VNG Magazine nummer 5, 22 maart 2019

Het toeval wil dat we honderd jaar kiesrecht vieren met een uitbundig verkiezingsjaar. De stembus gaat open voor Provinciale Staten, waterschappen, eilandsraden van Bonaire en Saba, kiescolleges op Bonaire, Saba en Sint Eustatius en het Europees Parlement. Via Provinciale Staten kiezen we de Eerste Kamer.

Verkiezingen ontlenen hun vanzelfsprekendheid in hoge mate aan het kiesstelsel. Door zaken en taken te regelen in stelsels beschikken we – gedachteloos en soms te achteloos – over vanzelfsprekendheden als een stempas en een kieslokaal op loopafstand. Maar ook vanzelfsprekendheden vergen onderhoud en dat geldt zeker voor de verkiezingen.

Decennia gingen voorbij zonder dat de organisatie van de verkiezingen iets was om je druk over te maken. Er was geen enkele reden om aan te nemen dat verkiezingen niet betrouwbaar en integer plaatsvonden. De enige rimpeling was het invoeren en weer afschaffen van stemcomputers en het gebruik van ondersteunende software. De toenmalige Kiesraad, organisator en adviseur op het gebied van kiesrecht en verkiezingen, kwam hooguit één keer per maand bijeen. Dat volstond om de volle eindverantwoordelijkheid voor het verkiezingsproces te dragen.

De verdeling van bevoegdheden tussen minister van BZK, Kiesraad en gemeenten is niet helder

Die situatie is in korte tijd sterk veranderd. Oorzaken daarvan zijn nieuwe partijen die de gevestigde orde niet vertrouwen en vraagtekens zetten bij de gang van zaken of het stelsel uitdagen met spookkandidaten. Ook buitenlandse beïnvloeding door middel van geld of nepnieuws is een steeds grotere zorg. Deze ontwikkelingen dwingen tot meer aandacht voor integere en betrouwbare verkiezingen.

Wie in de regels en de organisatie rond verkiezingen duikt, komt tot de conclusie dat we het in Nederland niet langer goed genoeg hebben geregeld om met nieuwe werkelijkheden om te gaan. Wetgeving is verouderd, niet digiproof, en de verdeling van bevoegdheden tussen de minister van Binnenlandse Zaken, de Kiesraad en gemeenten is niet helder.
   
We kunnen kiezen op een koopje, met circa zestig miljoen euro zijn we er wel zo ongeveer. Honderd jaar kiesrecht is het moment om de organisatie van de verkiezingen, wat vroeger een klusje was dat enkele mensen er een beetje bij deden, aan te wijzen als ‘vitale infrastructuur’. Deze term verwijst naar alle activiteiten die van essentieel belang zijn voor het dagelijks leven. Het gaat daarbij om drinkwater, elektriciteit en internet, waarvan het niet of slecht functioneren grote effecten heeft voor de samenleving. De organisatie van de verkiezingen hoort zonder meer in dit rijtje thuis. De erkenning daarvan draagt bij aan heldere regelgeving en voldoende middelen voor alle partijen om hun verantwoordelijkheden waar te maken.

Kiezen op een koopje is kwetsbaar: graag meer aandacht en eerbied voor een stelsel dat weliswaar goedkoop is, maar tegelijkertijd onbetaalbaar.

Kirsten Veldhuijzen is strategisch onderzoeker bestuurlijke en financiële verhoudingen bij de Algemene Rekenkamer: @kirstenregine