Nummer 8, 19 mei 2017

Auteur: Leo Mudde

De lokale en regionale overheden moeten structureel en regelmatig worden betrokken bij de planning en uitvoering van het Europees semester. Dat is de jaarlijkse analyse door de Europese Commissie van de hervormingsplannen van de lidstaten op basis waarvan ‘Brussel’ per land aanbevelingen doet over het te voeren beleid.

Wethouder Rob Jonkman (ChristenUnie) van Opsterland kreeg voor zijn voorstel voor een Europese gedragscode om de inbreng van de decentrale overheden in het Europees semester te versterken, unanieme steun in het Comité van de Regio’s, het forum van lokale en regionale overheden dat de Europese Commissie en het Europees Parlement adviseert over beleid dat gemeenten en regio’s raakt.
Jonkman wil dat de belangrijkste documenten met betrekking tot het Europees semester worden voorzien van een territoriale dimensie.

Gedragscode

Volgens Jonkman zijn de ‘landenspecifieke’ aanbevelingen van de Europese Commissie nu niet goed en effectief genoeg. Dit zei hij vorige week in Brussel. Zijn ‘gedragscode’ bestaat uit drie elementen: een territoriale dimensie in het semester dat leidt tot een betere koppeling tussen het EU-beleid en de investeringsagenda, een grotere betrokkenheid van subnationale bestuurlijke niveaus en een minder complex semester met minder prioriteiten en het verminderen van administratieve lasten.
Hoe de lidstaten in het semesterproces hun afspraken met gemeenten en regio’s maken, mogen zij zelf bepalen. Een kant-en-klare oplossing daarvoor bestaat niet, maar de lidstaten moeten ervoor zorgen dat de decentrale overheden in staat worden gesteld om de landenverslagen en de landenspecifieke aanbevelingen te beoordelen en van commentaar te voorzien, en moeten kunnen meedoen aan het opstellen en uitvoeren van de nationale hervormingsprogramma’s.

Geen partner

In een toelichting op zijn initiatief zegt Jonkman dat gemeenten tot nu toe wel stakeholders zijn bij de Europese financiële afspraken, maar nog geen partner. ‘Terwijl bijna de helft van de aanbevelingen die de EU in 2016 per land deed, niet kon worden uitgevoerd zonder de medewerking van de decentrale overheden – die ook nog eens samen goed zijn voor meer dan de helft van alle overheidsinvesteringen. Daarom is het gewenst dat we al in een vroeg stadium bij de totstandkoming van het semester worden betrokken.’

Volgens Jonkman is hierover in Europa brede consensus. Eerder nam het Europees Parlement al een resolutie aan waarin wordt gepleit voor een dergelijke gedragscode en ook Eurocommissaris Valdis Dombrovskis, in Europa verantwoordelijk voor de financiële stabiliteit van de EU, is hier voorstander van.