Nummer 5, 2016

Betoog: Ben van Veen, Raadslid CDA Hengelo

 

Doordat het aan duidelijke regelgeving voor drones ontbreekt, nemen veel gemeenten een afwachtende houding aan. Het Hengelose CDA-raadslid Ben van Veen roept gemeenten op te gaan experimenteren met drones, omdat deze technologie zoveel kansen kan opleveren.

Drones zijn voor burgers leuk speelgoed, voor bedrijven een interessante, economische kans en voor gemeenten een in potentie goed instrument voor de uitvoering van diverse gemeentelijke taken. Tegelijkertijd zijn drones niet onomstreden en zonder risico’s. Veiligheid, het privacyvraagstuk en het misbruiken van drones voor criminele doeleinden hebben een passend antwoord nodig. Politiek Den Haag worstelt met het vraagstuk en intussen wachten veel gemeenten af welke kant het met de wetgeving op gaat.

Afwachten is een van de opties, een andere is anticiperen en proactief inspelen op de ontwikkelingen rondom drones. Bijvoorbeeld door als gemeente zelf te experimenteren met de inzet van drones voor gemeentelijke taken en tegelijkertijd burgers en bedrijven te stimuleren om te ontdekken wat belangrijk en nodig is als drones in de nabije toekomst het gemeentelijk luchtruim nog meer gaan gebruiken.

Informatie en communicatie over het gebruik van drones en de spelregels zijn een goede en – gezien de rol en bevoegdheden van gemeenten op het gebied van het verlenen van toestemming of ontheffing – logische zaak. Temeer daar zowel burgers als bedrijven niet altijd even goed op de hoogte blijken te zijn van de regelgeving. Dit baart onder meer Luchtverkeersleiding Nederland grote zorgen. Alleen informeren en communiceren is dus niet voldoende. Gemeenten doen er goed aan publieke voorlichtingscampagnes te starten. Met name om de bewustwording te bevorderen.

Dronezones

Informatieverstrekking, eventueel aangevuld met publiekscampagnes, is echter redelijk randvoorwaardelijk en niet genoeg om goed voorbereid te zijn op de gevolgen van het te verwachten toenemende dronegebruik. Gemeenten zouden daarom moeten starten met drone-experimenten. Er zijn namelijk verschillende taken die door drones uitgevoerd kunnen worden, zoals op het gebied van handhaving, controle, inspectie en toezicht. Na een grondige inventarisatie en analyse kan worden vastgesteld onder welke condities en spelregels deze taken met drones uitgevoerd kunnen en mogen worden.

De vertaalslag van die bevindingen naar de praktijk vraagt om testen, oefenen en experimenteren. Iets waarvoor oefenlocaties, ook wel dronezones genoemd, nodig zijn.

Maar denk ook aan droneambtenaren en een verantwoordelijke dronewethouder. Of zij er komen en welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden die ambtenaren en wethouder krijgen, is uiteindelijk aan de gemeenteraad en het college van B en W.

Proactief

Als raad en college zich proactief willen opstellen om beleid rondom drones te ontwikkelen én er financiële middelen beschikbaar zijn, is het aanwijzen van geschikte oefenlocaties de enige juiste vervolgstap. Het is een overweging waard om deze dronezones niet alleen voor experimenten met gemeentelijke taken open te stellen, maar ook, of juist, burgers en bedrijven toegang te verlenen. Daarmee laten gemeenten zien de ontwikkelingen op het gebied van drones voor alle betrokken partijen serieus te nemen en de economische kansen die er zijn te willen faciliteren. Daarnaast kun je door samen te experimenteren van elkaar leren en kunnen de verschillende partijen een platform vormen dat input kan leveren voor de ontwikkeling van lokaal dronebeleid. De gemeente kan met leuke en leerzame acties, zoals het organiseren van een dronetoernooi, het experimenteren door burgers en bedrijven aanjagen en stimuleren.

Dronies

Gemeenten kunnen kiezen of delen. Afwachten wat er op ze af komt of zelf aan de slag door te experimenteren met drones. Met het aanwijzen en openstellen van dronezones kunnen gemeenten ontdekken welke taken voor het gebruik van drones geschikt zijn en tevens burgers en bedrijven faciliteren en met hen achterhalen wat er belangrijk is om te regelen in afspraken en beleid. Dat is belangrijk, want de ontwikkelingen rondom drones gaan vliegensvlug. Met name gemeenten aan de grens met het buitenland moeten zich realiseren dat afwachten ten koste kan gaan van de bedrijvigheid en daarmee gepaard gaande werkgelegenheid. Nederland loopt nu al achter als het gaat om oefenlocaties. Het is verstandig die achterstand snel in te lopen. Kortom, voor gemeenten is de tijd nu echt rijp zich serieus in het verschijnsel van drones te verdiepen. Iets wat burgemeester Aat de Jonge van Dronten in het najaar van 2013 al in  VNG Magazine bepleitte. Welk gemeentebestuur maakt de eerste dronies?

Wilt u ook een betoog schrijven? Mail naar redactie@vngmagazine.nl