Laatst bijgewerkt: 30 september 2025

De tool Grip op de transitie van de planketen helpt gemeenten om overzicht en inzicht te krijgen over de onderwerpen die van belang zijn voor de transitie. Ook maakt de tool de samenhang tussen de onderwerpen duidelijk. Daarbij is niet alleen het instrumentele van belang, maar ook het strategische en beleidsmatige. We spreken Piet Loonstra, Senior beleidsmedewerker Ruimtelijke Ontwikkeling/projectleider omgevingsplan bij de gemeente De Fryske Marren. Loonstra is onlangs samen met een groot aantal collega’s aan de slag gegaan met Grip. Waar staat de gemeente in de transitie van de planketen en hoe zorgt de tool voor meer houvast? 

Blijven doorpakken tot 2032

De Fryske Marren is een relatief grote, diverse gemeente die doorlopend in ontwikkeling is. Loonstra legt uit: "Om een idee te geven: we hebben 50 dorpen en 1 stad(je), namelijk Sloten, heel veel recreatiegebied zoals water en bos, maar ook agrarisch gebied, monumenten en werelderfgoed. Kortom, veel zaken die geadresseerd moeten worden in het omgevingsplan.

Piet Loonstra, senior beleidsmedewerker RO/projectleider omgevingsplan gemeente De Fryske Marren

 En tegelijkertijd gaat de gebiedsontwikkeling door, dat is al met al best een opgave." Loonstra vat de transitie dan ook niet te licht op. Blijven doorpakken is zijn devies. "2032, het lijkt nog zo ver weg. Maar het is dichterbij dan we denken. Als je kijkt wat de doorlooptijd destijds was voor bestemmingsplannen van onze buitengebieden, dan kan het best nog eens krap worden om het omgevingsplan voor 2032 gereed te hebben."

Inmiddels heeft de gemeente een omgevingsvisie, er is een goede regelanalist in huis en de bruidsschat is in beheer genomen. Ook staat er in de basis een structuur voor het omgevingsplan. "Al hebben we over dat laatste nog wel wat discussie", vertelt Loonstra. "We zijn nu bezig met een eerste wijzigingsbesluit, waarvan we eerst willen zien hoe dat uitpakt in de pre-omgeving. We maken trouwens geen gebruik van TAM-IMRO. We werken veel met BOPA’s, maar zetten ook in op het wijzigen van het omgevingsplan in de STOP/TPOD-standaard. Ook willen we de wijzigingen van de visie, na de aankomende gemeenteraadsverkiezingen, oppakken in de nieuwe standaard. Daar bereiden we ons nu op voor."

Breed gedragen bewustzijn

Om goed zicht te hebben waar de gemeente staat in de transitie en welke acties en prioriteiten er nog op stapel staan, deed de gemeente de Grip-quickscan, een onderdeel van de online tool Grip op de transitie van de planketen. Ruim 20 medewerkers namen deel. Een bewuste keuze, om een breder ‘Omgevingswetbewustzijn’ in de organisatie te creëren. Loonstra verduidelijkt: "Zelf ben ik een groot deel van mijn tijd met de Omgevingswet bezig en ik vind het waardevol om ook collega’s uit uiteenlopende disciplines hierin mee te nemen. Waarbij 1 discipline trouwens nog bijna over het hoofd was gezien; de collega’s van duurzaamheid zaten er min of meer per toeval bij. En dat was maar goed ook. Want er bleek een zeer relevante link met de Omgevingswet. Ik doel nu op het transitieprogramma ‘warmte’, met als doel om woningen van het gas af te laten gaan. Dit is een verplicht programma, waarbij deze collega’s een belangrijke rol spelen."

Zelf ben ik een groot deel van mijn tijd met de Omgevingswet bezig en ik vind het waardevol om ook collega’s uit uiteenlopende disciplines hierin mee te nemen.

Loonstra ervoer de Grip-sessie dan ook als leuk én nuttig. "Wat in elk geval duidelijk werd, is dat we veel zaken goed in het vizier hebben, maar er ook nog wel het een en ander moet gebeuren. Goed om die acties nu helder te hebben. En menig collega was verrast in hoeverre Omgevingswetzaken ook voor hem of haar relevant waren. Wat dat betreft zorgt Grip ook echt voor verbinding. Zo bleek met een collega van dienstverlening zoveel raakvlak te bestaan dat we al snel besloten tot een vervolggesprek."

Grip zorgt echt voor verbinding: met een collega van dienstverlening bleek zoveel raakvlak te bestaan dat we al snel besloten tot een vervolggesprek.

