Hier vindt u de online samenvatting van het rapport 'Collectieven tegen Kindermishandeling: opbrengsten en ervaringen'. Dit uitgebreide rapport is 21 februari 2017 gepubliceerd. 

De Collectieven tegen Kindermishandeling hebben vanaf medio 2015 tot eind 2016 vanuit de gemeente samen met partners in het werkveld lokale knelpunten in de aanpak van kindermishandeling in kaart gebracht en opgelost. Leidende gedachte is dat gemeenten als geen ander een rol spelen in het aanpakken van de lokale obstakels.

De aanleiding was de constatering dat landelijke kaderstelling, wetgeving en het ontwikkelen van instrumenten niet leidden tot een afname van slachtoffers en geweld. De Collectieven werd gevraagd zich te richten op de praktijk van het dagelijks handelen van professionals die met ouders en kinderen werken.

Eindrapportage

De Collectieven tegen Kindermishandeling zijn Amsterdam, Rotterdam, Arnhem, Dordrecht, Weststellingwerf en Parkstad Limburg.

 

 

Waar gaat het over?

Zowel burgers als professionals hebben een rol. Burgers moeten vooral weten waar ze met hun zorgen of vermoedens terecht kunnen. Van professionals mag verwacht worden dat ze vaardigheden hebben om te signaleren en om vervolgens de stappen van de meldcode te nemen.

Het dilemma: enerzijds vraagt de transformatie dat professionals gezinnen helpen om zelf problemen op te lossen. En anderzijds vraagt de aanpak van kindermishandeling om ingrijpen van buitenaf.


Aanpak professionals

Meer aandacht voor oudersignalen bij professionals

Om professionals alert te maken op gedragingen, kenmerken en omstandigheden van ouders die een risico betekenen voor de veiligheid van hun kinderen, is in Amsterdam een handzaam uitklapkaartje gemaakt met een compacte checklist met oudersignalen: Is een kind veilig in het gezin? Het kaartje is breed verspreid onder professionals. Het bevat ook een schema over het lokale jeugdstelsel en er wordt verwezen naar de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling.

Verbeteren van vroegsignalering in lokale veld
In Heerlen is een grote conferentie georganiseerd, bezocht door zo’n 600 professionals uit het primair onderwijs, de voorschoolse opvang, jeugd- en hulporganisaties, de politie, justitie en gemeenten. Op de conferentie kwam het belang van een vroege signalering naar voren: kindermishandeling grijpt diep in op de ontwikkeling van een kind en heeft een storende invloed op de groei van de hersenen.

In Friesland zijn twee werk-leergemeenschappen opgestart, ‘Handelen en Houding’ genaamd. Het doel: creëren van een ‘solidaire gemeenschap’. De gedachte hierachter is dat de gemeenschap noodzakelijke buffers biedt voor ouders om moeilijke omstandigheden de baas te kunnen. Professionals zijn onderdeel van de solidaire gemeenschap hebben en zijn beter in staat zorgen bespreekbaar te maken. Ouders durven eerder om hulp te vragen. 


Aanpak burgers

Voorlichting ouders

In Rotterdam is de folder Geweld in huis raakt kinderen gemaakt om ouders te wijzen op de gevolgen van huiselijk geweld en tips mee te geven over hoe te handelen en hulp te vragen. Deze is breed onder professionals verspreid en via het schoolmaatschappelijk werk in het basisonderwijs. Ook is meegewerkt aan een kunstinstallatie in het centrum van de stad: Small victims, large numbers, om burgers bewust te maken van het grote aantal slachtoffers van kindermishandeling.


