Amsterdam wil een toegankelijke stad zijn voor iedereen. Om te weten wat daarvoor nodig is, nodigde de stad de afgelopen maanden inwoners uit om te vertellen waar ze tegenaan lopen. De input vormde de basis voor de Amsterdamse Lokale Inclusie Agenda.

Voor een inclusieve samenleving moeten we met zijn allen anders leren denken.

Inclusie staat al langer op de agenda in de hoofdstad. Zo helpen OV-coaches mensen met een beperking met het reizen in bus, tram en metro, heeft de gemeente afspraken met woningcorporaties over sociale huurwoningen en investeert ze in fysieke toegankelijkheid van openbare gebouwen.

Kan iedereen meedoen in Amsterdam?

Toch vindt 66 procent van de ongeveer 140 Amsterdammers die de afgelopen maanden meededen aan de inclusiebijeenkomsten, dat niet iedereen kan meedoen in de stad. Met name het openbaar vervoer, welzijn, gezondheid & ondersteuning, bejegening en vrije tijd zijn thema’s waar nog veel verbetering nodig is.

In totaal organiseerde Amsterdam vijf bijeenkomsten in de verschillende stadsdelen waar Amsterdammers met én zonder beperking hun verhaal konden vertellen. De vaak persoonlijke verhalen en antwoorden vormen de basis voor de Lokale Inclusie Agenda (pdf) met de belangrijkste aanbevelingen voor het gemeentelijk toegankelijkheidsbeleid voor de komende drie jaar.

Meningen verzamelen

Deze Agenda is eind januari op de laatste bijeenkomst in Pakhuis De Zwijger overhandigd aan wethouder Simone Kukenheim door Arwen Schoppen, slechtziend en medewerkster van Cliëntenbelang Amsterdam. Deze organisatie van ervaringsdeskundigen adviseert de gemeente over toegankelijkheid en hielp mee om de meningen te verzamelen op en rond de bijeenkomsten.

foto overhandiging

fotograaf: Richard Mouw

“Eens in de zoveel tijd vraagt Amsterdam  hoe het ervoor staat met de mening van de mensen”, vertelt Schoppen. “Omdat een enquête niet voor iedereen goed werkt, hebben we een speciaal instrument ontwikkeld om meningen beter te verzamelen. We hebben een bureau ingeschakeld om een vragenlijst zo te ontwikkelen dat die niemand voor het hoofd stoot, en tegelijk iedereen ruimte geeft. Daarnaast hebben we natuurlijk de persoonlijke verhalen verzameld van de mensen op de bijeenkomsten. Het heeft heel wat breinbreken gekost en de nodige discussieavonden, maar we zijn er met zijn allen in geslaagd om een aantal zaken op een rijtje te zetten, waarmee de gemeente verder kan en waarin mensen zich kunnen herkennen. Dit zijn de tien speerpunten geworden voor de Lokale Inclusie Agenda. Ik ben heel erg trots op dit eindproduct en hoop dat we binnen afzienbare tijd resultaten gaan zien. Dat is mijn grootste wens.”

Waar mensen tegenaanlopen verschilde nogal per stadsdeel, vertelt Arwen. “In de binnenstad kwamen bijvoorbeeld veel jongeren op de bijeenkomst af. In Zuid waren het juist weer veel ouderen. In de binnenstad en in De Pijp was er bijvoorbeeld veel kritiek op het toerisme, terwijl in Buitenveldert er juist weer geklaagd werd over expats. Door hun komst zijn sommige voorzieningen en dienstverlening te Engels geworden, waardoor mensen met een beperking het gevoel hebben dat ze te weinig worden gehoord. Er is ook minder saamhorigheid door al dat Engels. Verder hebben we klachten ontvangen over de immer stijgende huizenprijzen en tekort aan sociale huurwoningen.”

