Nummer 19, 2016

Drie vragen aan ... Berend de Vries, wethouder Tilburg

Auteur: Marten Muskee

Om de energietransitie te realiseren, moeten de overheden samenwerken aan een breedgedragen verhaal dat bedrijven en inwoners het vertrouwen geeft om aan de slag te gaan. Dat is de teneur na afloop van de VNG-bijeenkomst Samen (be)sturen in de energietransitie in Utrecht. Berend de Vries, voorzitter van de VNG-commissie Milieu, Energie en Mobiliteit en wethouder in Tilburg, licht toe.

De sleutel voor de energietransitie ligt decentraal, stellen de mede-overheden in een gezamenlijke brief richting het Rijk. U droeg dit statement vorig jaar rond de Energietop van de VNG al uit. Gaat u nu een stap verder door te pleiten voor een nationale klimaatwet?

‘De boodschap is consistent. Vorig jaar is voorafgaand aan de Energietop en de Energiedialoog van het kabinet besloten om in vijf pilots met regionale energiestrategieën aan de slag te gaan. Nu staan we aan de vooravond van landelijke verkiezingen en van de evaluatie van het SER Energieakkoord. Het is cruciaal om de gezamenlijke ambitie vast te houden. Dat staat los van de vraag of de afspraken in een klimaatwet of in een nationaal programma energie worden vastgelegd. Het inpassen van de productie van schone energie en van maatregelen rond klimaatadaptatie in de beperkte ruimte vormt een grote uitdaging. De eerste overheid is daarbij per definitie aan zet en daarvoor hebben we bevoegdheden nodig. Zo komt er met de vervanging van het gasnetwerk door duurzame warmtebronnen een groot infrastructureel vraagstuk op ons af. De aansluiting op het gasnet was toentertijd ook een hele operatie en dat lukte in korte tijd. Dat kunnen we nu weer doen, maar daar horen wel bevoegdheden en regelgeving bij waarmee gemeenten en netbeheerders de uitdaging aan kunnen gaan. Overigens moeten woningen dan wel goed geïsoleerd zijn anders werkt het niet. De VNG pleit onder meer op dit onderdeel voor een investeringsagenda. We hebben ruimte en middelen nodig om het voor elkaar te boksen.’

Regionale energiestrategieën vormen het sleutelwoord bij de omschakeling naar duurzame energieopwekking. Hoe staat het met de pilots die lopen?

‘Daar zijn we bijzonder tevreden over. We hebben geld gekregen voor proeven in vijf geselecteerde regio’s. Er zijn echter veel meer regio’s aan de slag gegaan  met het programma en aangehaakt bij de vijf koplopers. Zij vinden het programma zo interessant dat ze mee willen doen en dragen de kosten zelf. Momenteel doen al driehonderd gemeenten mee. Dat is heel goed want we leren van elkaar. Zo krijgen we bijvoorbeeld alle ruimtelijke dilemma’s die spelen rond alternatieve energiebronnen in kaart. Ondanks de lastige gesprekken daarover gaan de partijen met elkaar om de tafel en vooruitlopend op de eindresultaten is dat alvast winst.’ 

Gemeenten en provincies willen dat in 2035 ten minste 50 procent van de energie in hun regio duurzaam is. Hoe denkt u dat te bereiken?

‘De omschakeling van gas naar een duurzame warmtebron is een van de belangrijkste thema’s. Steeds meer gemeenten zetten dit op de agenda en ook de netbeheerders zien dat ze hiermee aan de slag moeten. Voor hen speelt echter ook een financieel motief. Veel netwerken zijn aan vervanging toe. Als de beheerders die vernieuwen, verdienen ze hun investering niet terug. Aangezien overheden de aandeelhouders zijn van de netwerkbedrijven is het in ons aller belang om desinvesteringen met maatschappelijk geld te voorkomen. Verder wordt ingezet op de verduurzaming van maatschappelijke gebouwen en op het verplichten van bedrijven tot het nemen van energiebesparende maatregelen.’