VNG Magazine nr. 9, 1 juni 2018

De politicus Cicero was tweeduizend jaar geleden getuige van grote omwentelingen. Hij stelde vast dat het vaderland overal is waar het goed leven is. Het lijkt erop dat de schrijvers van de digitaliseringparagraaf van het Duitse regeerakkoord zich door hun verre voorganger lieten inspireren. In een grondige beschouwing passeren digitale kansen en bedreigingen de revue. Er is heel wat voor nodig, wil het goed toeven blijven in een digitaal Vaterland

Het zijn niet de tientallen pagina’s met digitale doelen die het werkje steengoed maken en de saaie alinea’s over interoperabiliteit zijn voorspelbaar. De relevantie zit elders. 
In de eerste plaats wordt digitalisering niet als bedrijfsvoeringsvraagstuk benaderd, maar als een maatschappijbrede omwenteling. Of het nu gaat om partijfinanciering, zorg of sport, het akkoord doet een poging omvang en betekenis te duiden en zoekt daar publieke interventies bij die private spelers alleen buitenspel zet op het moment dat rechtsstaat, veiligheid of welzijn in het geding is.
Tegelijk getuigt het akkoord van het inzicht dat openbaar bestuur zich steeds manifesteert als tijd- en plaatsonafhankelijke institutie die zich laat gelden in bits en bytes. 
Het is daarmee een verstandig en dapper akkoord. Er is van nature spanning tussen de digitale logica die zich kenmerkt door grenzeloosheid, en het openbaar bestuur, dat bestaat bij de gratie van een eigen territoir. Grondgebied als basis voor autonome democratische besluiten en belastingen maakt inwoners tot ingezetenen met rechten en plichten. De uitruil tussen zeggenschap en verplichte winkelnering voor publieke zorg en dienstverlening spreekt vanzelf.

Bij de gemeente bekend zijn, betekent gekend zijn

Digitalisering is een blijvertje en dwingt tot het overdenken van vanzelfsprekendheden. Is grondgebonden bestuur noodzakelijk, en blijft het woonplaatsbeginsel een basis voor lokale zeggenschap? Over dit soort vragen moet het digitale debat gevoerd worden, zeker lokaal. 
Ik maak het concreet. Voor veel mensen is de gemeente alleen een plek om te wonen. De gemeente is vooral Eerste Overheid voor inwoners die het zelfstandig niet rooien en zijn aangewezen op ondersteuning en bemoediging per keukentafel. Dit weerspiegelt zich in hun digitale profiel: naarmate zij afhankelijker zijn van de overheid, des te breder het digitale spoor dat zij achterlaten. 
Bedoeld (preventie!) of onbedoeld resulteert dat in nieuwe afhankelijkheden: bij de gemeente bekend zijn, betekent gekend zijn, maar niet zelden ook: bekeken. Dit leidt tot een nieuwe tweedeling. Dataduikers enerzijds die alleen dood in de gemeentelijke registraties gevonden willen worden, oefenen hun vergeetrecht dagelijks uit. Aan de andere kant loketnomaden die zich niet kunnen onttrekken aan het publieke oog, dat snel meer ziet dan goed is voor een vrije en open samenleving.
Patria est ubicumque est bene, juist in een digitale wereld. Cicero was zijn tijd ver vooruit. 
 

Kirsten Veldhuijzen is Strategisch onderzoeker bestuurlijke en financiële verhoudingen Algemene Rekenkamer, @kirstenregine