Tips voor gemeenten

  • Kijk niet alleen naar kindsignalen, maar ook naar oudersignalen. Weeg de ouderschapsvaardigheden mee bij veiligheid van kinderen. Professionals hebben soms door persoonlijke omstandigheden en zorgen van ouders minder aandacht voor de kinderen.
  • Ga in de scholing van professionals ook in op het dilemma dat professionals enerzijds willen aansluiten bij vragen van ouders, hen ondersteunen en aansluiten bij hun eigen mogelijkheden, maar anderzijds ook oog moeten hebben voor de veiligheid van het kind en zo nodig van buitenaf ingrijpen.
  • Laat professionals van diverse organisaties in het lokale veld gezamenlijk een routekaart voor ouders en burgers ontwikkelen, die op wijkniveau een handzaam overzicht geeft van het lokale jeugdstelsel.

Meer voorbeelden

Meer voorbeelden vindt u in het uitgebreide rapport dat 20 februari 2017 gepresenteerd werd.

Waar gaat het over?

Alle betrokken partijen moeten over dezelfde basiskennis over het onderwerp kindermishandeling en niveau van professioneel handelen beschikken. Leren doen professionals het best van elkaar.


Aanpak

In de Collectieven is op diverse manieren gewerkt aan deskundigheidsbevordering van professionals. Bijvoorbeeld door scholing van (aankomende) professionals in het onderwijs of wijkteams, op het gebied van signaleren, handelen en samenwerken. Ook hebben de Collectieven veel geïnvesteerd in leren van elkaar in de praktijk. Bijvoorbeeld door werkateliers met wijkteams te organiseren. Of bijeenkomsten waarin de ene (groep) professional(s) de ander informeert over goede werkwijzen.

Scholing in signaleren, handelen en samenwerking

In Arnhem en Heerlen zijn intensieve deskundigheidsbevorderingstrajecten uitgevoerd om het signaleren en handelen in het primair onderwijs op alle niveaus te verbeteren.

Activiteiten

  • samenwerking met zowel gemeenten, onderwijsbesturen en scholen zelf
  • e-learning module huiselijk geweld en kindermishandeling van Augeo voor de leerkrachten
  • training tot aandachtsfunctionaris kindermishandeling en huiselijk geweld voor intern begeleiders
  • 4-delige serie van Klokhuis over kindermishandeling vertoond aan de kinderen van groep 7 en het bijbehorende lespakket verstrekt aan leerkrachten.
  • nieuwsbrief over kindermishandeling en huiselijk geweld voor de ouders van alle basisschoolkinderen
  • Veilig Thuis en wijkteams hebben hun werkwijze toegelicht en samenwerkingsvormen besproken, bijvoorbeeld: IB’ers weten nu hoe zij coaches van het wijkteam kunnen inschakelen bij complexe situaties.

Producten

Deskundigheidsbevordering bij aankomende beroepskrachten

In Heerlen is een factsheet voor het hoger beroepsonderwijs ontwikkeld. Op de Zuyd Hogeschool is een werkgroep gestart om kinder- en jongerenmishandeling een blijvende plek te geven in alle opleidingen door het onderwerp binnen de curricula op te nemen.

Leren in de praktijk: professionals leren van elkaar

Heerlen heeft samen leren als volgt ingevuld:

  • Intervisiebijeenkomsten voor professionals aan de hand van het viervenstermodel. Hiermee kunnen zij beter beslissingen te nemen bij casuïstiek en systematisch leren van de praktijk.
  • ‘Maatjesconstructie’ opgestart: iedere medewerker van het buurtteam heeft een maatje uit een expertiseteam (team met extra expertise op het gebied van jeugdbescherming, jeugdreclassering en gedragsproblemen) voor overleg bij lastige casuïstiek.

Viervenstermodel van Van Montfoort


Tips voor gemeenten

  • Geef Veilig Thuis, vanuit haar expertisefunctie voor de wijkteams, een adviserende rol in het omgaan met drang en dwang, en vasthoudend werken binnen een vrijwillig kader.
  • Start uiterlijk in januari/februari het gesprek met bestuurders en beleidsadviseurs van de lokale onderwijsbestuurders over deskundigheidsbevordering. Zij stellen de activiteitenkalender vaak al in mei vast, voor het daarop volgende schooljaar.
  • Zorg dat alle lagen van de onderwijsorganisaties betrokken worden. Begin ‘bovenin’ met de lokale onderwijsbesturen. Als zij de wenselijkheid inzien van meer preventie en vroegsignalering, kan daarna op de scholen zelf het gesprek gestart worden.

