VNG Magazine nummer 20, 20 december 2019

Auteur: Annemieke Diekman

Een baan, een gezin, maar geen dak boven je hoofd. Het tekort aan betaalbare en toegankelijke huurwoningen leidt tot een toename van het aantal economisch daklozen. Amsterdam en andere grote steden luiden de noodklok.

Economisch daklozen

Elke ochtend pakt Malika Amghar de telefoon voor een rondje bellen langs de plaatselijke hotels. Om te horen of er misschien kamers vrij zijn voor die avond, voor een van de Amsterdammers zonder vast dak boven het hoofd. ‘Zodat ze even bij kunnen komen van het constant onderweg zijn van logeerbank naar logeerbank.’
Amghar is een bevlogen ambulant werker van De Regenboog Groep (DRG), een van de partijen in Amsterdam die in de stad de daklozenopvang verzorgen. Zij zet zich in de stad in voor de snelgroeiende nieuwe groep onder de daklozen, de zelfredzame ofwel economisch daklozen. Hun aantal neemt niet alleen in Amsterdam toe, maar ook elders in Nederland. Deze mensen hebben geen vast dak boven hun hoofd, maar zijn verder vaak wel zelfredzaam, en hebben meestal ook nog werk.
Naast de G4 heeft ook de Nationale ombudsman recent de noodklok geluid over de toename van het aantal daklozen in Nederland. Volgens verschillende bronnen zijn het er nu 40.000, een verdubbeling ten opzichte van 10 jaar geleden. Ook consumentenprogramma’s als Radar en zelfs radio-dj’s springen boven op de daklozenproblematiek. Staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS heeft inmiddels gereageerd op de brief die de G4 hierover heeft gestuurd aan het kabinet, maar er ligt nog geen concreet plan van aanpak.  

Groot tekort aan woningen
Dat is ook niet eenvoudig, extra geld volstaat niet. De oorzaken liggen dieper en zijn wijdverspreid. Verreweg de belangrijkste oorzaak is het tekort aan betaalbare en toegankelijke huurwoningen in Amsterdam en andere grote steden. Daar komt volgens de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen bij dat de huidige regelgeving er ook toe bijdraagt dat het aantal daklozen verder stijgt. Het zijn er nu 40.000, maar hij sluit een verviervoudiging niet uit als er niets gebeurt.
‘Het zijn rare regels’, zei Van Zutphen in het NOS Journaal. ‘Als je iemand bij jou laat inwonen, raak je je huurtoeslag kwijt. Ook  kunnen mensen zich niet inschrijven zonder vast adres en geen paspoort aanvragen en zonder paspoort kun je niet aan het werk.’
De zelfredzame of economische daklozen zijn in Nederland een vrij nieuw fenomeen. Cijfers ontbreken nog grotendeels, stelt Amghar van DRG. Maar dat deze groep in aantal toeneemt, is een feit. Levensgebeurtenissen zoals scheiding, werkloosheid en faillissement liggen meestal ten grondslag aan de problemen. ‘Het komt ook voor dat mensen zelf niet zo handig omgaan met bepaalde situaties’, aldus de maatschappelijk werker. ‘Dan kunnen kleine schulden die ze hebben bijvoorbeeld ontaarden in probleemschulden, waardoor ze de huur niet meer kunnen betalen en hun huis kwijtraken.’
De digitalisering in de maatschappij kan sommige kwetsbare groepen eveneens in de problemen brengen. Hierdoor is het aanvragen van toeslagen en de communicatie hierover bijvoorbeeld lastiger te begrijpen dan voorheen.

Wij denken dat dit nog maar het topje van de ijsberg is

Tussen wal en schip
Terug naar Amsterdam, waar Amghar in een hoekje van buurtcentrum Het Claverhuis vertelt over de wijze waarop de stad het hoofd probeert te bieden aan de problematiek van de economisch daklozen. Aan de grote tafel zoeken vrijwilligers van DRG intussen samen met
enkele economisch daklozen naar een speld in de hooiberg: een betaalbare huurwoning. De gemiddelde wachttijd is voor mensen tussen de 35 en 55 in de stad inmiddels opgelopen tot 18 jaar.
Deze groep mensen zonder vast dak boven hun hoofd valt eigenlijk tussen wal en schip. Ze komen niet of nauwelijks in aanmerking voor maatschappelijke opvang. Die is voornamelijk voor  niet-zelfredzame daklozen, veelal mensen met psychiatrische klachten of een verslaving. ‘Bij de screeningsbalie van de GGD krijgen momenteel 24 zelfredzame daklozen per week te horen dat ze niet in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang. Wij denken dat dit nog maar het topje van de ijsberg is, de meeste economisch daklozen melden zich niet eens aan, omdat ze er niets van verwachten’, vertelt Amghar.

