Nummer 7, 2016

Onder de nieuwe Woningwet maken de woningcorporaties prestatieafspraken met gemeenten over hun activiteiten.


Dat gebeurde al in diverse gemeenten, maar nieuw is dat het nu verplicht is - mits de gemeente een woonvisie heeft. Ook nieuw is dat de huurdersorganisaties zijn aangeschoven aan de onderhandelingstafel. VNG Magazine vroeg enkele ‘snelle’ gemeenten naar hun werkwijze.

Door: Marten Muskee

In Bodegraven-Reeuwijk zijn drie maanden na het vaststellen van de woonvisie met twee corporaties en twee huurdersverenigingen de prestatieafspraken ondertekend. Dat is voor dergelijke afspraken, waarbij ook de huurders hun rol spelen, uitzonderlijk snel. Volgens wethouder Dirk-Jan Knol (CDA) schuilt het geheim van dit succes in de betrokkenheid van de corporaties en huurders bij het opstellen van de woonvisie. Dat leverde uiteindelijk door alle partijen breedgedragen prestatieafspraken op. ‘Investeren in relaties loont. De prestatieafspraken zijn boven verwachting.’

Input

Het college werkt ‘van buiten naar binnen’. De woonvisie werd samen met alle lokale belangengroepen (waaronder de dorpsraden, sociale wijkteams en Stichting Duurzaam Bodegraven-Reeuwijk) gemaakt. Dat gebeurde in zes verdiepingsbijeenkomsten met verschillende thema’s zoals duurzaamheid, zorg en welzijn en betaalbaarheid. Knol: ‘Dat leidde tot veel input en verdieping waardoor de woonvisie, waaraan ook een uitvoeringsagenda werd gekoppeld, breed wordt gedragen. Dat vormde de basis van de prestatieafspraken.’

Investering in relaties

Om tot prestatieafspraken te komen stond de investering in de relaties voorop in Bodegraven-Reeuwijk. Knol: ‘Je moet opkomen voor het gemeenschappelijk belang, niet voor het eigen belang. Daardoor verliep de samenwerking met de huurdersverenigingen goed. Eén was al actief, de ander net opgericht en die voelde, zei ze zelf, alsof ze in een warm bad was beland. In het hele proces rond de woonvisie en de prestatieafspraken hebben de huurdersverenigingen een volwaardige rol gespeeld. Eigenlijk is het raar dat dit nu pas is doorgevoerd, maar ik ben blij dat deze nieuwe rol in de Woningwet is geformaliseerd want we doen het voor de huurders.’

Gemeenten zijn niet verplicht een woonvisie op te stellen, maar Bodegraven-Reeuwijk dankt er nu zijn succes aan. De woonvisie wordt voor tien jaar vastgelegd en biedt het grotere plaatje van de vastgelegde ambities. Dat document vergemakkelijkt het om tot goede, vierjarige prestatieafspraken te komen.

Maastrichtse procesbegeleider

De corporaties en Maastricht maken al jaren samen afspraken, dus dat is niet zozeer nieuw. Volgens wethouder Gerdo van Grootheest (GroenLinks) zijn er toch enkele fundamentele zaken veranderd. Zo zitten de huurdersverenigingen nu ook aan tafel. En als gevolg van wetswijzigingen en decentralisaties zijn financiële mogelijkheden veranderd en maatschappelijke vraagstukken verscherpt.

Omdat de huurders als nieuwe partij aanschoven aan een tafel waar van oudsher de corporaties en gemeenten de afspraken maakten, is een onafhankelijke procesbegeleider aangetrokken. Die heeft alle partijen los van elkaar gevraagd hoe zij de situatie zien. ‘Die persoon heeft geen belang en dat heeft ons enorm geholpen. We konden snel vertrouwen in elkaar uitspreken en relevante thema’s benoemen. Ik kan het iedereen aanraden om aan de voorkant van het proces elkaar aan te kijken, ook al omdat er vanuit het verleden wantrouwen kan bestaan.’

Vluchtelingen

Voor wat betreft het inhoudelijk deel van de prestatieafspraken heeft ook Maastricht te maken met de nieuwe Woningwet, de decentralisaties op het sociaal domein en met de vluchtelingen en statushouders. Naast de woningbouwopgave zijn vijf topprioriteiten benoemd waarover alle partijen het eens zijn, zoals wonen en zorg, betaalbaarheid en duurzaamheid en het woonruimteverdeelsysteem.

‘Voorheen produceerde de gemeente de nota’s waarop de rest vervolgens mocht schieten’, zegt Van Grootheest. ‘Dat doen we niet meer. De partijen zijn samen inhoudelijk verantwoordelijk voor de thema’s, dus ook organisatorisch. Eén corporatiedirecteur richtte zich op het thema wonen en zorg, de ander op het woonruimteverdeelsysteem en de gemeente op duurzaamheid. Die werkwijze droeg ertoe bij dat iedereen zich verantwoordelijk voelde om tot een goed eindproduct te komen.’

In de Woningwet staan allerlei nieuwe instrumenten voor gemeenten om beter te kunnen sturen op de corporaties, maar Van Grootheest is daar nog steeds naar op zoek. ‘Als gemeente en corporatie er niet uitkomen, kunnen we naar een commissie of de minister, maar om te kunnen sturen gaat het mij om de aanlevering van leesbare en goed te vergelijken financiële gegevens van corporaties en de beoordeling daarvan. Het is van cruciaal belang dat de gemeente goed kan beoordelen wat de investeringscapaciteit van corporaties is. Daar moet snel helderheid over komen.’

Goede verstandhouding

Ook in Rijssen-Holten is in het verleden al gesproken over prestaties, maar die zijn nooit formeel gemaakt. In het beleidsakkoord na de vorige verkiezingen is vastgelegd dat de gemeente afspraken met de corporaties maakt. Dat daarbij al een goede verstandhouding bestond was volgens wethouder Roland Cornelissen (CDA) heel belangrijk. ‘Er was altijd wel wat ruis op de interpretatie van de woonbehoefte. Daarom is afgesproken samen één woononderzoek te doen en terugkijkend is dat precies een goede zet geweest. Daarmee voorkwamen we discussies over aantallen en kwalitatieve behoeften die worden gevoed door verschillende onderzoeken.’

Aanvankelijk was het volgens de wethouder wel een beetje zoeken naar de rol van de huurdersvereniging, maar er is naar gestreefd elkaars belangen helder te krijgen en de knelpunten te benoemen. ‘De inbreng verschilt natuurlijk per onderwerp, maar je waakt er met elkaar voor dat iedereen zijn zegje kan doen. De huurdersvereniging blijkt een mondige en actief betrokken groep en met drie partijen krijg je allianties in gemeenschappelijke belangen die je één op één niet krijgt.’

Rijssen-Holten heeft de prestatieafspraken gemaakt zonder eigen woonvisie. Er ligt een woonvisie in regionaal Twents verband, die is voor een deel als leidraad gebruikt. ‘Puur kijkend naar de prestatieafspraken is het vooral belangrijk de specifieke onderwerpen te bespreken en aan te geven welke acties nodig zijn. Als de ambities ver uit elkaar liggen, hebben partijen houvast aan een woonvisie. Dat was bij ons niet nodig omdat we al een gezamenlijk woononderzoek hadden gedaan. Overigens zijn we parallel aan de prestatieafspraken ook begonnen met een lokale woonvisie. Die zit in de afronding.’