Betreft toegang

Wmo en Jeugdwet

Uitvoeringsvariant

Afspraak tussen de gemeente en zorgaanbieder over een taak voor een (deel)populatie zonder verantwoording op individueel niveau. De aanbieder bepaalt zelf hoe de taak wordt ingevuld. Er bestaat geen directe relatie tussen het aantal cliënten en het budget.

Samenvatting

De kern van het Utrechtse model bevat buurtteams die sociale basiszorg bieden aan alle inwoners die dat nodig hebben. De buurtteams bieden een zo breed mogelijk deel van het zorgaanbod dicht bij de bewoners, laagdrempelig en toegankelijk. Zij werken generalistisch volgens het plan: 1 gezin, 1 plan, 1 hulpverlener. Pas wanneer de hulpvraag niet (alleen) met informele steun kan worden opgelost, komt professionele zorg aan bod. Buurtteams zijn een algemene voorziening en voor iedere bewoner rechtstreeks toegankelijk in de eigen buurt. Het buurtteam bepaalt welke mensen toegang krijgen tot aanvullende zorg en heeft daarvoor mandaat van de gemeente. Buurtteams verwijzen bewoners met een ondersteuningsplan waarin de doelen zijn vastgelegd door naar een door de gemeente gecontracteerde aanvullende zorgorganisatie. Dit gaat zonder beschikking maar met een verwijsbrief. De bureaucratie is daarmee fors verminderd. Als een bewoner een verwijzing naar de aanvullende zorg wenst maar het buurtteam van mening is dat dat niet nodig is, krijgt een bewoner een afwijzigingsbeschikking voor  de voorziening.

Kenmerken van het goede voorbeeld

  • Het tijdig starten met vernieuwingen samen met zorgorganisaties uit de stad als de succesfactor.
  • Leerproces van pilots.
  • Sturing op basis van leidende visie en principes.
  • Inrichtingskeuzes in 3 sporen stimuleert gewenste beweging naar voren.
  • Kloof tussen uitvoering, management en bestuur, overbruggend met buurtteams.
  • Eenvoudig systeen, weinig bureaucratie waaronder beschikkingsvrij werken, tenzij bezwaar.
  • Gemeente stuurt op innovatie.

Wat is het goede voorbeeld?

Utrecht kent 18 buurtteams, afgestemd op specifieke buurten en bijhorende problematiek. De teams zijn gesplitst in teams voor kinderen en hun ouders (Jeugd en Gezin) en huishoudens zonder kinderen onder de 18 jaar (Sociaal). Daarnaast is op de scholen een VO en een MBO team. Op centrale locaties in de buurt en op andere voor de hand liggende plaatsen, zoals scholen en huisartsenpraktijken, zijn de teams aanwezig. Het buurtteam is dicht bij huis en laagdrempelig bereikbaar, zowel fysiek, digitaal als telefonisch. Ook preventief werken is makkelijker door buurtgerichtheid en kleinschaligheid van de werkgebieden: zij zijn letterlijk de ogen en oren in de buurt en komen problemen snel op het spoor.

Het uitgangspunt van buurtteams is professioneel vakmanschap. Medewerkers bieden begeleiding op een groot aantal gebieden zoals onder andere opvoeding en huiselijk geweld. Doordat de teams breed werken, is het gemakkelijk voor mensen om hulp te vragen. Iedereen mag bij de buurtteams aankloppen, ongeacht de problematiek.

Medewerkers van het buurtteam mogen zelf doorverwijzen. Er is dus géén extra organisatie-laag meer die gaat over doorverwijzingen. Het gevolg hiervan is dat de regeldruk bij burgers sterk afneemt: zij hoeven slechts één keer hun verhaal te doen en kunnen eventueel direct een verwijzing meekrijgen indien dat nodig is. Daarnaast hebben de buurtteams er zicht op of partners in de aanvullende zorg het werk goed doen, omdat het buurtteam met de cliënt een plan maakt en dit ook evalueert als de zorg geleverd is. Ook kan het zijn dat er sprake is van een flexibel arrangement: het buurtteam en de aanvullende zorg doen dan samen de begeleiding van de cliënt. De cliënt wordt dan niet verwezen en overgedragen, maar er wordt gekeken wie op welk moment het meest geschikt is om de ondersteuning te verlenen.

