Missing media.Nummer 7, 2017

Commentaar Jantine Kriens

 

Gemeenten hebben in 2015 hun verantwoordelijkheden in het sociaal domein waargemaakt. Dat ze daarbij weinig zicht hadden op basale informatie, zoals uitwerking van regelgeving, cliëntenaantallen en verwachte kosten, hebben ze geaccepteerd in het belang van hun inwoners. Ze hebben ervoor gezorgd dat mensen niet verloren raakten in de stelselwijziging.

Gemeenten hebben zich bij de decentralisaties, logisch, als eerste gericht op continuïteit. Alle gemeenten zijn vooral bezig (geweest) om de uitvoering goed in te richten. Gelet op de bezuinigingen moesten bovendien kostenbesparingen worden gerealiseerd. Maar nu, twee jaar later, wreekt zich dat ‘sturen in het donker’: nogal wat gemeenten hebben grote tekorten.

Daar zijn veel voorbeelden van. Ik noem de gemeente Kerkrade. Deze gemeente heeft uitstekend proactief gereageerd op de budgetdaling in het sociaal domein. Er zijn actieplannen opgesteld gericht op preventie en intensievere samenwerking met zorgaanbieders. De resultaten daarvan zijn echter pas over één of twee jaar zichtbaar. Terwijl nu wel extra kosten voor preventie gemaakt moeten worden; kosten die nog niet gecompenseerd worden door vermindering van zwaardere zorg.

Het ‘sturen in het donker’ wreekt zich: nogal wat gemeenten hebben grote tekorten

Er is dus meer nodig. Het is tijd voor de volgende stap. Het is tijd om verder te kijken dan de praktijk van alledag. Welke effecten willen we bereiken: financieel en qua ondersteuning van de verschillende doelgroepen? Vragen die in de vervolgfase aan de orde zijn. Want alleen met een goede vertaling van beleid naar financiën kunnen gemeenten sturen op de uitkomsten en tekorten voorkomen. En daar ontbreekt het op dit moment nog aan. Terwijl grote financiële tekorten wel gevolgen hebben voor vernieuwing, voor innovatie. En uiteindelijk voor de dienstverlening aan de mensen die onze hulp nodig hebben.

De eerste fase van de decentralisaties is gelukt, continuïteit en uitvoering staan. Gemeenten zijn nu aan zet om te werken aan verdere vernieuwing van het sociaal domein. Dat vraagt om nieuwe financiële arrangementen, om een andere aanpak, om sturing op alle aspecten van de decentralisaties. Van het demissionaire kabinet mag verwacht worden dat het zorgdraagt voor een nette overdracht. Nu de groei in Nederland doorzet, is het logisch dat een deel daarvan wordt ingezet voor goede transitieafspraken. Gemeenten hebben in de crisis immers grote verantwoordelijkheden op zich genomen door zich te binden aan besparingen waar tijd voor nodig is. Bovendien mag van een volgend kabinet verwacht worden dat het waar nodig regelgeving aanpast om de balans tussen verantwoordelijkheden en sturingsmogelijkheden te versterken.

Maar het is hoe dan ook aan gemeenten om de transformatie verder vorm en inhoud te geven met onder andere visieontwikkeling en kennisdeling.

Jantine Kriens, algemeen directeur van de VNG, jantine.kriens@vng.nl, @kriens