Buitenreguliere telling en onderwijshuisvesting


Een buitenreguliere telling kan in bepaalde gevallen leiden tot een aanspraak op extra ruimte voor scholen in het reguliere basisonderwijs.


In Bijlage III, deel B van de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs vindt u de ruimtebehoefteberekeningen die worden gebruikt voor de bepaling van de omvang van een toe te kennen onderwijshuisvestingsvoorziening.

Deze formule gaat in principe uit van het aantal leerlingen dat op de meest recente teldatum van 1 oktober op een school ingeschreven is. Wanneer een school echter zoveel groeit dat deze in aanmerking komt voor extra formatie van het Rijk, mag dit leerlingenaantal worden gebruikt in de gemeentelijke procedure om in aanmerking te komen voor extra ruimte.

Het gaat hierbij overigens om een buitenreguliere telling zoals bedoeld in het Formatiebesluit WPO: een telling om in aanmerking te komen voor extra (groei-) formatie. Het betreft dus geen buitenreguliere telling voor extra gelden voor de materiƫle instandhouding.


In de meeste gevallen zal een buitenreguliere groei van een school echter niet leiden tot een aanspraak op extra ruimte. Dit komt doordat de leerlingenprognoses niet zullen wijzigen. De verwachte ruimtebehoefte voor de middellange termijn blijft hetzelfde.


Een buitenreguliere telling heeft uitsluitend effect op aanvragen waarbij de prognoses aangeven dat er extra ruimtebehoefte bestaat, maar waarbij op 1 oktober (nog) niet voldoende kinderen op de betreffende school waren ingeschreven om voor extra ruimte in aanmerking te komen. Door een buitenreguliere telling kan in zulke gevallen net de drempel worden overschreden, waardoor wel een aanspraak bestaat op extra ruimte. Dergelijke situaties komen met name voor in zeer sterk groeiende (nieuwbouw-)wijken.