Nummer 3, 2016

Overvolle opvanglocaties, geen doorstroom uit azc’s naar huurwoningen, intimidatie van homo’s en een afkalvend draagvlak onder de bevolking. En aan de stroom vluchtelingen komt voorlopig nog geen einde.


Hubert Bruls, vicevoorzitter van de VNG en burgemeester van Nijmegen, over de dilemma’s en de weerbarstige praktijk in gemeenten.

Auteur: Leo Mudde

Hij schuift namens de VNG aan bij de ‘landelijke regietafel’ waarin gemeenten en Rijk afspraken maken over de aanpak van de vluchtelingenproblematiek. De uitkomsten vinden hun weerslag in een bestuursakkoord. Het eerste bestuursakkoord wordt binnenkort geëvalueerd, daarna starten de gesprekken over zijn opvolger.

Hubert Bruls’ eigen Nijmegen heeft al meer dan twintig jaar een asielzoekerscentrum binnen zijn grenzen. In de voormalige Prins Hendrikkazerne verblijven 325 mensen die wachten op een verblijfsvergunning of een woning. ‘Daar hoor je nooit iemand over, daar gebeurt ook vrijwel niets.’ Hij wil maar zeggen: er gaat ook heel veel góéd in azc’s.

Wat niet betekent dat er niets te verbeteren valt. Bruls is geen struisvogel, hij weet als geen ander van de problemen met de (nood)opvang, de doorstroming van noodopvang naar azc’s en weer verder naar een woning, de incidenten waarvan homo’s het slachtoffer zijn. Heumensoord ligt weliswaar in buurgemeente Heumen, maar op Nijmeegse grond. Heumensoord was al bekend als kamp waar jaarlijks tijdens de Nijmeegse Vierdaagse duizenden militairen verblijven, maar de laatste maanden kreeg het landelijk faam als de grootste noodopvang van Nederland. 
Bruls: ‘Daar wonen nu drieduizend mensen, maar ze gaan daar 1 juni weg. Begin juli worden hier de Special Olympics gehouden en op Heumensoord komt het Olympisch Dorp. Een paar weken later ontvangen we daar weer de militairen die aan de Vierdaagse meedoen. Ik mag hopen dat het COA hierover heeft nagedacht, want de mensen die er nu wonen, moeten wel ergens anders ondergebracht worden.

Niet voor eeuwig

Bij opvang gaat het om twee dingen, zegt Bruls: de opvang van de vluchtelingenstroom, en het gegeven dat de locaties niet voor eeuwig zijn. ‘Een jaar, een halfjaar, daarna komen ze vrij en moeten de mensen verhuizen. Ik heb echt veel bewondering voor het COA hoe het de afgelopen tijd de asielzoekers heeft opgevangen. Maar we hebben op het COA de afgelopen tien jaar erg bezuinigd, daarvoor betalen we nu de prijs.’
Heumensoord kan in Nijmegen en Heumen op sympathie van de bevolking rekenen. De spanningen die er zijn, spelen vooral tussen de bewoners van het tentenkamp onderling. Bruls: ‘Alles zit er door elkaar, christenen en moslims, Syriërs en Eritreeërs, homo’s en homohaters. Dicht op elkaar, je hoort alles. Eerlijk gezegd vind ik het nog meevallen wat er aan incidenten gebeurt.’
Zowel de Nationale ombudsman als het College voor de Rechten van de Mens plaatste vorige week kritische kanttekeningen bij de leefomstandigheden in het kamp. Voor Bruls kwamen ze niet als een verrassing.

De intimidaties en bedreigingen aan het adres van homo’s zijn reëel. Wat kunt u daar, als burgemeester, tegen doen?

‘Dat is best ernstig. Maar als iemand een briefje krijgt waarop een doodsbedreiging staat, doe dan aangifte bij de politie in plaats van naar de krant te stappen. Ik begrijp de argwaan, mensen komen uit landen waar de politie niet altijd te vertrouwen is. Maar ik ben niet de burgemeester van Aleppo, ik ben de burgemeester van Nijmegen en ik heb vertrouwen in onze instanties. Onze rechtsstaat functioneert, iedereen wordt gelijk behandeld, een homo uit Syrië hetzelfde als een homo uit Nederland.’

U kunt de politie toch aansturen?

‘Maar als er geen aangifte wordt gedaan, kan de politie niets doen. Ik kan 
moeilijk een agent 24 uur per dag bij iemand neerzetten om te wachten tot er iets gebeurt. Zou u het leuk vinden als de politie altijd bij u in huis rondloopt? Want Heumensoord is wel hun huis, voorlopig.’

