VNG Magazine nummer 9, 1 juni 2018 

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: © Jiri Büller 

Veel maatschappelijke opgaven overstijgen de grenzen van gemeenten, Rijk of provincies. Tijd dus voor een nieuwe, gezamenlijke aanpak van maatschappelijke vraagstukken, vinden het Rijk en de koepels van decentrale overheden. Het Interbestuurlijk Programma (IBP) voorziet daarin.  

‘Een gemeente kan niet alleen zorgen voor schone lucht binnen haar grenzen. Hulp van onder meer andere overheden is nodig.’ Vicevoorzitter van de VNG Hubert Bruls (burgemeester van Nijmegen) noemt dit voorbeeld niet voor niets. ‘Vijftig jaar geleden kon een gemeente alles wat bij haar speelde, zelf oppakken. Maar door ontwikkelingen in de samenleving zijn de maatschappelijke opgaven veel complexer geworden. Een overheidslaag kan het vaak niet meer alleen.’ 

Die wetenschap vormt de kiem van het IBP, waarin gemeenten met het Rijk, provincies en waterschappen enkele maatschappelijk opgaven (zie kader) samen aanpakken. Het Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de VNG en de Unie van Waterschappen (UvW) hebben op 14 februari jl. overeenstemming bereikt over de ‘programmastart IBP’. 

De letter P in de afkorting zegt veel. Menig overeenkomst tussen bestuurslagen wordt immers in bestuursakkoorden gevat. Daar zijn er in de loop der jaren veel van afgesloten, zoals de bestuursakkoorden water, klimaatadaptatie en verhoogde asielinstroom. ‘Doorgaans had het Rijk dan een project en stond in het akkoord hoe bijvoorbeeld gemeenten mee moesten werken’, zegt Bruls. Hoe anders is dat bij een programma? ‘Dat is veel minder dichtgespijkerd dan een akkoord. Alles ligt veel meer open. Het is een totaal andere manier van samenwerken tussen overheden dan voorheen.’

Burgers willen maar met één overheid zakendoen

Zo kent de samenwerking binnen het programma veel meer gelijkwaardigheid dan bij een akkoord. ‘Natuurlijk bestaat de gedecentraliseerde eenheidsstaat niet uit gelijkwaardige overheden. Desondanks is samenwerking nodig, want vraagstukken los je nu eenmaal beter op in horizontale verhoudingen. Die P is dus een heel bewuste keuze.’ 
Die samenwerking op basis van gelijkwaardigheid sluit eveneens aan bij de wetenschap dat sprake is van één overheid. ‘Neem burgers, zij willen maar met één overheid zakendoen. Zij hebben geen boodschap aan verschillende rollen en juridische posities van overheidslagen. Het gaat ze alleen om de oplossing van een probleem.’ Dat brengt volgens Bruls ook met zich mee dat een overheidslaag door inwoners wordt aangekeken op fouten die een andere overheidslaag heeft gemaakt. Goed bestuur is niet alleen in het belang van de burger maar komt eveneens de totale overheid ten goede. 
Verschillende overheden behoren zich naar het oordeel van Bruls daarom zoveel mogelijk te presenteren met ‘één voordeur’. ‘Maar wel met verschillende kamers erachter waarin de aanpak van problemen gezamenlijk moet worden georganiseerd. Uiteraard afhankelijk van welke bestuurslaag erbij betrokken is. Waarbij we overigens niet moeten vergeten dat burgers een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van vraagstukken.’ 

Prioriteiten 
De opgaven die het IBP moet oplossen, liggen op het gebied van fysiek, sociaal en overkoepelend. Waarom juist die opgaven? ‘Alle vier de overheden hebben op basis van eigen analyses prioriteiten opgesteld. Die hebben we gecombineerd, met deze opgaven als uitkomst. Met onze manier van werken is als het ware een satéstokje door de prioriteiten gestoken; de thema’s zijn echt niet allemaal verrassend. Belangrijk is dat de thema’s breed worden herkend als belangrijke maatschappelijke en bestuurlijke onderwerpen.’ 

