VNG Magazine nummer 19, 6 december 2019
 

Economen meten welvaart op basis van de groei van het bruto binnenlands product. Eigenlijk is dat vreemd. Het bbp zegt niets over de kwaliteit van bijvoorbeeld onderwijs en gezondheidszorg. Of over de verschillen in inkomen en koopkracht. Ook de impact op het milieu wordt door het bbp buiten beschouwing gelaten. De groei van het bbp als maatstaf voor welvaart heeft dus zijn langste tijd gehad.

Tijdens de VNG Bestuurdersdag van vrijdag 29 november sprak Rabobank-onderzoeker Otto Raspe over regionalisering en het welvaartsperspectief. Voor het meten van welvaart maakt hij gebruik van een Brede Welvaartsindicator (BWI). Naast materiële welvaart worden ook aspecten als gezondheid, de balans tussen werk en privé en sociale contacten meegewogen.

Bij het beoordelen van de brede welvaart moeten we volgens Raspe bovendien onderscheid maken tussen regio’s. Ons land kent namelijk grote regionale verschillen. Dat levert interessante uitkomsten op. Zo zijn er regio’s in Nederland waar het bbp groeit, terwijl er tegelijkertijd een laag BWI gemeten wordt. Een scheve balans tussen werk en privé, een grotere onveiligheid of een hoge uitstoot van fijnstof kan de oorzaak zijn van een laag ervaren welvaart. In gebieden waar een hoge brede welvaart gemeten wordt, met tegelijkertijd een dalend bbp, zou de economie juist moeten worden aangejaagd.

We hebben met vergelijkbare opgaven te maken

Tijdens zijn presentatie vroeg Raspe de aanwezigen via een app te reageren op een aantal stellingen. Zo bleek dat de gemeentebestuurders gezondheid als belangrijkste indicator van welvaart in hun gemeente zien. Over het onderwerp milieu maken ze zich het meest zorgen. Het live-onderzoek bracht mooi in beeld wat er binnen onze gemeenten leeft. Ondanks onze verschillen hebben we met vergelijkbare opgaven te maken.

Volgens Raspe is het dan ook hoog tijd dat we onze opgaven gezamenlijk aanpakken. Overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen zouden hun krachten moeten bundelen om een brede welvaartsagenda op te stellen. Als koepelorganisatie van alle 355 Nederlandse gemeenten kunnen wij dat voorstel alleen maar toejuichen. Het is hoog tijd dat we de financiële discussie beslechten en onze energie gaan inzetten op gezamenlijke opgaven.  

Ook onze voorzitter Jan van Zanen benoemde dat in zijn openingsspeech voorafgaand aan de Buitengewone ALV: met discussies vanuit de Haagse vierkante kilometer is geen inwoner geholpen. Inwoners willen dat de grote maatschappelijke vraagstukken worden aangepakt en kijken dan terecht naar ons als de eerste vertegenwoordigers van de overheid. Daarbij moeten we onze onderlinge verschillen niet beschouwen als een defect, maar als een kracht. Juist dankzij die verschillen kunnen we elkaar versterken.

Jantine Kriens is Algemeen directeur van de VNG
jantine.kriens@vng.nl,  @kriens