Nummer 5, 24 maart 2017

Auteur: Leo Mudde

Het nieuws dat een jeugdtrainer bij een sportvereniging zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik van kinderen, blijft nooit lang geheim. Zeker in een kleine gemeenschap kan dat leiden tot veel onrust. Toch hebben gemeenten geen formele rol. De burgemeester moet het nieuws soms zelf in de krant lezen. ‘Het zit domweg niet altijd in het systeem van een vereniging om eraan te denken de gemeente te informeren.’

Toen Maarten Divendal het wethouderschap van Haarlem verruilde voor het burgemeestersambt in De Ronde Venen, was hij niet zo naïef om te denken dat hij in een idyllische plattelandsgemeente zonder problemen terechtkwam. Zware criminaliteit, illegale drugshandel – ze horen niet tot het exclusieve domein van de stad. ‘Hier zijn meer hennepkwekerijen dan in heel Haarlem. Het onderscheid tussen platteland en stad is er niet. Het gaat vaak niet om dorps- of stadsculturen die bepalen wat er gebeurt in een gemeente, maar om individuele acties.’

Als hij leest over zaken waarmee collega-burgemeesters in grote steden te maken krijgen, zal Divendal nooit denken: ‘Dat overkomt mij niet’.  Daarom was hij ook niet verrast toen begin 2016 in Mijdrecht, de grootste van zijn acht kernen tellende gemeente, een man werd aangehouden op verdenking van seksueel misbruik, veertien jaar eerder, van vier jeugdleden van de plaatselijke basketbalvereniging waar hij coach was.

Een grote ontuchtaffaire bij een sportvereniging in een kleine gemeenschap waar iedereen elkaar kent, met een dader die ook nog eens in het dorp woont: het is een recept voor maatschappelijke onrust. Divendal: ‘De politie en het Openbaar Ministerie hebben mij snel over de aanhouding geïnformeerd. Ons gezamenlijke doel was het voorkomen van onrust omdat men niet weet wat er speelt. Als burgemeester heb je bij dit soort gevallen geen formele rol, maar je bent wel betrokken omdat de maatschappelijke verhoudingen in het geding zijn.’

Hij ziet zijn rol vooral als aanvullend op die van het OM: ‘De burgemeester moet ervoor zorgen dat het proces ná de aanhouding goed verloopt. Dat betekent vooral dat mensen goed geïnformeerd moeten worden om wilde verhalen en maatschappelijke onrust te voorkomen. We zijn in dat traject samen opgetrokken met OM en politie. Interessant was dat wij als gemeente aanvankelijk meer informatie wilden vrijgeven dan het OM, maar dat, toen de communicatie met de inwoners eenmaal op gang was gekomen, het OM juist meer ging vertellen.’

Maarten Divendal

Wethouder De Ronde Venen

‘Mensen moeten goed geïnformeerd worden om wilde verhalen te voorkomen’

Commissie-De Vries

Divendal was niet de eerste burgemeester die te maken kreeg met een geruchtmakende ontuchtzaak bij een amateursportvereniging en hij zal ook niet de laatste zijn. In opdracht van sportkoepel NOC*NSF is een commissie onder leiding van oud-minister van BZK Klaas de Vries aan het werk gegaan om in kaart te brengen hoe omvangrijk het probleem van seksueel misbruik en intimidatie is bij sportclubs. Aanleiding vormden schokkende cijfers uit het buitenland, met name het Verenigd Koninkrijk. Daar liggen bijna honderd voetbalverenigingen (van amateurclubs tot Premier League) onder een vergrootglas in een onderzoek waarbij zeker 350 minderjarigen als slachtoffers zijn betrokken.

En dat gaat alleen nog over voetbal. Bij andere sporten komt het ook voor: korfbal, turnen, zwemmen, volleybal, judo – het rijtje is lang, zo leert een minuutje googelen.

Wacht niet op een incident en maak afspraken met je verenigingen

Rol voor gemeenten

Gemeenten onderhouden nauwe relaties met hun sportverenigingen. Daarbij gaat het niet alleen om subsidies. De verenigingen worden ook vaak gevraagd mee te werken aan gemeentelijke doelstellingen, zoals het organiseren van buitenschoolse activiteiten of het bijdragen aan een gezondere leefstijl. Met het onderwijs zijn zij ook de ogen en oren in de samenleving die kunnen signaleren of kinderen mogelijk in armoede leven, of mishandeld of misbruikt worden.

Is het niet logisch dat gemeenten dan ook een rol krijgen bij het voorkomen en aanpakken van seksueel misbruik bij sportverenigingen? Nu staan zij, om in sporttermen te blijven, buitenspel; het gaat immers om privaatrechtelijke zaken. De sportwereld kent een eigen tuchtrecht dat zich buiten de openbaarheid voltrekt. Ook buiten het zicht van bijvoorbeeld een burgemeester, die wel te maken krijgt met de gevolgen, bijvoorbeeld in de vorm van maatschappelijke onrust of bedreiging van het gezin van de dader.

Een actievere betrokkenheid van de gemeente is zeer gewenst, vindt Marjan Olfers. Zij is hoogleraar sport en recht en doet onderzoek naar de manier waarop meldingen van misbruik al dan niet leiden tot tucht- en strafzaken. Ook deed zij onderzoek naar diverse affaires bij sportverenigingen.

Olfers benadrukt dat verenigingen niet verplicht zijn seksueel misbruik bij de gemeente te melden. ‘Het is de private sfeer. Maar ik kan me voorstellen dat een gemeente het wel wíl weten. Het blijft toch niet verborgen, op sociale media wordt erover geschreven en dan komt het ook in de lokale krant. Er ontstaat onrust, maar het komt voor dat een burgemeester pas weet dat er iets speelt als het in de krant heeft gestaan. Het zit domweg niet altijd in het systeem van een vereniging om eraan te denken de gemeente te informeren. Als het niet in het bewustzijn zit van een club en het bestuur, dan gebeurt er niets.’