We moeten er allemaal aan wennen

Welke overheid aan een bepaalde opgave werkt, hangt af van de taak die een overheidslaag heeft. Aan de meeste thema’s werken gemeenten en regio’s al. ‘Ruimtelijk-fysieke opgaven behoren tot het taakgebied van alle overheden, maar voor opgaven in het sociaal domein ligt dat anders. Die zijn eigenlijk voornamelijk iets van gemeenten en het Rijk.’ 
Bij de aanpak gelden geen landelijke blauwdrukken. De aanpak kan in de ene gemeente of regio meer aandacht krijgen en ook verschillen. Bruls: ‘De gemeente Nijmegen heeft bijvoorbeeld te maken met binnenvaart die ook nog eens dieselgassen uitstoot. Om dat tegen te gaan, willen wij wellicht meer investeren dan andere gemeenten. Voor bijvoorbeeld plattelandsgemeenten speelt deze problematiek niet; voor hen geldt wellicht dat een ander thema meer van belang is, bijvoorbeeld onderwijsvoorzieningen. Gemeenten kunnen volgens de IBP-aanpak zelf bepalen hoeveel geld en energie ze in een opgave stoppen. Het Rijk kan dus niet eisen dat alle gemeenten op dezelfde manier samenwerken.’ 
De verwachtingen van het IBP zijn bij het begin natuurlijk hooggespannen. ‘Maar het gaat wel over een nieuwe stijl van samenwerken. We moeten hier allemaal aan wennen, dat merk je bijvoorbeeld ook bij het Rijk, waar de oude cultuur er eveneens nog inzit. Dat is ook begrijpelijk.’ Toch bestaat de kans dat de samenwerking ergens niet goed zal lopen of dat verschillende overheidslagen andere opvattingen hebben over een oplossing. ‘In dat geval is de afspraak dat we dat dan niet naar buiten brengen. Als het nodig is, wordt dat opgeschaald naar het hoogste niveau. Dat kan ertoe leiden dat het Rijk in gesprek gaat met de voorzitters van de koepelorganisaties. Je kunt dit eigenlijk zien als een soort interne klachtenregeling.’ 

Gemeentefonds 
Het IBP is het resultaat van gesprekken tussen het Rijk en de koepels VNG, IPO en UvW. Deze gelijkwaardige samenwerking was een belangrijk deel van de inzet van de VNG bij het nieuwe kabinet. De VNG zette eveneens in op meegroeien van het Gemeentefonds met de rijksuitgaven, volgens het principe samen trap op, trap af. De vereniging pleitte ervoor dat de voeding van het Gemeentefonds zou plaatsvinden op basis van het zogeheten brede begrotingskader; dat betekent dat ook de rijksuitgaven voor zorg en sociale zaken meetellen. Daarmee heeft het kabinet ingestemd. In de komende kabinetsperiode groeit het Gemeentefonds met 5,4 miljard euro. Bruls: ‘Dat is een groot winstpunt, de wens van de VNG voor een verbreed accres is dus gehonoreerd.’ 
De VNG heeft bij het kabinet eveneens de eerder ontstane tekorten in het sociaal domein aangekaart. Het Rijk heeft belangrijke toezeggingen gedaan. Zo komt er een fonds voor gemeenten die te maken hebben met een stapeling van tekorten in het sociaal domein. Dat fonds omvat voor 2018 tweehonderd miljoen euro; de helft komt voor rekening van het kabinet, de andere honderd miljoen komt ten laste van het Gemeentefonds.  
Het kabinet heeft eveneens toegezegd dat er een onderzoek komt naar de verschillen tussen de uitgaven van gemeenten in het sociaal domein. Een onafhankelijke stuurgroep zal de resultaten toetsen. 
Ook gaat de Raad voor het openbaar bestuur een onderzoek doen naar de ontwikkeling en systematiek van de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten. Die uitkomsten zijn voor de alv van 27 juni beschikbaar. Bruls: ‘Al met al komen de afspraken ten aanzien van het sociaal domein slechts gedeeltelijk overeen met de wensen van de VNG.’ 
Tijdens die alv kunnen de leden van de VNG zich uitspreken over het IBP. Het wordt volgens Bruls ‘kiezen of kabelen’. ‘Stel dat de leden het IBP afwijzen, dan bestaat de kans dat het Rijk zich niet langer gebonden acht aan de afspraken over normering van het Gemeentefonds. Het VNG-bestuur legt het IBP met een positief advies voor aan de leden. Gemeenten moeten vooruit, met het IBP kan dat. En met het accres van 5,4 miljard euro hebben we in ieder geval zekerheid.’  

De opgaven uit het IBP 

De opgaven die de VNG, het Rijk, het Interprovinciaal Overleg en de Unie  van Waterschappen binnen het Interbestuurlijk Programma aanpakken zijn: 

Op fysiek gebied 
Samen aan de slag voor het klimaat 
Toekomstbestendig wonen 
Regionale economie als versneller 
Naar een vitaal platteland 

Op sociaal gebied 
Merkbaar beter in het sociaal domein 
Nederland en migrant goed voorbereid
Problematische schulden voorkomen en oplossen 

Overkoepelend 
Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving 
Passende financiële verhoudingen 

Meer informatie: www.vng.nl/IBP