1 van de wijzigingen binnen spoor 1 en fase 1 van de Participatiewet in Balans betreft 'Identificatieplicht DigiD en EU-rijbewijs'.
Feitelijk zijn dit 2 verschillende wijzigingen:
- Gebruik DigiD voor elektronische identificatie
- Gebruik EU-rijbewijs als extra mogelijkheid voor legitimatie
DigiD
Hier richten we ons op het eerste namelijk de inzet van DigiD voor electronische identificatie. DigiD is een electronisch identificatiemiddel zoals dat is beschreven in de Europese verordening eIDAS 1.0 (Verordening (EU) nr. 910/2014). In Nederland wordt dit nader beschreven in de Wet Digitale Overheid (WDO).
Binnen de Participatiewet in Balans wordt DigiD per 1 januari 2026 toegestaan als digitaal identificatiemiddel om digitale aanvragen in te dienen binnen de Participatiewet. Deze aanvraag mag dan ook volledig digitaal worden afgehandeld.
Dit lijkt op zich vrij eenvoudig maar toch krijgen we hier veel vragen over. De uitdaging van deze wijziging zit namelijk enerzijds in de terminologie: inloggen, authentiseren, identificeren en legitimeren maar ook in veiligheidsniveau laag, midden, substantieel, hoog. Anderzijds zit de uitdaging in de impact op digitale versus niet-digitale dienstverlening van gemeenten.
DigiD niveau substantieel
De inzet van DigiD vraagt allereerst aan inwoners dat zij beschikken over een DigiD inlog middel en DigiD inloggegevens:
Nederland | EU | Nodig |
Basis
| n.v.t. | Inlognaam en wachtwoord |
| Midden | Laag | Aanvullend:
|
| Substantieel | Substantieel | Aanvullend:
|
| Hoog | Hoog | Aanvullend:
|
Aanvullend zal er aan de kant van de gemeente ook een DigiD aansluiting moeten zijn voor de toegangscontrole van inwoners. Hier zit mogelijk de grootste uitdaging. Wanneer er door inwoners ingelogd moet worden op niveau substantieel, kan er niet meer worden ingelogd op niveau midden. Het is daarbij ook nog sterk afhankelijk van de inrichting bij een gemeente of er sprake is van een DigiD-aansluiting voor de gemeente als zodanig of per digitale dienst en bijbehorend systeem.
Met andere worden: wanneer een gemeente kiest voor niveau substantieel, kan dat in het meest extreme geval betekenen dat voor álle digitale diensten van een gemeente moet worden ingelogd met DigiD niveau substantieel.
Aandachtspunt bij niveau substantieel is ook nog dat het gaat om een eenmalige check op een identificatie document. Dit zegt dus weinig over de geldigheid van dit document op het moment van digitaal inloggen en daarmee digitaal identificeren.
Terminologie
Daarnaast is er ook nog het lastige vraagstuk van de gebruikte terminologie. In de basis is er de Wet op de Identificatieplicht maar die is gericht op het legitimeren op basis van in de wet beschreven fysieke identificatie documenten (waaronder paspoort, rijbewijs en ID-kaart). Legitimeren en identificeren in de fysieke wereld liggen dus heel dicht bij elkaar. Daarnaast wordt de term identificeren ook vaak gebruikt voor digitale omgevingen. Hierbij gaat het om het vaststellen of een digitale “identiteit” oftewel inlognaam/gebruikersnaam daadwerkelijk toegang mag hebben tot de digitale omgeving (website, applicatie, etc.). Hiervoor wordt ook vaak de term authentiseren gebruikt.
Vanuit de genoemde wijziging in kader van de Participatiewet in Balans heeft het Ministerie van SZW dus aangegeven dat bij digitale dienstverlening DigiD niveau substantieel ook mag worden gebruikt in plaats van de analoge identificatie door middel van een fysiek identificatie document. Echter, voor DigiD niveau substantieel heb je nog steeds een fysiek en erkend identificatie document nodig vanwege de eenmalige ID check in de DigiD-app.
Bespreek binnen uw gemeente met de informatieadviseur of informatiemanager welke gevolgen deze eis heeft binnen uw organisatie.
Meer informatie
Factsheet Participatiewet in Balans Identificatieplicht DigiD en EU-rijbewijs