Alle gemeenten hebben bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan van rechtswege met daarin onder andere de oude bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de bruidsschat.

Het tijdelijk omgevingsplan is een formeel juridische samenvoeging van: 

  • De bestaande ruimtelijke plannen
  • Drie gemeentelijke verordeningen: de Erfgoedverordening met betrekking tot de archeologische monumentenzorg, de Hemelwaterverordening en de geurverordening (Wet geurhinder en veehouderij)
  • De bruidsschat

Regels digitaal

De bestemmingsplannen en de bruidsschat worden getoond in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De gemeente hoeft hiervoor geen actie te ondernemen. De planvoorraad uit ruimtelijke plannen wordt vanuit Ruimtelijke plannen ‘ingelezen’, het Rijk vult het DSO met de bruidsschatregels. De regels uit de genoemde gemeentelijke verordeningen worden niet in het  DSO getoond. Daarnaast zijn er regels voor de fysieke leefomgeving die nu nog in andere gemeentelijke verordeningen zitten, bijvoorbeeld in de APV. Deze maken geen deel uit van het tijdelijke omgevingsplan en worden ook niet zichtbaar in het DSO.

Regels overbrengen

Alle regels moeten op 1 januari 2029 zijn opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. In de overgangsfase moeten gemeenten dus alle regels vanuit het tijdelijk omgevingsplan ‘overbrengen’ naar het nieuwe deel. Ook moeten gemeenten de regels uit de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en waarvan zij dat nodig vinden op dat moment hebben toegevoegd. 

Regels aanpassen

‘Overbrengen’ en ‘toevoegen’ gaat door raadsbesluiten die het nieuwe deel van het omgevingsplan wijzigen. Daarbij worden de regels door de gemeente geïntegreerd en geactualiseerd , passend bij de maatschappelijke opgaven, de gemeentelijke ambities en bij de beoogde structuur en opzet van het omgevingsplan.

Meer informatie