Nummer 14, 22 september 2017

Auteur: Marten Muskee | Beeld: Ruben Schipper
 
Zwolle is met recht een fietsstad. Twee van de drie ritten binnen de stad worden op de fiets afgelegd en daarmee behoort het fietsgebruik tot het hoogste in het land. VNG Magazine vraagt wethouder Michiel van Willigen (ChristenUnie) naar het fiets-DNA van de gemeente: ‘Je bent gek als je de fiets niet meeneemt in de totale verkeersinfrastructuur van de stad.’

 

De Hanzestad is ook koploper op het gebied van innovaties en introduceerde zowel de eerste fietsrotonde in Nederland als regensensoren op verkeerslichten ten faveure van de fietser. Zwolle heeft vooralsnog 15 procent van de fysieke ruimte voor de fiets gereserveerd, het meest van alle steden. Daarnaast zoekt de stad de samenwerking met andere overheden en stond aan de wieg van de Nationale Fietsagenda 2017-2021 (zie kader).

Gevraagd naar de drive in Zwolle, antwoordt de wethouder dat bestuur en ambtenaren zich al decennia op de fiets focussen. Ze zien de tweewieler als een belangrijke oplossing om als stad bereikbaar en leefbaar te blijven. De stedenbouwkundigen die de tekentafelontwerpen in de jaren zeventig maakten voor Zwolle-Zuid met 35.000 inwoners, ontwierpen toen al een wijk waar de 
automobilist moet omrijden en de fiets rechtstreeks ongelijkvloerse toegang tot de binnenstad heeft.

‘Voorop in onze ruimtelijke ontwikkeling staat het prettige leefklimaat met de groen- en waterstructuur en de verwevenheid daarvan met de stad. Vanuit de wijken is een prima fietsstructuur op het stadscentrum aangesloten. Dat doe je door directe en comfortabele fietspaden aan te leggen en de auto op een tweede plan te zetten. Zwolle is compact dus iedereen kan gemakkelijk met de fiets in het centrum komen, sneller dan met de auto.’

In de genen

Veel inwoners, instellingen en bedrijven in en rond Zwolle houden zich actief bezig met het fietsbeleid. Samenwerking zit in de genen van de stad. Dit netwerk maakt de fiets belangrijk in de stad, zowel vanuit economisch perspectief als vanuit verkeer en vervoer en veiligheid en cultuur. En dat trekt innovaties aan. ‘Die zijn hard nodig om het fietsgebruik te stimuleren zodat wij een slag kunnen maken. Landelijk doel is het fietsgebruik 20 procent extra te laten stijgen. Daar zet Zwolle ook op in terwijl wij binnen de stad al op meer dan 60 procent zitten. De regio Zwolle doet het economisch goed en verschillende scenario’s laten zien dat de bereikbaarheid een probleem wordt als we geen goede oplossingen bedenken voor de groeiende stad.’  

Van Willigens voorganger Filip van As stond aan de basis van Tour de Force (zie kader). Dat gebeurde niet toevallig in 2014 toen Zwolle tot fietsstad was verkozen. Volgens Van Willigen zet Zwolle de fiets voorop, het is geen ambtelijk feestje, maar een stevig netwerk. ‘Fietsstad 2014 is niet alleen een titel, het wordt daadwerkelijk zo gevoeld. Het gaf ons zekerheid om landelijk het initiatief te nemen en de samenwerking te zoeken met de andere overheden en andere organisaties met als resultaat een ambitieuze nationale fietsagenda.’

Zwolle voert samen met Kampen één van de twaalf Beter Benutten-projecten uit. Hierbij ligt de nadruk op bereikbaarheid en hieraan doen ook regionale bedrijven mee door in te zetten op spitsmijden. Organisaties met veel werknemers proberen de forensen op de fiets te krijgen. Daarmee zit er volgens de wethouder ook een economische kant aan het verhaal. Het gaat niet alleen over aspecten als recreatie of binnenstedelijke problematiek. Het gaat echt over de bereikbaarheid van de stad. ‘Wij schalen het thema op en daarom is het urgentiebesef ook zo groot.’

De auto staat in het centrum op het tweede plan

De fiets wordt volgens de wethouder nog regelmatig in de recreatieve hoek gezet, maar het gaat om meer. Aan fietsbeleid zit naast de economische component ook een leefbaarheids-, sociaal en gezondheidscomponent. Zwolle legt fietssnelwegen aan naar de omringende gemeenten en dat geeft een boost aan het forensenverkeer op de fiets. ‘Mensen komen nu een stuk sneller in de stad. Dat werpt zijn vruchten af. Onze binnenstad is een magneet geworden en de auto staat in het centrum op het tweede plan.’ 
Dankzij het voorzitterschap van Tour de Force werd het in Zwolle duidelijk dat steeds meer gemeenten de fiets beschouwen als oplossing voor de bereikbaarheid in stedelijke gebieden. De fiets groeit uit tot drager van het mobiliteitsbeleid van de toekomst. Daarom sloeg het initiatief rond de Tour de Force ook zo aan. Men krijgt door dat in de steden niet de auto, maar de fietser en de voetganger het primaat krijgen. Niet alleen in aantallen, maar ook in de ruimtevraag. Zwolle zelf heeft 15 procent van de ruimte ingericht voor de fiets, het hoogste percentage in Nederland en dat wordt alleen maar meer. 