Grip zet aan tot vervolgacties  

Inmiddels heeft dit vervolggesprek plaatsgevonden. Daarnaast kreeg Loonstra met een aantal collega’s tijdens een aparte sessie extra uitleg over de dienstverleningsvisie. "We hebben in ons gesprek concreet besproken hoe de Omgevingswet en dienstverlening elkaar beïnvloeden. En we ontdekten dat veel zaken die wij in het Omgevingsplan belangrijk vinden, stroken met de dienstverleningsvisie. Denk bijvoorbeeld aan onze annotatiestrategie. We willen breed annoteren, dus veel kenmerken aan een juridische regel hangen, zodat initiatiefnemers ze beter kunnen vinden in het Omgevingsloket. Dit moet uiteindelijk resulteren in betere dienstverlening."

Zicht op ontbrekende rollen

Een ander concreet uitvloeisel van de Grip-sessie is bewustwording van ontbrekende rollen. De gemeente onderneemt hier voortvarend actie op. Loonstra: "Zo ontdekten we dat we echt behoefte hebben aan een coördinator Omgevingswet. Veel collega’s komen voor Omgevingswetzaken bij mij, want ‘ik ben daar toch van.’ Nu volg ik momenteel ook het leertraject DSO-professional Omgevingswet, dus ik weet er ook relatief veel vanaf, maar niet alles hoort op mijn bord, mede doordat ik mij vooral moet concentreren op het omgevingsplan. Ook is het zaak dat het management, dat bij ons overigens goed betrokken is, weet wat er allemaal op tafel ligt. Vandaar dat er behoefte is aan iemand met een coördinerende rol." 

We ontdekten dat we echt behoefte hebben aan een coördinator Omgevingswet. 

"Die persoon hebben we inmiddels gevonden: ze begint per 1 september." Een andere rol die de gemeente mist, is een persoon die over milieubeleid(sontwikkeling) gaat. Loonstra vervolgt: "Er moeten veel keuzes gemaakt worden op dit vlak, denk aan beslissingen over geluid, trillingen en bodem."

Namen en rugnummers toevoegen

Daarnaast wil de gemeente toewerken naar 1 integrale visie. "Momenteel hebben we veel losse visies. Ook willen we goede keuzes maken wat betreft de programma’s: welke maken we, welke naamgeving kiezen we, die moet wel uniform en logisch zijn, en wie gaat die programma’s én de geactualiseerde omgevingsvisie vervolgens in STOP/TPOD zetten? En dit geldt voor meer zaken. Veel acties hebben we in beeld en benoemd, nu is het zaak er namen en rugnummers bij te zetten. Oftewel: wie is verantwoordelijk?"

Veel acties hebben we in beeld en benoemd, nu is het zaak er namen en rugnummers bij te zetten. Oftewel: wie is verantwoordelijk?

Belang van fysieke cursussen

Ook werd duidelijk dat er nog wat winst te behalen valt op het gebied van opleiding rondom de Omgevingswet. Loonstra: "Vóór de inwerkingtreding van de wet hebben we een plenaire sessie gedaan met collega’s. Voor het vervolg hadden we ingezet op een digitaal opleidingstraject dat iedereen zelf moest volgen. Maar hier kunnen we niet alleen op varen, zo blijkt. Het schiet er toch al snel bij in, in de drukte van alledag. Dus is de gedachte om weer in te zetten op 1 of meer fysieke cursussen."

Investeer in basiskennis en doe vervolgens je voordeel met Grip

Samenvattend stelt Loonstra dat Grip een mooi overall overzicht biedt van alles wat bij de Omgevingswet komt kijken. "Als je alles uit de tool doorloopt, krijg je absoluut een goed beeld van wat je nog moet doen en hoe alles samenhangt. Enige wat wij soms misten was iets meer context. Wij wilden veel collega’s erbij betrekken, maar aangezien niet iedereen dezelfde basiskennis had, was wat extra context hier en daar wel handig geweest."

Als je alles uit de tool doorloopt, krijg je absoluut een goed beeld van wat je nog moet doen en hoe alles samenhangt.

Hierop aansluitend heeft hij voor gemeenten die nog niet veel stappen gezet hebben in de transitie het volgende advies: "Ik zou eerst zorgen voor een goed, breed gedeeld kennisniveau in de organisatie. Zorg dat iedereen die ook maar íéts met de Omgevingswet te maken krijgt, hiervan op de hoogte is en basiskennis heeft van de wet. Het is echt belangrijk om hierin te investeren. En vervolgens zou ik adviseren om vrij kort daarna een Grip-sessie te doen. Maak daar een echte werksessies van. En ja, dit kost tijd, wij hadden onszelf wat verkeken op de planning, 2 dagdelen was beter geweest, maar het is veel waard om niet alleen te zenden, maar ook reacties op te kunnen halen. Werk in groepjes en laat die groepjes álle onderdelen van de tool doorlopen. Dat hebben wij ook gedaan. Zo vaar je niet blind op de mening van 1 groep en de groepjes zelf krijgen een breder beeld en meer bewustzijn. Zeker de mensen die minder goed in de Omgevingswet zitten. Zo zal er uiteindelijk ook meer draagvlak zijn voor de follow-up van de actiepunten."