VNG Magazine nummer 18, 22 november 2019

De herdenking van de bevrijding van Venlo levert voor veel inwoners altijd gemengde gevoelens op. De stad liep namelijk enorme schade op aan het eind van de oorlog.

Antoin Scholten, burgemeester van Venlo

Blerick was in 1940 toegevoegd aan de gemeente Venlo. Tot die tijd was het onderdeel van Maasbree. Blerick ligt westelijk van de Maas en werd op 3 december 1944 al bevrijd door de Engelsen. Daarmee kwam het front midden in de rivier te liggen. Weinig mensen weten dat het gebied ten oosten van de Maas daadwerkelijk werd geannexeerd door de Duitse bezettingsmacht. Venlo werd dus ingelijfd door een ander land en het zou tot 1 maart 1945 duren voordat het, als allerlaatste stad in Limburg, werd bevrijd. De iets noordelijker gelegen dorpen Arcen en Wellerlooi zouden op 3 maart nog volgen.

De fronttijd in de winter van 1944-1945 pakte voor Venlo rampzalig uit. In oktober en november werd de stad vanuit het westen kapotgeschoten door de geallieerden. Onze bondgenoten probeerden daarnaast dertien keer met man en macht met bombardementen de Maasbruggen te vernietigen. Dit mislukte faliekant; hoe dichter men bij de Maas kwam, des te meer schade liep de historische binnenstad op. Er vielen honderden doden. Uiteindelijk bliezen de Duitsers zelf de bruggen op. Nog steeds vinden wij geregeld bommen of granaten in de ondergrond.

Er bestaat een film waarbij de tranen je in de ogen springen. De schade aan de oude vestingstad is bijna niet te overzien. Als door een wonder werd het historische stadhuis uit 1598 gespaard.

De wederopbouw heeft Venlo op eigen kracht moeten doen. Opmerkelijk daarbij is dat het middeleeuwse stratenpatroon voor een belangrijk deel is gerespecteerd. Het leverde een boeiende mix op van oud en nieuw. Een groot deel van de economische wederopbouw is te danken aan kooptoeristen uit het Roergebied. Massaal togen ze naar Venlo om tijdens zogeheten Butterfahrte inkopen te plegen bij gloednieuwe supermarkten.

Het zou lang duren voordat de stad de verwoestingen te boven was. Tot in de jaren zeventig bleven sporen van de bombardementen zichtbaar. In 2011 werd een grote operatie afgerond; met de Maasboulevard werd het winkelareaal in één klap sterk vergroot. De stad keerde haar gezicht naar de Maas, moderne architectuur kwam in de plaats van revolutiebouw. De aansluiting met de historische binnenstad bleef herkenbaar. Horeca, cultuur en recreatie zijn naast winkelen nu de pijlers waarop de binnenstad rust.

Venlo is tegenwoordig een brandpunt voor de euregionale samenwerking met onze Duitse buren. Internationale logistiek werd een speerpunt, circulaire economie een mission statement. Ik stel me voor dat de basis voor deze open geesteshouding ook gelegd is in die laatste oorlogswinter. Toen werden duizenden inwoners van Venlo geëvacueerd naar Friesland, Groningen en Drenthe. In die periode zagen de katholieken dat die protestanten eigenlijk best meevielen. Het omgekeerde gebeurde natuurlijk ook.

Venlonaere zijn zeer betrokken met hun stad en zijn er terecht ook trots op. De stad is uit de as herrezen, op eigen kracht. Ondanks de ellende van de oorlog is men snel doordrongen geraakt van het besef dat we als mensen uiteindelijk toch het beste kunnen samenwerken. 75 jaar vooruitgang geeft ons daarin gelijk.