Fietsfatsoen

Dat is volgens wethouder Van Willigen ook hard nodig, kijkend naar de diverse soorten fietsverkeer. ‘Het gaat niet alleen meer om de fysieke zaken, maar ook om de sociale component als het gedrag van de fietser. De gemeente heeft tientallen miljoenen geïnvesteerd in goede infrastructuur en dat betaalt zich uit in toenemend gebruik van de fiets. Nu moeten we fietsers leren omgaan met verschillende snelheden op het fietspad. Ik noem dat fietsfatsoen. Het vraagt iets anders om in een stad te fietsen dan in het buitengebied. In de stad is het druk en dat heeft consequenties voor het gedrag.’

Van Willigen telt per dag 15.000 fietsbewegingen over de fietsstraat waar hij aan woont. Het gaat om zes soorten fietsen die allemaal een andere snelheid hebben: de kinderfietsjes die alle kanten op zwenken, de gewone fiets, de bakfiets, de wielrennersfiets, de elektrische fiets en de speedbike. ‘Daardoor krijgen fietsers onderling ongelukken. Daar moeten we op een andere manier mee leren omgaan, door te denken in snelheden in plaats van in het type weggebruiker. Wil de gemeente iedere fietssnelheid faciliteren dan moet er toch echt een bredere weg komen. We moeten tot een nieuwe definitie komen en niet gelijk in de kramp schieten bij nieuwe innovaties als een speedbike. Als je redeneert in snelheidsklassen, kun je ook veel ruimhartiger omgaan met innovaties.’ 

Tot nu toe verliep het in Zwolle gemakkelijk om de fiets in bestuurlijke keuzes op de eerste plaats te zetten. Er zijn tien fietsstraten aangelegd, die veel ruimte vragen. Daar is de afgelopen jaren weinig discussie over geweest in de raad. Het is volgens van Willigen dan ook niet zo dat er een verbod voor auto’s geldt, maar de stad past de inrichting aan op de meest dominante vervoerswijze en het feitelijk gebruik. ‘Toen we in Zwolle constateerden dat bij een kruispunt veel meer fietsers dan auto’s reden, hebben we er een fietsrotonde van gemaakt om de fietsers voorrang te geven. Via aanvullende stimulerende maatregelen proberen we de inwoners op de fiets te krijgen. We hebben extra groen voor fietsers geïntroduceerd, en sensoren op de verkeerslichten om fietsers meer groen te geven als het regent. Er worden allerlei gerichte innovaties geleverd voor het fietspad van de toekomst, slimme apps, communicatie en voorlichting en voor de fiets zelf.’

De ruimte in Zwolle wordt intussen schaars, ook voor fietsgebruik, en moet meer bevochten worden. Langs de Meppelerstraatweg is het fietspad voor fietsers in twee richtingen ingericht met een breedte van vierenhalve meter. Het fietspad is bewust een meter breder gemaakt, dat wordt nu de nieuwe norm. Dit ging ten koste van parkeerplekken en rijbanen zijn versmald. ‘Door het brede profiel was het daar mogelijk met wat passen en meten, maar in de toekomst zullen we echt andere keuzes moeten maken. Gelukkig kunnen de aanleg van fietstunnels en fietsbruggen op veel draagvlak rekenen in de raad. De totale mobiliteit heeft er baat bij. Alle belangrijke fietsverbindingen in de stad en de hoofdroutes zijn bijna allemaal zonder verkeerslichten ingericht en daardoor rijdt ook het autoverkeer gemakkelijker door.’

Ateliers

De gemeente Zwolle heeft bewust geen afdeling verkeer en vervoer. De ambtelijke organisatie kent diverse ateliers waarin bijvoorbeeld stedenbouwkundigen, ruimtelijk tekenaars en verkeerskundigen samenwerken. Voordeel van al die disciplines bij elkaar is dat het fietsbelang integraal in de organisatie wordt geborgd. Volgens Van Willigen is het alleen al vanuit financieel economisch oogpunt belangrijk vroeg aan tafel zitten als er over infrastructuur beslist wordt. Uit onderzoek blijkt dat 10 procent meer fietsers 12 procent minder files oplevert. 

‘Als je je dat realiseert, ben je gek als je het niet meeneemt in de totale verkeersinfrastructuur van de stad. 10 procent meer fietsers betekent dat je slechts 5 procent van de investeringen hoeft te doen van het bedrag dat nodig is om 10 procent autogroei op te vangen.’ 