Meer voorbeelden

Meer voorbeelden vindt u in het uitgebreide rapport dat 20 februari 2017 gepresenteerd werd.

Waar gaat het over?

De start van de Collectieven liep gelijk op met de start van de transformatie van de jeugdhulp. In deze fase stonden afstemming, samenwerking en nieuwe afspraken maken centraal. Tussen lokale organisaties en professionals, tussen huisartsen en de wijkteams en tussenonderwijs, wijkteams en Veilig Thuis en de civiel- en strafrechtelijke partners (Raad voor de Kinderbescherming, politie en OM).


Aanpak

Lokale en regionale samenwerking algemeen

In Arnhem is gewerkt aan een doorstart van het voormalige Gelderse netwerk voor een intersectorale aanpak van kindermishandeling. Deze gold als voorloper voor een MDA++ aanpak, maar werkte sinds de transitie niet goed meer. Onder meer capaciteitsproblemen bij Veilig Thuis en onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden van het netwerk en wijkteams speelden hierbij een rol.

In Dordrecht is een serie werksessies georganiseerd met zeven lokale en regionale ketenpartners: JGZ, onderwijs, jeugdteams, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming West en de William Schrikker Groep. Aan de hand van actuele casuïstiek is de afstemming verbeterd tussen het vrijwillige en gedwongen kader. De GI’s hebben hun adviesfunctie richting jeugd- en sociaal team verbeterd door een vaste contactpersoon aan te stellen. Tussen JGZ, Stichting Jeugdteams en Veilig Thuis zijn concrete afspraken vastgelegd over kennisdeling en informatieoverdracht.

De zorg-justitieketen

In Amsterdam is er een afstemmingsoverleg straf-zorg opgericht tussen Veilig Thuis, de politie, de GI, het OM en de gemeente. Twee keer per week bespreken zij complexe casussen en de uit te zetten koers. Voor de toeleiding naar het afstemmingsoverleg zijn criteria opgesteld aan de hand van acht processtappen, van signalering tot inzet hulp en monitoring. Afspraken worden geregistreerd door Veilig Thuis. Daarnaast zijn zogenaamde ‘straf-zorg safari’s’ uitgevoerd: werkbezoeken waarin men elkaars werkwijze leert kennen en beter begrijpen.


Tips voor gemeenten

  • Faciliteer en stimuleer dat professionals met elkaar in gesprek gaan. Op alle niveaus (lokaal, wijk en school-wijkteam, huisarts-wijkteam, etc.) en op verschillende plaatsen in de keten. Het elkaar kennen en waarderen zorgt bij concrete casuïstiek dat professionals elkaar gemakkelijker kunnen vinden, consulteren en gerichter doorverwijzen. Bijv: ‘Gluren bij de buren’, ‘straf-zorg safari’s’, digitaal platform op wijkniveau voor informatie over collega-instellingen.
  • Spreek duidelijk met bestuurders en managers af dat uitvoerend professionals voldoende tijd krijgen voor werkgroepen en overleggen met andere professionals. Ook in de drukte van het primaire werk. Elkaar leren kennen, samenwerkingsafspraken maken en daadwerkelijk gaan werken volgens deze afspraken, kost nu eenmaal tijd. Neem en geef deze tijd.
  • Afspraken op papier werken alleen wanneer deze tot stand zijn gekomen in onderling overleg met de professionals zelf. Omgekeerd kunnen geleerde lessen in leer-/werksessies alleen goed geborgd worden wanneer er duidelijke afspraken over zijn gemaakt met bestuurlijk commitment. Stuur als gemeente op beide onderdelen en faciliteer.

Waar gaat het over?