De mentaliteit van de Amsterdammers omturnen

De tien speerpunten die de gemeente en het kernteam van twintig ervaringsdeskundigen van Cliëntenbelang hebben opgesteld moeten zorgen voor nieuw beleid en op lange termijn effecten, legt Arwen uit. Want het heeft tijd nodig. “We willen uiteindelijk de mentaliteit van de Amsterdammers omturnen. Voor een inclusieve samenleving moeten we met zijn allen anders leren denken. Mensen met een beperking moeten niet in een hokje worden gestopt. Praat niet over ons maar met ons. We willen volwaardig meedoen. Er is veel tijd nodig om beleid te ontwikkelen. Denk aan de arbeidsmarkt, waar bedrijven mee moeten gaan. Het is heel fijn dat we betrokken worden door de gemeente Amsterdam. Daar zijn we tot nu toe heel erg tevreden over. Dat de wethouder de Lokale Inclusie Agenda in ontvangst nam vind ik dan ook mooi. Dat laat zien dat het niet in de bekende bureaulade verdwijnt.”

‘Er is een beweging gaande’

En als het aan Simone Kukenheim, wethouder Zorg, ligt gaat dat ook echt niet gebeuren, zo liet ze weten aan de volgepakte zaal in Pakhuis De Zwijger. “Jullie hebben er veel tijd en energie ingestoken. Ik bof hiermee en voel me er extra verantwoordelijk voor. Deze speerpunten zijn niet nieuw, maar wel een verscherping op bestaande punten. Daar waar de prioriteit ligt. In Amsterdam is een beweging gaande, maar er bestaat nog steeds een beperkte definitie van toegankelijkheid. Iedereen moet zich herkennen in wat we doen. Daar is cultuurverandering voor nodig. We moeten mensen anders benaderen. We gaan deze speerpunten dus heel goed opvolgen.” Kukenheim kondigde verder ook aan ervaringsdeskundigen nog veel meer te gaan inzetten dan nu, bijvoorbeeld bij het ontwerpproces van herbestrating.

Ook minister van Gehandicaptenzaken Rick Brink was aanwezig in Pakhuis De Zwijger. Hij prijsde de samenwerking rond de Lokale Inclusie Agenda. “Vroeger keken we naar wat mensen niet konden doen, nu kijken we wat ze juist wel kunnen doen. Om dat meer door te laten dringen is er een beweging nodig. De inclusieve samenleving is nooit af. We moeten het samen doen.”

De 10 Speerpunten van de Amsterdamse Lokale Inclusie Agenda

  • Betere handhaving in de openbare ruimte, zodat mensen ongehinderd wegen, stoepen en gebouwen kunnen gebruiken.
  • Betere toegankelijkheid van het openbaar vervoer: kortere looproutes van een naar haltes, weinig overstappen, toegankelijke bussen en trams.
  • De looproutes langs de belangrijke locaties in de stad moeten verbeterd worden door obstakels weg te nemen.
  • Sociale bewustwording en inclusie: het verbeteren van de manier waarop beroepskrachten omgaan met mensen met zichtbare en niet zichtbare beperkingen.
  • Inclusie van ervaringsdeskundigheid: het is belangrijk dat ervaringsdeskundigen tijdig betrokken worden bij de planning, bouw en aanpassing van gebouwen, woningen en de openbare ruimte, zodat deze toegankelijk worden.
  • Meer aandacht voor inclusief onderwijs, zodat kinderen met een beperking meer in contact komen met andere kinderen en andersom.
  • Meer toegankelijke openbare toiletten.
  • Informatie- en meldvoorzieningen van de gemeente moeten toegankelijk zijn op diverse manieren, dus niet alleen digitaal.
  • Toegankelijkheid van voorzieningen van de Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo). Daarom is het sterk aan te bevelen dat er één Wmo-loket komt voor beter maatwerk voor de hulpvrager.
  • Het verbeteren van de sociale inclusie door plekken waar mensen hun vrije tijd besteden toegankelijker te maken. Bijvoorbeeld theaters en speeltuinen