Urgent
Het is moeilijk voor Amsterdammers die dakloos raken – maar geen problematiek hebben rond verslaving of psychiatrie – om hun problemen zelf op te lossen, bevestigt ook een woordvoerder van de gemeente. Het gebrek aan betaalbare woonruimte maakt volgens de gemeente de problemen van deze groep urgent. Het risico bestaat dat zij, zoals de ombudsman ook constateert, ‘afglijden’ en uiteindelijk meer problemen ontwikkelen door een leven op straat.
De zelfredzame daklozen hebben geen toegang tot de nachtopvang, alleen voor de wintermaanden wordt een uitzondering gemaakt. Wel kunnen zij overdag terecht in een van de acht inloophuizen van DRG – waarvan de gemeente Amsterdam de huur en personeelskosten betaalt – voor een maaltijd, een douche of een praatje. Maar in de praktijk passen ze er niet echt. ‘De economisch daklozen maken er niet zo graag gebruik van, ze zijn er meestal ook niet streetwise genoeg voor’, zegt Amghar. ‘De sfeer is er soms best grimmig  en je moet constant op je hoede zijn. Dat is deze groep niet gewend.’ Ook is er de schaamte en het niet geassocieerd willen worden met daklozen, die helemaal niet voor zichzelf kunnen zorgen.

 Uitzicht op een woning is er voorlopig niet

De auto als huis
In de praktijk komt het erop neer dat er voor de economisch daklozen bitter weinig mogelijkheden zijn en er een reëel risico is dat ze alsnog op straat belanden. Vaak zijn ze dan al tijden van bank naar bank bij vrienden en bekenden verhuisd.
Amghar komt met schrijnende voorbeelden. Het verhaal over een dakloos gezin dat al tweeënhalf jaar in een auto woont, blijft het meest bij. ‘De vader werkt overdag, de moeder loopt de hele dag rond met het kind. Soms douchen ze stiekem in het pand waar vader schoonmaakt. Uitzicht op een woning is er voorlopig niet.’
Hoewel Amghar soms wel een gevoel van moedeloosheid bekruipt, blijft ze samen met haar collega’s van DRG, de andere instanties die daklozen opvangen en de gemeente, zoeken naar oplossingen. De  gemeente is nu een pilot gestart waarbij dakloze Amsterdammers die zich bij het gemeenteloket voor maatschappelijke opvang melden, maar daar niet voor aanmerking komen, direct een intensief ondersteuningstraject aangeboden krijgen. Dit vindt plaats in het ‘huis van de wijk’ in de wijk waar zij vandaan komen. Zij krijgen een persoonlijke hulpverlener, die hen helpt de nodige ondersteuning op te starten, en op wie zij kunnen terugvallen als ze hun weg niet kunnen vinden. Dit voorkomt dat zij van ‘het kastje naar de muur’ worden gestuurd. Daarnaast zijn recent ook de mogelijkheden verruimd voor het verkrijgen van een briefadres voor adreslozen.  

Creatieve tijdelijke woonvormen
Zolang de problemen op de woningmarkt en op het gebied van regelgeving echter niet structureel op landelijk en lokaal niveau worden aangepakt, is creativiteit  van alle partijen geboden om toch zo veel mogelijk economisch daklozen te kunnen helpen.
Er zijn al verschillende initiatieven gestart. Deze dakloze Amsterdammers kunnen bijvoorbeeld tijdelijk terecht in het passantenpension, waar ze een halfjaar een kamer kunnen huren, om van daaruit een permanent dak boven hun hoofd te zoeken. Maar hier is lang niet voor iedereen plaats.
DRG is daarnaast het project Onder de Pannen begonnen. Mensen die een slaapkamer over hebben, kunnen deze via dit project legaal verhuren aan een stadgenoot die  dringend op zoek is naar woonruimte. En dan zonder dat gekort wordt op uitkering of toeslagen van de verhuurder. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Deze tijdelijke huisvesting is bedoeld om mensen rust te bieden en daarmee tijd en ruimte om duurzame huisvesting te vinden.
Ook behoedt het de daklozen voor verder afglijden naar een leven op straat. Nog een voordeel van Onder de Pannen is dat de huurder zich mag inschrijven op het adres, waardoor een zorgverzekering kan worden afgesloten en ook een adres aan een werkgever kan worden doorgegeven. Ze mogen er een jaar blijven. Na dat jaar heeft ongeveer de helft weer woonruimte gevonden.