Bij het Zwolse station wordt een grote parkeerkelder aangelegd. Het aantal stallingsplaatsen moet groeien van 7.000 naar meer dan 13.000 in 2030. Dat vergt de nodige financiële inspanningen en Van Willigen stelt dat de medeoverheden als Rijk en provincie daar ook een rol in hebben. ‘Koppel het aan congestie en bereikbaarheid, dat zijn regionale vraagstukken, dus ook van de overheden die erover gaan. Bij de trein hoort de ov-fiets en de deelauto. Het gaat niet langer om losse modaliteiten, maar om een totaalpakket aan mobiliteit. Het rijksprogramma Beter Benutten dat eind dit jaar afloopt, moet een vervolg krijgen. Het zou mooi zijn als de medeoverheden daarin hun aandeel nemen en dat het een plek krijgt in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport.’

Van Willigen adviseert gemeenten de markt te stimuleren mee te doen en denkt aan commerciële deelfietsaanbieders, Zwolle is in gesprek met de drie woningcorporaties die nog zesduizend woningen in de bestaande stad moeten bouwen, over het aanbieden van mobility as a service. ‘Bij de nieuwbouw in en rond het centrum kunnen we vanwege ruimtegebrek niet aan de parkeernorm voldoen en er is geen geld voor grote parkeerkelders. We kijken of dat op te lossen valt door slimme mobiliteitsconcepten aan te bieden aan de toekomstige huurders zoals deelauto’s en fietsen.’

Meer ruimte voor de fiets

Tijdens het Nationaal Fietscongres, dat donderdag 21 september plaatsvond in Tilburg, organiseerde Tour de Force een scrumsessie met wethouders over de vraag wat nu de grootste belemmering is voor gemeenten om meer ruimte voor de fiets te creëren en hoe dit opgelost kan worden. Volgens Otto van Boggelen, portefeuillehouder van dit dossier binnen Tour de Force en programmamanager bij CROW-Fietsberaad, dreigt de fiets het slachtoffer te worden van zijn eigen succes. ‘Er wordt zo veel gefietst dat er chaotische en onveilige situaties ontstaan.’ Daarbij gaat het niet alleen om de rijdende fietser – drukte op de fietspaden en verschillende snelheden – maar ‘minstens zo taai is de problematiek rond geparkeerde fietsen’, benadrukt Van Boggelen.
In aanloop naar het congres neemt hij vast een schot voor de boeg. ‘Ik kan me voorstellen dat we vooral naar de randvoorwaardelijke sfeer kijken. Voor het gebruik van de fietspaden zouden wet- en regelgeving aangepast kunnen worden. Bijvoorbeeld om snelle fietsers naar de rijbaan te verplaatsen, dan wordt het wat rustiger op het fietspad.’ Een ander voorbeeld dat Van Boggelen noemt, betreft meer fietsparkeerruimte in centrumgebieden. ‘Daar is vaak veel geld voor nodig, de vraag is hoe je dat betaalt. Er zouden regels opgesteld kunnen worden dat vastgoedeigenaren of ondernemers meebetalen aan de parkeervoorzieningen aangezien het hun klanten zijn die de fietsen neerzetten.’ In de ochtend presenteerde de Zwolse wethouder Michiel van Willigen de P10, een coalitie van fietssteden in Nederland, met de aankondiging van pilots.
  
Benieuwd welke oplossingen de wethouders tijdens de scrumsessie hebben bedacht? Kijk op www.tourdeforce2020.nl
 

Zwolse initiatieven

Zwolle heeft de verkiezing tot Fietsstad 2014 aangegrepen om het initiatief voor een brede samenwerking op fietsgebied te nemen. Dit heeft in 2015 geleid tot de Tour de Force, een brede coalitie van Rijk, VNG, IPO en UvW met negentien maatschappelijke organisaties en bedrijven. In 2017 is hieruit de Nationale Fietsagenda 2017-2021 voortgekomen. Zwolle heeft de afgelopen jaren het voorzitterschap van deze samenwerking vervuld. Ook heeft Zwolle, samen met Groningen, het initiatief genomen om te komen tot de F10, een coalitie van fietssteden in Nederland die de komende jaren aan de slag gaan met de aanpak van de nationale fietsagenda en daarvoor partner willen zijn van Rijk en provincies. Daarnaast is Zwolle initiatiefnemer van het project Smart Cycling Futures, samen met de Utrecht, Amsterdam en Eindhoven, hun regio’s en kennisinstellingen. Doel van dit project is om living lab’s op te zetten om te leren hoe een fietsstad te worden en te onderzoeken wat werkt. Op initiatief van de directeur van Cortina Fietsen, een Zwolse fabrikant, wordt sinds een jaar samengewerkt met tien bedrijven, organisaties en instellingen in de vorm van de Fiets Innovatie Community Zwolle.

Zie ook: www.tourdeforce2020.nl en www.smartcyclingfutures.nl. De gemeente Zwolle heeft ook een fietsfilm gemaakt, deze is hier te bekijken.