Laatst bijgewerkt: 21 mei 2026

In deze handreiking vindt u een basisstructuur voor uw omgevingsplan. Deze structuur geeft enerzijds een robuust en herkenbaar fundament en laat anderzijds alle ruimte om eigen keuzes te maken bij de verdere uitwerking van het omgevingsplan. 

Voor het opbouwen van het integrale omgevingsplan moeten gemeenten nadenken over de structuur van het plan (de ‘inhoudsopgave’). Met de basisstructuur bieden we een ordening voor de grote onderwerpen van het omgevingsplan. Hiermee beogen we gemeenten te helpen met een helder vertrekpunt voor het ontwikkelen van hun omgevingsplan.

Robuust en herkenbaar fundament

We beschouwen dit als een structuur die in principe door iedere gemeente kan worden gebruikt als basisstructuur voor haar omgevingsplan. Deze structuur geeft enerzijds een robuust en herkenbaar fundament en laat anderzijds alle ruimte aan gemeenten om eigen varianten en uitwerkingen te maken. Uiteraard zijn ook andere structuren mogelijk, zoals diverse koplopers in het land ook laten zien. 

De basisstructuur kan ook een bijdrage leveren aan meer uniforme omgevingsplannen tussen gemeenten. Dit kan de gemeente later veel voordelen opleveren bij uitbestedingen aan bureaus, duiding van jurisprudentie en het benutten van best practices. En voor gebruikers vergroot het de herkenbaarheid.

Casco2020

De basisstructuur is identiek aan de hoofdstukindeling voor het omgevingsplan die de VNG in 2020 heeft gepubliceerd (‘casco2020’; zie Het casco voor het omgevingsplan, pdf, 307 kB). De opbouw van de hoofstukken sluit aan bij de structuren van de Omgevingswet en AMvB’s.  

Let op: de VNG heeft het casco2020 zelf gebruikt als basis voor de ontwikkeling van de geïntegreerde staalkaarten voor het omgevingsplan. Het casco2020 kan echter net zo goed gebruikt worden voor omgevingsplannen die niet werken met een (voor de geïntegreerde staalkaart zo kenmerkende) richtingaanwijzer.

De basisstructuur gebruiken

Hieronder vindt u de 12 hoofdstukken van de basisstructuur, met bij elk hoofdstuk een beknopte toelichting op de inhoud die u kunt opnemen. U kunt de basisstructuur overnemen of naar eigen behoefte aanpassen en uitwerken. Een voorbeeld van een aanpassing geven we bij hoofdstuk 5.

Let op: Denkt u dat u bepaalde hoofdstukken van de basisstructuur (nog) niet nodig heeft? Dan adviseren we om deze (nog) niet te schrappen, maar op ‘gereserveerd’ te zetten. Mogelijk heeft u deze hoofdstukken in de toekomst alsnog nodig. Door het hoofdstuk te reserveren, voorkomt u dat u hoofdstukken moet vernummeren. In de transitiefase hoort vernummeren er tot op zekere hoogte bij, maar waar mogelijk heeft voorkomen de voorkeur. 

Maak slim gebruik van tijdelijke hoofdstukken

In de transitieperiode, maar ook daarna, kan het voor gebiedsontwikkelingen of andere tijdelijke regels handig zijn om te werken met tijdelijke hoofdstukken. Zeker nu u niet meer kunt werken met TAM-IMRO. U houdt de regels voor de gebiedsontwikkeling dan tijdelijk apart van de rest van het omgevingsplan en reduceert daarmee de complexiteit. 

Het gebruik van tijdelijke hoofdstukken kan ook slim zijn als u specifieke onderwerpen wilt regelen in het omgevingsplan, maar u nog geen definitieve structuur heeft. Of als u verwacht dat de regels de komende tijd nog aanzienlijk aan verandering onderhevig zijn.  

Tijdelijke hoofdstukken maken geen onderdeel uit van de basisstructuur, ze zijn optioneel. We bespreken ze in een later stadium bij de systematiek van het omgevingsplan, als een manier om om te gaan met dynamiek in het plan. Voor meer informatie over het gebruik van tijdelijke hoofdstukken voor gebiedsontwikkeling zie de Handreiking gebiedsontwikkeling in STOP/TPOD.