VNG Magazine nummer 13, 13 september 2019

Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat: verschillende bestuurslagen tellen op tot één geheel, maar voeren tegelijk zowel taken in opdracht van elkaar uit (medebewind), als voor eigen rekening en risico (autonomie). De kracht van het stelsel zit ’m in de ruimte om binnen bevoegdheden eigen afwegingen te maken én in de bestuurlijke checks-and- balances die in de driehoeksverhouding zit ingebakken. Drie bestuurslagen die er onderling uit moeten komen, leidt tot een gezond evenwicht tussen voortvarende ambities op nationaal niveau en decentraal uitvoeringsrealisme.

Het stelsel is mooi maar ook kwetsbaar. Zo vertonen alle bestuurslagen grensoverschrijdend gedrag: de formele taakverdeling op basis van wetten en budgetten vormt geen belemmering om – uit moedwil of misverstand – te besturen bij de buren. Zij vullen hun taakopvatting zo ruimhartig in dat ze de bestuurlijke vrijheid van anderen beperken of zeggenschap eisen in kwesties waar ze niet over gaan.

Waar blijft het heilzaam getrek en geduw van macht en tegenmacht?

Een voorbeeld van Haagse bedilzucht is de Kamermotie die de minister van VWS een rol gaf in de kwaliteit van het keukentafelgesprek, een lokale kwestie bij uitstek. Recent ging het opnieuw stevig mis. De minister van VWS, niet van BZK (!), meldde dat hij gemeenten toestaat te doen alsof zij ook in 2022 en 2023 extra geld krijgen van het Rijk voor jeugdzorg. De minister ging daarmee voorbij aan de wettelijke eis dat gemeentebegrotingen meerjarig sluitend moeten zijn. Het actief bagatelliseren van wetgeving is niet bepaald voorbeeldgedrag dat men van de excellentie zou verwachten. Dit budgetbedrog is vastgelegd in een richtlijn voor provincies, die door het Rijk feitelijk gedwongen worden tot wegkijken bij hun financieel toezicht. Colleges hebben hun raden ook wat uit te leggen: waar blijft de budgetdiscipline als de wetgever er zelf een potje van maakt? En zijn er meer kostenposten die een fake boekhouding legitimeren?

Decentrale overheden kunnen er ook wat van. In de hitte van het debat rond grote grazers in de Oostvaardersplassen werd door partijen in de Flevolandse Staten even vergeten dat naast de provincie ook de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming en Staatsbosbeheer verantwoordelijkheden hebben. De gemeenteraad van Westland speelde voor minister van Onderwijs toen de vestiging van een school niet aansloot bij de lokale wensen.  

Een tweede kwaal is het spelen van ‘één overheid’. Als alle bestuurslagen eensgezind met elkaar op weg zijn naar een betere wereld, waar blijft dan het heilzaam getrek en geduw van macht en tegenmacht? Wie vertegenwoordigt burgerbelangen als onze vertegenwoordigers allemaal in één bus zitten met dezelfde zonnige bestemming?

Er is geen quick fix voor deze kwalen, zoals bijvoorbeeld eerder bleek met de lieve maar naïeve poging met regelgeving het zaakje te fatsoeneren. ‘Je gaat erover of niet’ was daarvoor het adagium. Bestuurlijke behoorlijkheid is geen kwestie van regels, wel van principes. Doen dus: ga je erover, besluit, ga je er niet over, spreek je bescheiden uit.

Kirsten Veldhuijzen is strategisch onderzoeker bestuurlijke en financiële verhoudingen bij de Algemene Rekenkamer: @kirstenregine