Ondanks dat er veel ruimte is om informatie te delen, zijn er veel vragen en onzekerheden bij professionals over wanneer en hoe zij informatie over (vermoedens van) kindermishandeling mogen delen met anderen. Ook ondervinden professionals dilemma’s bij het toepassen van de regels.

Aanpak

Verbeterd gebruik van bestaande instrumenten

In Heerlen is gewerkt aan meer eenduidigheid in de signalerings- en registratiecriteria voor de verwijsindex met als doel betere signalering en samenwerking. Professionals van 1e en 2e lijnsorganisaties die aangesloten zijn bij de verwijsindex, bereikten met elkaar en met de gemeente overeenstemming over uniforme criteria, op basis waarvan jeugdigen gesignaleerd worden in de verwijsindex. Deze zijn vervolgens bestuurlijk goedgekeurd.

In Rotterdam is een werkgroep ’Informatie delen’ die bestond uit professionals uit onder meer CJG, onderwijs, wijkteam, Veilig Thuis, jeugdbescherming en politie in diverse werksessies aan de slag gegaan met vragen als: ‘Wanneer vraag/verstrekje welke informatie aan wie?, ’Hoe kun je deze informatie het best verstrekken?’, ‘Wanneer vraag je vooraf toestemming bij de ouders?’ Bij een de werkgroep‘Samenwerken’ bleek informatie delen ook een belangrijk aandachtspunt.

Leren van de praktijk: uitwisselen van knelpunten en maken van afspraken

In Amsterdam is een Algemeen Privacy Convenant Aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling opgesteld tussen een groot aantal partijen: Veilig Thuis, Gecertificeerde instellingen, gemeente Amsterdam, Blijf Groep, Welzijnsorganisatie, Jeugdbescherming, Openbaar Ministerie, politie, Raad voor de Kinderbescherming, reclassering en lokale (wijk)teams. Het schetst de wettelijke kaders waarbinnen gegevensuitwisseling binnen samenwerkingsverbanden van deze partijen tot stand kan komen. Deze kaders helpen professionals bij de afweging wanneer, met wie en hoe noodzakelijke informatie mag worden gedeeld.

Tips voor gemeenten

  • Wees ervan bewust dat de angst bij professionals voor schending van privacy van ouders/gezinnen hardnekkig is. Dit speelt een grote rol bij informatiedeling met andere partners in de keten. Ontwikkel producten die helpen om hun vragen en misverstanden aan te pakken.
  • Besteed bij scholing over dit thema aandacht aan ten minste kennis over wetgeving en ruimte die daarin bestaat, de persoonlijke dilemma’s en morele vraagstukken die bij informatiedeling een rol spelen en het praktisch handelen.

Waar gaat het over?

Hoe kunnen lokale en regionale vernieuwingen in de aanpak van kindermishandeling het best worden ingericht en uitgevoerd? Hoe kunnen de opgeleverde resultaten en opgedane ervaringen goed geborgd worden? En wat is daarin belangrijk voor wat betreft de rol, positie en kwaliteiten van de projectleider?


Aanpak

Inrichten en uitvoeren

  • Een wethouder was bestuurlijk trekker van een Collectief.
  • Een projectleider of projectregisseur heeft samen met lokale en regionale partijen (in ieder geval zorg, onderwijs en justitie) – bottom-up – een verbeteragenda opgesteld en uitgevoerd. Het opstellen van de verbeteragenda is een proces waar ruim de tijd voor genomen moet worden.
  • Er is gefocust op enkele thema’s. Professionals kregen veelal zelf ruimte om inhoudelijke verbeteringen voor te stellen.
  • Het stond de Collectieven vrij om een (aparte) projectleider aan te stellen.

Borgen en continueren

Alle zes Collectieven zullen hun aanpak in 2017 en daarna voortzetten. Zij doen dit op verschillende wijze. Hieronder een greep uit de voorgenomen acties.

