VNG Magazine nummer 10, 1 juni 2018
 
Auteur: Marten Muskee | Beeld: © Jiri Büller


 
Wie beter dan de burgemeester van de meest Europese stad van Nederland kan reflecteren op het congresthema Over grenzen? Niet toevallig is dat Annemarie Penn-te Strake van Maastricht, gastgemeente van het VNG Jaarcongres, dat plaatsvindt op 26 en 27 juni. In de stad wiens inwoners ooit twee nationaliteiten hadden, stappen bevolking en bestuur letterlijk en figuurlijk over grenzen heen.
 
Over grenzen gaan en de samenwerking zoeken, zijn belangrijk voor alle gemeenten in het land. Dat maakt volgens Penn-te Strake het VNG Jaarcongres zo interessant. Voor Zuid-Limburg is samenwerking in optima forma noodzakelijk, niet alleen tussen de eigen gemeenten, maar ook nog eens met twee buitenlanden. Zuid-Limburg is slechts via 4,8 kilometer verbonden met de rest van Nederland. Los van de geografische betekenis van Over grenzen, vallen er in overdrachtelijke zin voor bestuurders persoonlijk ook  diverse uitdagingen op te pakken.
 
Wat kunnen de bezoekers aan het VNG Jaarcongres verwachten in Maastricht?
‘Een omgeving die haar weerga niet kent, die zich kenmerkt als heel oud, maar ook als hip en nieuw. Dat geeft meteen de symboliek van het congresthema goed weer. De stad en de Maastrichtenaren die de verbinding maken tussen het oude en het nieuwe, ook over de landsgrenzen heen.  

‘We hebben een fantastisch mooie en aantrekkelijke oude stad waar het bourgondische leven veel ruimte krijgt. Tegelijkertijd zijn hier nieuwe ontwikkelingen mogelijk dankzij de Maastricht Health Campus waar onder meer het Maastricht Universitair Medisch Centrum is gevestigd. Dit zorgt voor innovatieve technologische ontwikkelingen en bedrijven die daarbij passen. Ga je over de gemeentegrens heen, dan kom je in een paradijselijk groen deel van Zuid-Limburg. De balans tussen wonen, werken en leven is hier heel goed.’  
 
Maar uw collega-bestuurders komen voor meer naar Zuid-Limburg toe.  
‘Met dank aan de VNG hebben we een heel mooi thema te pakken dat goed bij onze stad past. Niet alleen in letterlijke zin, de deelnemers kunnen naar een workshop in het buitenland, maar ook in de meer metaforische betekenis van grenzeloosheid: het los durven komen van oude vormen om te kiezen voor nieuwe.’
 
Waarom past het thema zo goed bij uw stad?
‘Als er één regio over grenzen gaat, is het Zuid-Limburg wel. Dat heeft niet alleen met de geografische ligging te maken. De geboorte van het Verdrag van Maastricht biedt een sterke Europese component. We zijn de meest Europese stad van Nederland. Er zijn hier allerlei internationale instituten en bedrijven gevestigd. Alle denkbare talen worden hier gesproken, dankzij de expats en de universiteit. Toen ik in 1980 in Zuid-Limburg kwam wonen, spraken de meisjes in de Hema Frans. Veel dames uit Luik kwamen er spulletjes kopen. Er zijn tijden geweest dat de Maastrichtenaar twee nationaliteiten had. In dit stadhuis regeerden ooit de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant decennialang samen. Het verbond België met de Nederlanden.’  

Bij ons zijn de Europese Unie en de euro ontstaan

Schept het Verdrag van Maastricht een zekere verplichting voor de bestuurders van deze stad?
‘Bij ons zijn de Europese Unie en de euro ontstaan. Dat is betekenisvol ondanks alle huidige problemen binnen de EU. We voelen ons verplicht om Maastricht nog sterker op het Europese thema te profileren. Dat besef resulteert in een langjarige beweging waarin de gemeente optrekt met de universiteit en de provincie onder de titel Working on Europe. De stad profileert zich daarbij als Europese universiteitsstad die zich buigt over al die thema’s die grensoverschrijdend zijn en jongeren uit de hele EU consulteert. Daar wordt zelfs een fysieke plek in de stad voor ingericht: Maastricht als werkplaats van Europa.

