Nummer 7, 2017

Drie vragen aan... Anja Thijs, burgemeester Eersel

 

Auteur: Paul van der Zwan

Vorige week vond in Brussel de aftrap plaats van het EU-actieplan voor plattelandsgebieden. Nadat de EU zich eerder richtte op smart cities, heeft zij nu ook aandacht voor smart villages. Onder de aanwezigen, onder meer twee Eurocommissarissen en enkele Europarlementariërs, was ook burgemeester Anja Thijs-Rademakers van Eersel. Ze vertegenwoordigde, samen met de organisatie het Huis van de Brabantse Kempen, de vijf Kempen-gemeenten.

Hoe belangrijk is deelname van de Kempen-gemeenten aan het actieplan?

‘Erg belangrijk. Tien jaar geleden signaleerden we al problemen in de plattelandsregio’s zoals leegloop van vooral jongeren naar de steden, beperkte voorzieningen en achteruitgang van de agrarische sector waardoor banen verloren gingen. Toen realiseerden we ons al dat we op zoek moesten naar nieuwe economische dragers. We wisten dat de technologie oplossingen kan bieden; aanleg van snel breedband in de hele regio was dus noodzaak. Inmiddels is 90 procent van zelfs de buitengebieden in onze gemeenten aangesloten op breedband. Dit heeft ervoor gezorgd dat we in 2016 tot een van de 21 slimste regio’s van de wereld werden uitgeroepen door het Intelligent Community Forum. Maar er zijn nog veel nieuwe mogelijkheden dankzij snel internet; denk hierbij aan smart farming, smart mobility, smart health. Die willen we samen ontwikkelen met andere Europese plattelandsregio’s. Het actieplan biedt ons die kans.’

Wat houdt deelname aan het plan concreet in?

‘Van concrete deelname is nog geen sprake. We zijn ons momenteel aan het oriënteren op wat de beste mogelijkheden zijn. Tijdens de bijeenkomst kwamen Europarlementariërs met ideeën en wij hebben zelf natuurlijk ook onze visie. Het gaat erom er het beste uit te halen. Het actieplan omvat allerlei projecten, we willen kijken welke het best aansluiten bij wat we nodig hebben. Zo zouden wij graag komen tot het eerste Europese netwerk van rurale regio’s, zodat deze van elkaar kunnen leren en zij tot een optimaal leef- en ondernemersklimaat in die regio’s kunnen komen. Een aantal regio’s wil met ons meedenken. We gaan eerst bekijken welke regio’s het best bij ons passen.

Wij zijn buren van Eindhoven, dat een smart city is. Het ligt het meest voor de hand dat regio’s waar we mee samenwerken soortgelijke buurgemeenten hebben. Ik verwacht dat het ongeveer driekwart jaar duurt voor we weten met welke regio’s we verder gaan. Vervolgens bekijken we hoe we verder gaan werken en hoe we dat omzetten in projecten. Daarna gaan we met een plan van aanpak naar Brussel en weten we of en hoe de EU ons gaat ondersteunen.’

Welke resultaten verwacht u van de deelname?

‘We willen dat mensen onder meer met behulp van de technologie een goed leven kunnen leiden in plattelandsregio’s. We moeten de betekenis die technologie heeft dus goed onder de aandacht brengen. Het is uiteraard niet de bedoeling dat alles in het leven maar wordt overgenomen door de robot. Maar de technologie maakt bijvoorbeeld thuiswerken mogelijk waardoor mindere vervoersmogelijkheden in het buitengebied een kleinere rol gaan spelen. Scholen in de dorpen hebben het eveneens moeilijk. Oudere mensen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. We kunnen daar met elkaar een oplossing voor bedenken die berust op technologie. Ik verwacht wat dat betreft veel van het EU-actieplan.’