Gemeenten pleiten voor kleinschaliger opvang, maar het COA ziet dat niet zitten.

‘Kleinschaligheid, ik ben het er hartstochtelijk mee eens. En staatssecretaris Dijkhoff wil het nu ook, als het in de buurt is van een groot azc. Maar waar was die kleinschalige opvang in september, toen het water ons over de schoenen liep? Die was er niet, dus we moesten wel grootschalig opvangen. En straks, als het lente wordt en de Middellandse Zee beter bevaarbaar is, zal de vraag naar opvang weer groot zijn. De noodzaak voor het organiseren van grootschalige noodopvang in Nederland blijft onverminderd aanwezig. Kleinschalige opvang is relatief duurder dan grootschalige. Heumensoord kost Nijmegen niets, het Rijk betaalt alles. Als de staatssecretaris zegt dat het kleinschaliger mag, dan moet hij het financieel ook mogelijk maken voor gemeenten. En de regels aanpassen.’

In welke zin?

‘Er zijn veel leegstaande verzorgings- of verpleeghuizen. Met wat kleine aanpassingen zijn die uitstekend te gebruiken voor de opvang van asielzoekers. Maar er zijn oude afspraken dat 70 procent van de huuropbrengsten moet worden afgedragen aan de zorgsector. Daar is dan natuurlijk geen goede businesscase van te maken.’

Wordt dat de inzet van de gemeenten bij de gesprekken over een tweede bestuursakkoord: meer geld, minder regels?

‘Daar willen we natuurlijk graag duidelijkheid over. Maar we moeten eerst nog kijken of we alle afspraken uit het eerste bestuursakkoord gerealiseerd hebben. De 2500 extra opvangplaatsen per provincie zijn er nog niet, dat zullen we eerst voor elkaar moeten krijgen voor we nieuwe afspraken kunnen maken. Er is wel heel veel in voorbereiding, dus ik ben daar niet pessimistisch over.’

Ondertussen brokkelt het draagvlak onder de bevolking af.

‘Het is sinds september in ieder geval niet groter geworden, dat hebben veel gemeentebestuurders ervaren. Zeker bij grote opvanglocaties is het verwerven van draagkracht moeilijk. Maar draagvlak is niet het ultieme criterium. We zullen, draagvlak of niet, vluchtelingen altijd ergens opvangen, ze onder onze bruggen laten slapen doen we niet. 

Daar moeten we als bestuurders ook duidelijk over zijn. Ik leg uit aan de inwoners van Nijmegen, dat onze opvang sober is. Bed-bad-brood, niet meer. Daarmee probeer ik de mensen die kritisch staan tegenover de opvang erbij te houden, ik wil ze niet van me vervreemden. Maar ik hoor ook vaak mensen die de opvang te sober vinden, die willen dat we méér doen. Als burgemeester moet je balanceren tussen die twee uitersten.

‘Eigenlijk zou ik niet in de positie mogen zijn om dit uit te moeten leggen aan de inwoners van mijn stad. Zeker mijn collega’s die recent zwaar onder vuur hebben gelegen, zouden moeten worden geholpen door de rijksoverheid. Die moet uitleggen waaróm we vluchtelingen opvangen. De nationale overheid heeft hiervoor internationaal getekend, niet de gemeente. We doen het wel, als burgemeester vind ik dat we moeten helpen, maar wel in die volgorde. 

‘Ik hoor het kabinet te weinig over de situatie in gemeenten. Ze hebben het in Den Haag over grote vraagstukken als opvang in de regio, of het sluiten van de grenzen. Maar het zou ook moeten gaan over de vraagstukken die hier spelen. Je kunt niet tegen de Grieken zeggen: los het maar op. Het is geen Grieks probleem, het is een probleem van ons allemaal.’

Hoe gaat dit allemaal aflopen?

‘Voorspellingen durf ik niet te doen, maar ik ben een optimistisch mens: mijn glas is halfvol. We zullen als samenleving moeten investeren in integratie, in taal, huisvesting en werk. Anders vervallen we in de oude fout en creëren we een grote groep mensen die teleurgesteld buiten de samenleving blijft staan. Nu ze er zijn, moeten we onze hand naar ze uitsteken, dat is goed voor hen en het is goed voor onszelf.’

 

(Fotograaf: Jiri Büller)