Nummer 8, 18 mei 2018

Vorige week trof me het samenvallen van de herdenking van de moord op Pim Fortuyn – zestien jaar geleden – en het bericht dat de criminaliteit steeds verder daalt. Veiligheid was een van de speerpunten van Fortuyn. Zijn stelling was dat de overheid haar belangrijkste taak verwaarloosde: de bescherming van inwoners in de publieke ruimte.
 
Sindsdien is er veel gebeurd. Veiligheid is topprioriteit geworden van opeenvolgende kabinetten en talloze colleges. De klassieke tegenstelling tussen law-and-order enerzijds en preventie en zorg anderzijds, is allang achterhaald.
 
Een van de zaken die de aanhangers van Fortuyn in Rotterdam hebben aangepakt, was de situatie destijds op en rond de Keileweg. Als zij verkozen waren geweest in Amsterdam had het ook over de tippelzone op de Theemsweg kunnen gaan of in Utrecht over de seksboten langs het Zandpad. Voor hen was het helder: dit is geen prostitutie, dit is vrouwenmishandeling en dat wordt door de lokale overheid gesanctioneerd. Fortuyn was niet de eerste die het zei en ook niet de enige, maar met zijn stelling en opstelling kwam er een kanteling in het debat hierover in de raad.

Vanaf het begin was duidelijk dat niet één aanpak volstaat

Vanaf het begin was duidelijk dat niet één aanpak volstaat. Verbieden evenmin als verder gedogen; gevangennemen evenmin als opnemen in psychiatrie of verslavingszorg. Sinds 2002 is steeds scherper geworden dat strafrecht en zorg elkaar kunnen en moeten versterken. Lokaal bestuurders zijn er allang achter dat strafrecht en zorg hand in hand moeten gaan om echt iets structureels te bereiken bij het terugdringen van bijvoorbeeld jeugdcriminaliteit, huiselijk geweld en kindermishandeling. Niet voor niets zijn de meeste Veiligheidshuizen inmiddels omgedoopt tot Zorg- en Veiligheidshuizen. Hier werken de politie, de GGZ, het OM en de reclassering binnen een regio met elkaar samen. Er is oog voor preventie, maar ook voor straf als dat nodig is en als er een achterliggende psychiatrische of pedagogische bron voor het wangedrag is dan wordt dat gesignaleerd en opgepakt. Ieder doet waar hij goed in is, maar door samen te werken in een  keten sta je sterker.
 
Ook op landelijk niveau versterken VenJ en VWS elkaar steeds vaker. Twee weken terug maakten we als rijksoverheid en VNG afspraken rondom het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis tegen huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat het kabinet zowel minister Hugo de Jonge van VWS als minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming had afgevaardigd naar de startbijeenkomst is veelbelovend.
 
Jantine Kriens is Algemeen directeur van de VNG, jantine.kriens@vng.nl, @kriens