Als blijkt dat een cliënt het niet eens is met het aanbod tot zorg en of ondersteuning geeft het buurtteam een afwijzingsbeschikking af.  De wet- en regelgeving schrijft voor dat dit op basis van een beschikking moet.

De begeleider start met een analyse en tegelijkertijd begint de begeleiding. Het stimuleren van het zelforganiserend vermogen is altijd de focus, óók in de aanvullende zorg. Het kan zijn dat er onorthodoxe maatregelen worden getroffen als de regels het herstel in de weg staan. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van schulden en mensen daardoor in een vicieuze cirkel komen te zitten: de schulden worden groter en hierdoor komen mensen niet in aanmerking voor een huis, et cetera. Zo is er in een casus een schuld deels kwijtgescholden met als tegenprestatie dat de cliënt op vrijwillige basis gymlessen ging geven. Hierdoor komt deze cliënt eerder uit de problemen.

 

Wat zijn de resultaten van het goede voorbeeld?

Het model heeft een positief effect op de burgers, de gemeente en zorgverleners. Door de nieuwe manier van werken, wordt de burger actief betrokken in de hulpvraag door de gemeente. Hij krijgt zorg op maat, komt in dialoog en heeft daarbij zelf de regie. Door eenvoudiger administratieve processen en door inspraak/ betrokkenheid  in het proces te borgen is de zorgverlening voor de cliënt versimpeld en versneld, en de regeldruk afgenomen. De afstand tussen de burger en zorgverlener is verkleind en de burger heeft zelf de regie, waarbij  zorgverleners met hem/haar meedenken.

Voor de gemeente is de nieuwe aanpak regelarmer door afname van controle en sturing, en zijn kosten beheersbaar. Daarnaast blijkt uit het cliëntervaringsonderzoek dat het overgrote deel van de cliënten zich goed geholpen voelt en een beter kwaliteit van leven heeft. Zorgverleners hebben meer vrijheid het eigen vakmanschap af te wegen en keuzes te maken. Het proces is voor hen versimpeld doordat ze zelf specialistische zorg kunnen inschakelen en werken zonder indicaties. Zorgverleners kunnen doen wat nodig is en hoeven dat niet op cliëntniveau of op basis van indicaties te verantwoorden. Ook hier is dus de regeldruk afgenomen.

Wat heeft de gemeente ervoor gedaan?

Er is veel menskracht en geld geïnvesteerd in de ontwikkelopgave. In 2011 is de gemeente al begonnen met visieontwikkeling voor verandering, uitdrukkelijk samen met partijen in de stad. De volgende stap betrof de uitvoeringsnota’s: langzamerhand werd er voorbereid op de nieuwe aanpak. De lange aanloop was belangrijk: er was voldoende tijd om te oefenen en ervaring op te doen met pilots. Na een pilotfase van oefening wenste de gemeente een ‘open speelveld’ en bracht een subsidietender uit om een partij te selecteren die na de invoering van de nieuwe Wmo in 2015 de buurtteamorganisatie uit ging voeren. Een onafhankelijke, zelfstandige organisatie was belangrijk met het oog op zuivere doorverwijzingen.

Er wordt gewerkt met lump sum financiering met een budgetplafond: dit stimuleert zorgverleners om samen te werken. Er is geen (financieel) belang om cliënten bij je te houden. Bovenstaande heeft er aan bijgedragen dat de gemeente goed kon vaststellen welke regels en procedures los konden worden gelaten, om zo de administratieve lasten te verlagen.

De bedoeling van de decentralisaties was om een transformatie in de zorg en ondersteuning tot stand te brengen. Hiervoor was ook minder geld beschikbaar dan voor de decentralisaties voor dezelfde zorg. Dit betekent dat gemeenten moeten innoveren en Utrecht heeft ervoor gekozen om andere partijen te motiveren dit te doen door zelf mee te denken. De focus ligt op een nieuwe, betere aanpak met minder geld en waar mogelijk ook met minder regeldruk voor gemeente, zorgaanbieders en inwoners. Zelf innoveert de gemeente met big data om zo beter zicht te krijgen op zorggebruik, de achterliggende redenen en wat er nodig is een wijk.

Contact