VNG Magazine nummer 14, 21 september 2018

Er staan weer verkiezingen voor de deur: herindelingsverkiezingen voor gemeenten in november, Provinciale Staten en waterschappen in maart 2019 en de maand daarop verkiezingen voor het Europees Parlement. In al deze verkiezingen blijft ongeveer de helft van de stemgerechtigden in Nederland thuis. Bij Tweede Kamerverkiezingen stemt 80 procent van de kiesgerechtigden, maar bij ‘tweede orde’-verkiezingen is dat vaak minder dan 50 procent. Bij Europese verkiezingen was de opkomst in 2014 slechts 37 procent. Er is dus een ‘opkomst-gat’ van 30 tot 40 procent tussen parlementsverkiezingen en verkiezingen voor de andere bestuurslagen. Wie haken af en waarom?

Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken brachten wij in kaart wat niet-stemmers bezielt om een verkiezing over te slaan. Er blijken vier verschillende typen thuisblijvers te zijn.

De meest hardnekkige niet-stemmer is de ‘boze afhaker’. Deze groep heeft een lage mate van politieke betrokkenheid en interesse en is negatief over de politiek in het algemeen. Zij hebben een zeer gering vertrouwen in politieke instituties, weinig burgerschapsgevoel en politiek zelfvertrouwen en zijn het meest politiek cynisch. Wel maken ze veel gebruik van sociale media en zijn ook maatschappelijk betrokken, alleen ‘de politiek’ deugt niet.

‘Kwetsbare buitenstaanders’ slaan ook vaak verkiezingen over. Burgers uit deze groep plaatsen zichzelf laag op de sociale ladder, hebben gemiddeld een lager opleidingsniveau en voelen zich economisch meer kwetsbaar. Zij zijn niet zozeer boos op de politiek, maar hebben niet het gevoel dat ze iets kunnen beïnvloeden of veranderen. Machteloosheid overheerst in plaats van woede. Politieke partijen moeten er hard aan trekken om deze twee groepen naar de stembus te krijgen als het geen parlementsverkiezingen zijn.

Machteloosheid overheerst in plaats van woede

Twee andere groepen zijn makkelijker te overtuigen.
‘Instappers’ stemmen minder omdat ze nog niet zijn aangehaakt aan het politieke systeem. Ze zijn vaak jonger en vooral bezig met het opbouwen van een leven, het vinden van een baan, partner en een betaalbaar huis. Ze zijn gewoon niet bezig met de politiek. Het niet stemmen is een gevolg van de ‘levenscyclus’.

Ten slotte zijn er ‘toevallige thuisblijvers’ die eigenlijk helemaal geen goede reden hebben om niet te stemmen. Zij dragen allerlei persoonlijke omstandigheden aan of konden niet stemmen omdat ‘oma ziek was’, ‘de stemkaart zoek was’, door ziekte, vakantie of het was te druk op het werk. ‘Helemaal vergeten!’, dat hoor je ook in deze groep. 

Kortom, als u probeert de opkomst te vergroten bij de komende verkiezingen komt u verschillende typen thuisblijvers tegen. Die moet u op een verschillende manier benaderen, overtuigen en verleiden om überhaupt te gaan stemmen.

André Krouwel is politicoloog VU en wetenschappelijk directeur Kieskompas, andre.krouwel@vu.nl, @AndréKrouwel