De omgeving van de vereniging

Volgens een woordvoerder van NOC*NSF is het goed denkbaar dat het onderzoek van de commissie-De Vries niet beperkt blijft tot de sportverenigingen, maar dat zij ook de omgeving van de vereniging in ogenschouw neemt. ‘De gemeente speelt in het lokale speelveld een belangrijke rol, het zou goed kunnen dat de commissie ook de rol van gemeenten bij het tegengaan van seksueel misbruik in de sport zal bekijken.’

Volgens de sportkoepel worden gemeenten nu ook al betrokken bij zedenzaken, maar pas in het stadium waarin duidelijk is dat het komt tot een vervolging of een veroordeling. ‘Verschillende organisaties werken samen om de gevolgen van zo’n zaak te monitoren en zo veel mogelijk te beperken. Gemeenten en GGD spelen vrijwel altijd een rol, evenals Slachtofferhulp, het OM en de politiek.

NOC*NSF kan niet zeggen hoeveel gemeenten een VOG (verklaring omtrent het gedrag) voor trainers/coaches als voorwaarde opnemen voor het toekennen van subsidie.

Aanspreekpunt

Het helpt als men elkaar kent, zegt Olfers. De clubvoorzitter hoeft geen goede maatjes met de burgemeester te zijn, maar het is wel handig als hij een aanspreekpunt heeft. De wijkagent zou een rol kunnen spelen, denkt zij. ‘Die komt overal, hij weet wat er speelt. Hij is een professional, maar de sport weet vaak niet wat er mogelijk is bij de politie. Een bestuurder wil niet het risico lopen dat hij iemand ten onrechte beschuldigt, of hij denkt dat alles op straat ligt als de politie wordt ingeschakeld.’

De neiging bij sommige sportclubs is toch om bij signalen van misbruik te denken: laten we maar even niets doen, het gaat wel over. ‘Maar dat gebeurt niet’, zegt Olfers. ‘En als een dader vertrekt bij een club bestaat het risico dat hij ergens anders heen gaat. Is het geen sportvereniging dan is het wel een scoutinggroep, of hij wordt begeleider op een zeilkamp. En niemand kent zijn verleden, omdat er geen melding van is gemaakt.’

Zij pleit voor een meldplicht voor sportbestuurders. ‘Ze mogen niet wegkijken. Uit onderzoek blijkt dat mensen gemiddeld drie weken wachten voor ze gaan melden. Dat is lang. Ik zou zeggen: kom in actie als je een paar nachten wakker hebt gelegen.’

Tuchtrecht

Een probleem is ook de muur die is opgetrokken tussen het tuchtrecht van de sportbonden en het strafrecht. Olfers: ‘Als iemand tuchtrechtelijk is veroordeeld, weet de politie dat niet. Die zaken zijn niet openbaar en worden ook niet gepubliceerd. Als ik politieagent zou zijn, zou ik willen dat ik toegang had tot de databank van het tuchtrecht van de sportbonden. En andersom weten sportclubs niet altijd of er tegen iemand een strafrechtelijke zaak loopt.’

Maar ook als het tot een strafzaak komt, worden burgemeesters onvoldoende geïnformeerd. ‘Een burgemeester vertelde mij dat het OM veel geheimhoudt in het belang van de opsporing. Maar hij moet wel voldoende informatie hebben om de samenleving te kunnen informeren. Als de buren van de dader bang zijn dat hun kind van drie gevaar loopt, dan is het nuttig als de burgemeester weet dat de man alleen geïnteresseerd is in adolescente jongens, niet in kleine kinderen. Dan kan hij de omgeving geruststellen op basis van feiten. Er moet kortom tussen de instanties meer worden gedeeld.’

Er moet tussen de instanties meer worden gedeeld

Register

Olfers pleit voor een centrale meldingsmogelijkheid voor seksueel misbruik. Er zou volgens haar een register moeten komen waarin alle meldingen samenkomen. En er moet bij iedere melding heel goed onderzoek worden gedaan, door zoiets als de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Het meldpunt kan het best lokaal of regionaal worden georganiseerd. ‘Ik pleit niet voor een nieuwe structuur. Als er al een infrastructuur ligt waarop kan worden aangesloten, is dat prima. Veilig Thuis, waar nu meldingen van kindermishandeling in de privésfeer binnenkomen, zou een mogelijkheid kunnen zijn.’

Ze heeft een helder advies aan gemeenten: ‘Wacht niet op een incident, dan zit je in de reactiemodus en dat is niet goed. Maak afspraken met je verenigingen: wie gaat over wat, wie is verantwoordelijk voor de communicatie? Besef dat dit verder gaat dan de sport, die kinderen zitten op scholen en docenten krijgen er ook mee te maken, bijvoorbeeld omdat een kind ineens thuisblijft of slechter gaat presteren. Dan moet je wel weten wat er speelt. Haal het uit de beslotenheid van de sport, de maatschappij als geheel moet zich hiervoor verantwoordelijk voelen.’

Gezond verstand

Burgemeester Divendal van De Ronde Venen adviseert zijn collega’s om, als zij met een misbruikaffaire te maken krijgen, vooral het ‘gezond verstand’ te gebruiken. ‘Burgemeesters kennen hun dorpen en de gevoeligheden. Wat belangrijk is, is dat de politiek niet verrast wordt. Ik heb mijn fractievoorzitters snel bijgepraat. En als je twijfelt of advies wilt, bel dan een collega die hier ervaring mee heeft opgedaan.