Nummer 2, 2016

Interview met Burgemeester Pieter Verhoeve van Oudewater

Auteur: Leo Mudde

Komend voorjaar wordt in diverse gemeenten geëxperimenteerd met mengvormen van winkel en horeca.

De pilot, uitgevoerd op verzoek van een aantal grote gemeenten, moet input leveren voor de inbreng van de VNG bij de evaluatie van de Drank- en horecawet (DHW). Burgemeester Pieter Verhoeve van Oudewater, lid van de VNG-commissie Bestuur en Veiligheid, trekt de kar.

Voor welk probleem moet eigenlijk een oplossing worden gevonden?

‘Van gemeenten wordt verwacht dat zij toezien op naleving van de Drank- en horecawet, maar in de praktijk lopen zij daarmee tegen problemen op. Handhaving is soms niet mogelijk of niet logisch, waardoor er een soort verkapt gedoogbeleid is ontstaan. De wet stamt uit de jaren dertig en is niet meegegaan met de maatschappelijke ontwikkelingen. Volgens de wet staan er waterdichte schotten tussen horeca, retail en slijterij, maar in de praktijk zijn de scheidslijnen diffuus.’

Geeft u eens voorbeelden.

‘Een restaurant mag een schilderij dat daar aan de muur hangt, niet verkopen aan een klant die het toevallig erg mooi vindt. Een slijterij mag niet tegen betaling wijn laten proeven. Proeverijen organiseren – mag niet. Maar het gebeurt wel. Winkels mogen geen alcohol verkopen, met uitzondering van supermarkten. Een chocolaterie mag geen rum in haar bonbons doen. 

Ik moet handhaven als de Wereldwinkel, hier in Oudewater, fairtradewijn verkoopt omdat ze niet beschikt over het aantal vereiste vierkante meters winkelvloer. Ik heb niet de illusie dat de volksgezondheid, de reden waarom de wet terecht zo streng is, in gevaar komt als we in dit soort gevallen niet handhaven. We leven niet meer in de crisistijd, toen salarissen in de kroeg werden uitbetaald of uitgegeven. De bevolking is ook wat anders samengesteld.’

STAP, het Nederlands instituut voor alcoholbeleid, is kritisch over de pilot. Als winkels drank mogen verkopen, zou het hek van de dam zijn.

‘De deelnemende gemeenten en ondernemers moeten aan strenge voorwaarden voldoen. Zo zijn bouwmarkten, supermarkten en winkels waar veel kinderen komen, uitgesloten. We doen dit niet lichtzinnig. Er zijn gemeenten afgehaakt omdat ze schrokken van de bureaucratie.’

De pilot wordt ook wel blurring genoemd, het aanbod van winkels vervaagt. STAP noemt voorbeelden als spijkerbroekenwinkels die bier tappen, kappers die drank serveren, een modezaak die klanten lokt met een wijnaanbod. Alcohol zou nog meer een ‘gewoon’ verschijnsel worden en het gebruik ervan aanmoedigen.

‘Ik herken die voorbeelden niet. STAP haalt er van alles bij, maar heeft zich niet verdiept in waar de pilot werkelijk over gaat. Als je STAP zou volgen, wordt de verkoop van alcohol in een cordon sanitaire geplaatst. Dat is niet terecht. Rigide vasthouden aan de wet betekent ook dat een restaurant zijn zelfgemaakte olijfolie niet mag verkopen en een slijter geen etenswaren. Het onderscheid tussen hoofd- en nevenactiviteit blijft ook in onze pilot bestaan, de verschillende branches blijven intact. Maar het moet mogelijk zijn om daar af en toe, en in alle beperktheid, wat flexibeler mee om te gaan. Mijn persoonlijke overweging om voluit achter de pilot te staan is, dat ik een handhaafbare wet wil. En die heb ik nu niet. Zeker niet met de twaalf boa-uren die ik in Oudewater per week tot mijn beschikking heb, daar moet ik alles van doen. We moeten toe naar regels die wél handhaafbaar zijn. Het slimme handhaven van vandaag dient wet te worden.’

Over de pilot zijn Kamervragen gesteld. De experimenten zouden in strijd zijn met de wet. Staatssecretaris Martin van Rijn heeft de VNG gevraagd de pilot aan te passen, zodat ze binnen de kaders van de wet kan worden uitgevoerd. Schrikt u daar niet van?

‘De staatssecretaris heeft in een heel vroeg stadium al gezegd dat hij de pilot zou verbieden. Maar hij gáát daar helemaal niet over. Het is een bevoegdheid van burgemeesters, die moeten de wet interpreteren. Wij willen de wet graag handhaven, maar in de huidige praktijk lopen we tegen onredelijke en onhaalbare grenzen van handhaving aan. Kijk, als je decentraliseert moet je erop vertrouwen dat wij, de gemeenten, het goed en integer doen. Toen de handhaving van de DHW nog een rijks­taak was, was er voor heel Nederland maar een handjevol ambtenaren om te controleren. Veel gemeenten werden nooit bezocht. Nu hebben alle gemeenten boa’s, ook nog eens uit eigen zak betaald. Wij financieren met eigen geld wat eerst een rijkstaak was. Prima, maar ga ons dan niet vanuit Den Haag de les lezen.

‘De VNG heeft kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris. Ik constateer ook dat het bestuur, met steun van diverse commissies, het besluit heeft genomen om de pilot te starten. We zijn nu druk bezig met de voorbereiding.  Kennelijk verschillen we van mening over de uitleg en handhaafbaarheid van de DHW.’

Waar gaat de pilot over?

  1. Aan de pilot doen ongeveer dertig gemeenten mee.
  2. Per gemeente mogen zich ten hoogste 25 winkels registreren.
  3. Hoofdonderwerp is toetsen van de bestaande handhavingspraktijk. 
  4. Supermarkten, bouwmarkten en ­winkels waar veel kinderen komen, mogen niet meedoen.
  5. De pilot wordt begeleid door een onafhankelijk onderzoeksbureau.
  6. De data worden verzameld ten behoeve van de inbreng van de VNG op de evaluatie van de Drank- en horecawet.
  7. De pilot gaat dit voorjaar van start en duurt tot het eind van het jaar. Rond die tijd evalueert de Tweede Kamer de Drank- en horecawet.

‘Rigide houding past niet meer’

Het kostte niet veel moeite gemeenten geïnteresseerd te krijgen om mee te doen aan de pilot met het toestaan van mengvormen horeca/winkels. Het initiatief is afkomstig van de vier grote gemeenten, maar ook de kleinere hebben behoefte aan meer duidelijkheid over wat nu wel en wat niet kan en mag. 

Zo wil Amersfoort ‘graag’ meedoen, schreef het college van deze stad in antwoord op raadsvragen van de ChristenUnie. Raadslid Rutger Dijksterhuis reageerde in het AD opgetogen: ‘In deze tijd past het niet meer om een te rigide houding aan te nemen, als het gaat om horeca in winkels. Deze zaken lopen tegenwoordig steeds vaker door elkaar.’
Dat gemeenten de bestaande praktijk tegen het licht willen houden, bleek ook al in december toen ’s-Hertogenbosch liet weten dat ‘een pilot proeverijen met alcohol in delicatessenzaken’ goed past in het actieplan voor een leefbaarder binnen­stad.