Hotelkamer
Een andere creatieve oplossing van DRG is de pilot met een gerenommeerde hotelketen in Amsterdam. Met deze hotelketen is overeengekomen dat zelfredzame daklozen een of meerdere dagen achter elkaar in de niet-verkochte kamers mogen logeren tegen een vergoeding van 14 euro per persoon per nacht. Dat is hetzelfde bedrag dat voor andere opvang moet worden betaald.
De pilot van DRG, die wordt gesteund door de gemeente en nu enkele weken loopt, is nu al een succes. ‘De mensen die er gebruik van maken zie je letterlijk ontspannen, zo dankbaar dat ze zich even voor een nacht of wat geen zorgen hoeven te maken, waar ze slapen.’ Begin januari is er een evaluatie van deze samenwerking en Amghar hoopt dat de pilot wordt verlengd en uitgebreid naar andere hotel(keten)s: ‘Dit soort kleine succesjes helpt ons om door te gaan.’

Daklozenprobleem weer ‘voortvarend aanpakken’

Auteur: Rutger van den Dikkenberg

De boodschap van Jantine Kriens en Gerrit Zalm is helder: 5 procent van de Nederlanders heeft hulp nodig van de overheid om multiproblematiek aan te pakken. Generiek beleid helpt voor deze groep niet. ‘Die mensen kun je niet verkokerd benaderen,’ zegt Kriens. ‘Het is geen homogene groep. Ze hebben te maken met de tragiek van onze beleidsreacties. Als we in specifieke situaties zien dat er iets anders moet gebeuren, dan wordt daar generiek beleid voor gemaakt.’

Kriens, nu algemeen directeur van de VNG, en oud-minister Zalm hebben een gezamenlijk verleden. Toen Kriens in 2006 in Rotterdam aantrad als wethouder volksgezondheid en maatschappelijke opvang, was Zalm minister van Financiën in het tweede kabinet-Balkenende. Rotterdam kende in die tijd drieduizend dak- en thuislozen.

Politiek klimaat
Vier jaar eerder, de tijd van Pim Fortuyn, was er in de havenstad een andere wind gaan waaien, zegt Kriens. ‘Door de komst van Leefbaar Rotterdam met zeventien zetels in de raad, kon een aantal dingen die voorheen vanzelfsprekend waren, aangepakt worden.’ Zoals het sluiten van de Keileweg, de tippelzone in het westen van de stad. ‘Daar was sprake van vrouwenmishandeling. Veel van de prostituees waren ook dakloos. Door het veranderde politieke klimaat werd het mogelijk de tippelzone te sluiten en voor die vrouwen een plek te zoeken.’
Eenvoudig was dat niet. De meeste daklozen in de Rotterdam hadden psychische klachten en kampten met een verslaving. ‘Daardoor zaten ze heel lang tussen wal en schip. Dat was typisch een geval van verkokering.’ Deze mensen kwamen in principe in aanmerking voor de Awbz, die toen nog bestond. Kriens: ‘Alleen kregen we ze niet te pakken.’

Leger des Heils
Ondertussen agendeerde majoor Ine Voorham van het Leger des Heils het probleem bij Zalm. ‘Zij was al weleens eerder bij mij gekomen om te praten over de coördinatie aan dak- en thuislozen’, herinnert hij zich. ‘Ik heb me toen voor haar karretje laten spannen en een ambtenaar die hier zeer enthousiast over was, vrijgesteld om hiermee aan de slag te gaan.’ Samen met de vier grote gemeenten, woningcorporaties, zorgverzekeraars en andere partijen werd gezocht naar een oplossing.

Het resulteerde erin dat Zalm 20 miljoen euro vrijmaakte. Budget dat eigenlijk naar de Awzb zou gaan, werd gebruikt voor het opzetten van een programma. ‘Geld was niet de crux,’ zegt Zalm, ‘maar het heeft wel geholpen. Het belangrijkst was dat iedereen zijn rol ging spelen.
Als je als inwoner eenmaal van de rails af bent geraakt, heb je heel veel organisaties nodig om er weer op te komen. Die samenwerking is belangrijk, en de gemeente heeft daarin een belangrijke regierol.’

Les
Dat is ook de les die Kriens en Zalm nu willen meegeven. Het beleid is, mede door de economische crisis, ‘wat verwaterd’, erkent Zalm, die nu voorzitter is van SchuldenlabNL. ‘We moeten dit probleem weer voortvarend kunnen aanpakken. Daarbij is het van belang dat niet elke gemeente het wiel opnieuw gaat uitvinden. Je moet leren van elkaars succes.’