Amsterdam
In Amsterdam en de vijf omringende gemeenten vindt borging plaats in de 'Regioaanpak huiselijk geweld en kindermishandeling: op weg naar duurzame veiligheid, 2015 – 2020'. Inzet: verbetering van de intersectorale samenwerking bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling door het verminderen van het aantal hermeldingen bij Veilig Thuis.

Dordrecht
De opbrengsten van het Collectief worden verder opgepakt in de Sociale Ontwikkelagenda.
Acties 2017 en verder:

  • Invoering Ouder-Kind coaches. Een nieuwe functie, waarmee de verbinding vanuit het wijkteam wordt gelegd door wijkteamprofessionals die primair in de school werkzaam zijn. Zij brengen hiermee specifieke expertise mee rondom dit thema. Een soortgelijk traject wordt ontwikkeld voor de doelgroep 0-4 jarigen.
  • (Door) Ontwikkeling van een lokale aanpak op: Expertise onderwijsprofessionals, Kwetsbare zwangeren, Vechtscheidingen en Ketensamenwerking

Friesland
De ontwikkeling van een solidaire gemeenschap krijgt in het lokale veld een vervolg door:

  • In de overige gebieden binnen de gemeenten én in het ‘Actieplan huiselijk geweld en kindermishandeling’ van Leeuwarden en Weststellingwerf wordt de doorontwikkeling van de opgerichte werk-leergemeenschappen en de start van nieuwe werk-leergemeenschappen opgenomen. Doel: Betrekken van bewoners bij de solidaire gemeenschap.
  • Train-de-trainer. Trainingen door de ontwikkelaars aan nieuwe procesbegeleiders van de werk-leergemeenschappen.  
  • De ontwikkelde handleiding wordt binnen de Friese gemeenten verspreid voor uitrol van werk-leergemeenschappen in de provincie Friesland.

Tips voor gemeenten

Inrichten en uitvoeren

  • Zorg voor bestuurlijk draagvlak bij de wethouder(s) jeugd, onderwijs en zorg, en stem af met de burgemeester (bijv. in lokale driehoek, vanwege openbare orde en veiligheid).
  • Bed de opdrachtgeversrol van gemeenten naar Veilig Thuis in. Hierdoor kan beter gestuurd worden op de samenwerking tussen Veilig Thuis en de overige partners in de keten, en kunnen hierover afspraken gemaakt worden. Heb hierbij aandacht voor transformatievragen als: ‘Wat kan Veilig Thuis in de adviesfunctie betekenen voor de andere partners in de gezamenlijke aanpak?’
  • Toets de afspraken die in werkgroepen of overleggen tussen professionals worden gemaakt op draagvlak binnen de betreffende organisaties. Het is nodig om naast professionals ook managers en bestuurders te betrekken, zodat afspraken daadwerkelijk worden vastgelegd en uitgevoerd.

Borgen en continueren

  • Pas acties voor een betere lokale aanpak van kindermishandeling in binnen bestaand beleid, niet als een (losstaand) project.
  • Beleg duidelijk taken en verantwoordelijkheden om de verbeteringen in stand te houden. Bijvoorbeeld de onderwijsbesturen in Arnhem bedden de scholing aan leerkrachten in binnen hun scholingsprogramma.

Positie en kwaliteiten van de projectleider

  • Wat betreft aansturing, borging en inbedding in het gemeentelijk beleid is de beste optie om het projectleiderschap van een project à la de Collectieven bij een ervaren beleidsambtenaar te beleggen. In de Collectieven bleek dat borging van de opbrengsten voor een externe projectleider moeilijker is. Op het moment dat de projectleider vertrokken is, kan hij/zij zich niet meer hard maken voor de borging.
  • Een externe projectleider kán ook goed werken, maar hij/zij heeft een bestaand sterk netwerk nodig t.b.v. het interne draagvlak, het commitment van de bestuurders van betrokken organisaties, en de betrokkenheid van en verbinding met de gemeente.