In Noordenveld had Sandra Korthuis een pittig, inhoudelijk gesprek met het college van B en W. Het college wilde graag opheldering over de gang van zaken rond de discussie over de bestuurlijke toekomst van Nederland. Korthuis vertelde dat voor het omstreden discussiestuk Thorbecke 2.0 een raadplegingstraject van een jaar was voorzien.

Maar dat viel in het water door de val van het kabinet. De burgemeester zei dat hij ook vraagtekens heeft bij de schaaldiscussies naar aanleiding van de decentralisatie van de jeugdzorg en de AWBZ. 'Het ligt in de rede dat kleinere gemeenten bij dit soort omvangrijke opdrachten samenwerken,' reageerde Korthuis en ze voegde eraan toe dat gemeenten zelf bepalen hoe zij dat invullen.

Verblijfsgerechtigden
Een opgave die de bestuurders in Noordenveld bezighoudt is de plaatsing van 29 verblijfsgerechtigden. De gemeente moet de mensen voor 1 januari huisvesting aanbieden, maar veel van deze statushouders willen niet meewerken Ze zijn veelal alleenstaand en willen liever in de buurt wonen van hun familie in de grote steden. Het ministerie van VROM wil nu de kosten van het asielzoekerscentrum gaan doorberekenen omdat de mensen daar langer verblijven dan was voorzien.

De VNG heeft dit probleem ook gesignaleerd, vertelde Korthuis. Het was onderwerp van overleg met het ministerie van Justitie en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Justitie drong er daarbij op aan dat gemeenten aan de bel trekken met praktijkinformatie zodat Justitie het COA kan aanspreken op betere samenwerking met gemeenten.

Het college van Noordenveld maakt zich zorgen over de concentratie van rijksdiensten. Zo dreigt de penitentiaire inrichting in Veenhuizen te worden gesloten wat ten koste gaat van arbeidsplaatsen. Wat kan de VNG hier aan doen? 'Het is vanuit gemeentelijk perspectief een zero-sumgame,' antwoordde Korthuis. 'De arbeidsplaatsen die één gemeente verliest, komen er elders bij. Dat maakt het voor de VNG lastig om positie in te nemen.' Korthuis adviseerde B en W om minister Opstelten van Veiligheid en Justitie uit te nodigen voor een werkbezoek.