities de gemeenten hebben en met welke concrete projecten ze bezig zijn. Alleen dan kun je succesvol zijn bij het aanvragen van subsidies.’

De adviseurs pakten het grondig aan. Ze zaten een halve dag per week op de vijf gemeentehuizen. Ambtenaren kunnen bij hen terecht voor informatie over subsidieregelingen, subsidiescans voor projecten en voor subsidieaanvragen. Temmink en Krijnse Locker zijn aanspreekpunt voor mensen met vragen, zoeken mensen op en kunnen daardoor gemakkelijk subsidiekansen opsporen. En mochten ze iets niet weten, dan kunnen ze terecht bij een gespecialiseerd commercieel bureau. Temmink: ‘Daarmee hebben we een raamcontract gesloten. Kunnen wij het niet aan dan schakelen we hen tegen een voordelig tarief in.’

Voordelen

Hoewel het bureau over meer kennis en ervaring beschikt, heeft het IGS G5 belangrijke voordelen. Krijnse Locker: ‘Bij het beoordelen hoe kansrijk een subsidieaanvraag is, ontraden wij die makkelijker dan het commerciële bureau, dat graag uren schrijft. Wij kosten pas geld als het iets oplevert voor de subsidie aanvragende gemeente.’

IGS G5 werkt niet alleen voor de vijf gemeenten. Ook ondersteunt het bureau in bepaalde gevallen stichtingen en bedrijven. Temmink: ‘Vaak is dan sprake van betrokkenheid of een samenwerkingsverband met de gemeente.’

Het werk van het subsidiebureau betaalt zich inmiddels uit. In de afgelopen drie jaar hebben zij in totaal twaalf miljoen euro aan subsidies binnengehaald voor de vijf gemeenten. De verhouding tussen kosten en baten bedraagt één tot vijftien. 2014 was het beste jaar met een verhouding één tot eenentwintig. Het afgelopen jaar was wat minder, één op zeventien, maar dat kwam voornamelijk door externe factoren. Temmink: ‘Na de Provinciale Statenverkiezingen hebben subsidieprogramma’s stilgelegen. Dat heeft zeker een halfjaar geduurd.’

En wellicht zit er nog meer in voor de vijf gemeenten. Temmink en Krijnse Locker overwegen om vanaf dit jaar een hele dag per week in elk van de gemeenten te gaan zitten. Misschien valt er nog wel meer uit de subsidie­potten te halen.

Subsidieregelingen

Het arsenaal aan subsidieregelingen waar gemeenten een beroep op kunnen doen, is groot. Europa, het Rijk, de provincie en particuliere fondsen bieden veel mogelijkheden. Een greep uit die regelingen.

Europa kent onder meer het EFRO-programma om economische verschillen tussen Europese regio’s te verkleinen, een interregionaal programma Noordwest Europa om innovatie, duurzaamheid en Europese samenwerking te stimuleren en Life, een programma voor het ontwikkelen en uitvoeren van het Europese natuur-, milieu- en klimaatbeleid.

Het Rijk heeft bijvoorbeeld de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie op grond waarvan gemeenten subsidie kunnen krijgen voor het plaatsen van zonnepanelen op daken van gemeentelijke gebouwen. Daarnaast is er onder andere de Green Deal voor het stimuleren van elektrisch rijden; daarbij is het installeren van laadpalen subsidiabel. Ook de Bommen­regeling is er één van het Rijk: gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor het laten ruimen van explosieven.

Subsidieregelingen van de provincie gaan vaak over mobiliteit, natuur, gebiedsontwikkeling, leefbaarheid en economie. Zo kent Gelderland de regeling Vitaal Gelderland op grond waarvan gemeenten een bijdrage kunnen krijgen voor onder andere landschapsinrichting, de aanleg van een fietspad, bouw en verbouw van gemeenschapsvoorzieningen en herstructurering van bedrijventerreinen.

En ook bij particuliere fondsen kunnen gemeenten terecht voor subsidie. Zo is er het Bouwfonds Cultuurfonds dat wil bijdragen aan de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte en het Oranjefonds voor meer sociale samenhang en leefbaarheid in wijken.