VNG Magazine nummer 17, 8 november 2019

De afgelopen drie jaar deelde ik mijn analyses met u over bestuurlijke strevingen in stad en land. Mijn private en professionele leven leiden tot onverenigbaarheid met deze column: ik houd ermee op. 

Maar niet voordat ik u nog één keer uitdaag, deze keer om vooruit te denken. Ik signaleer drie ontwikkelingen. 

Het karakter van de huidige maatschappelijke opgaven leidt tot centralisatie van beleid. Of het nu de digitalisering van bestuur en samenleving is of de energietransitie: de principiële keuzes over de verdeling van rechten en middelen liggen op nationaal niveau. Ook het beleid zal bijgevolg van Haagse origine zijn. Bestuurlijke binnengrenzen zijn niet relevant voor de te kiezen richting: PAS, energie en digitaal bestuur laten zich decentraal niet fixen. Alleen al om afwenteling te voorkomen en solidariteit te borgen, is nationale normstelling nodig. Het decentraal bestuur is vervolgens aan zet om Haagse besluiten in alledaagse werkelijkheden te vertalen. 

Alle voorwaarden zijn aanwezig voor een nieuwe discussie over de structuur van het openbaar bestuur. Decentralisaties en regiodeals bevorderden regionalisering. Deze verlegde zeggenschap moet het nog altijd stellen zonder directe democratische legitimatie. Tel daarbij de discussie op over tekorten en bureaucratie in het sociaal domein en de uitkomst is duidelijk. Het is een kwestie van tijd voordat het discours wordt heropend over bestuurskracht, dienstverlening, aantal en omvang van gemeenten en de kosten en opbrengsten van minder bestuur en democratie. 

Het is gezellig interbestuurlijk samenwerken aan gezamenlijke opgaven. Maar bij bestuurlijke tegenwind of op het moment dat kosten en prestaties om verantwoording vragen, gaat het mis. Het parlement vraagt de minister om verantwoording, gemeenteraden willen boter bij de vis van de wethouder. Ter plekke verwijzen naar samenbestuur en gedeelde verantwoordelijkheden helpt niet. De bestuurlijke werkelijkheid botst met de ongewijzigde verantwoordingslogica die geen gedeelde zeggenschap erkent: verantwoording bestaat alleen in enkelvoud. 

Ik schets geen doemscenario: centralisatie doet recht aan het karakter van de grote opgaven. Structuurdiscussies zijn nog altijd het beste recept tegen opschaling, maar ook een paardenmiddel voor betere publieke prestaties. En samenbestuur is pas een feit op het moment dat ook verantwoording in meervoud leverbaar blijkt. 
Openbaar bestuur is een schaars goed waar het bemensing en middelen betreft, maar overvloedig in zijn effect op de samenleving. U schept verwachtingen en daarmee verplichtingen. Dat is een zware klus, maar ook een voorrecht. Ik wens u dan ook sterkte, maar vooral succes!
 

Kirsten Veldhuijzen is strategisch onderzoeker bestuurlijke en financiële verhoudingen bij de Algemene Rekenkamer: @kirstenregine