‘Daarnaast hebben we te maken met de dagelijkse realiteit. De ontwikkeling van de stad kan niet zonder maximale samenwerking in Zuid-Limburg met de andere grote steden Sittard-Geleen en Heerlen en de overige vijftien gemeenten. Het gaat echter ook niet zonder versterking van de samenwerking over de grenzen heen. Daar zijn we in de Euregio Maas-Rijn samen met Aken, Luik en Hasselt druk mee bezig. Ondanks alles wat we al gedaan hebben op het terrein van arbeidsmobiliteit, zijn er nog steeds barrières aanwezig. Onderzoek wijst uit dat we als gehele euregio 9 procent economische groei missen als we die barrières niet weghalen.’
 
Klopt het dat u zich persoonlijk sterk maakt voor die euregionale economische samenwerking?
‘Ik zit namens de steden samen met de gouverneur in een euregionaal overleg over dit thema. Daarnaast ben ik voorzitter van het MAHHL-verband van Maastricht, Aken, Heerlen, Hasselt en Luik, waarin we als steden onderzoeken waar we samen sterker kunnen worden. Momenteel staat mobiliteit hoog op de agenda. Infrastructuur is ongelooflijk belangrijk voor de ontwikkeling van een gebied en dat is hier nog lang niet op orde. Van Amsterdam naar Rotterdam reis je tegenwoordig in 35 minuten met het openbaar vervoer, voor dezelfde afstand van Aken naar Hasselt is 2 uur en 35 minuten nodig. Dat is niet acceptabel.’

Er is een periode geweest dat men sneu naar Zuid-Limburg keek

Is Den Haag ver weg?
‘Wij zien het contact tegenwoordig als heel positief. Er is een lange periode geweest waarin men sneu naar Zuid-Limburg keek. We moesten vaak de hand ophouden in Den Haag, maar dat is verleden tijd, we hebben net onze regiodeal ingeleverd. Door als overheden geld bij elkaar te leggen, komen we samen verder. We gaan uit van onze kracht en wat we te bieden hebben, ook voor de rest van Nederland. De regio heeft een hoog bruto regionaal product en onze economische groei overstijgt alles. Het werkloosheidspercentage is bijna te laag om de vacatures te vullen. Veel dingen gaan goed in deze regio, maar er zijn wat witte vlekken zoals Parkstad dat nog steeds kampt met de negatieve effecten van de sluiting van de mijnen. Daar moet het Rijk in investeren. De regio is zo sterk als de zwakste schakel. Als Parkstad niet wordt versterkt, is dat gezien de potentie heel jammer. Overigens kent Maastricht zelf ook nog wel wat problemen. Er is een groep inwoners die van generatie op generatie onder de armoedegrens leeft. Dat doet me als burgermoeder pijn. Die grens is lastig te doorbreken en dit probleem is niet met alleen geld op te lossen.’
 
Dus ook de overheden moeten over hun grenzen stappen?
‘Het partnerschap tussen de overheden is cruciaal, want zonder elkaar kunnen we de doelen niet bereiken. Partnerschap is nodig op de grote thema’s zoals duurzaamheid. Iedere overheid kan een bijdrage leveren, op alle niveaus is geld aanwezig. De geldpot staat niet alleen in Den Haag. Dus niet meer decentraliseren door het werk over de schutting van de gemeenten te gooien voor beduidend minder geld. We proberen met het Rijk en de provincie nu echt partnerschap te creëren via het Interbestuurlijk Programma. We werken samen aan gemeenschappelijke doelen.’
 
U heeft een lange carrière binnen de rechterlijke macht achter de rug en maakte de overgang naar het openbaar bestuur als partijloze burgemeester. Over grenzen heen gesproken!
‘Ik had als procureur-generaal veel affiniteit met het lokaal veiligheidsbeleid en hield me bezig met thema’s die op lokaal bestuurlijk niveau spelen en diep in de samenleving zitten. In die zin was de overstap inhoudelijk niet vreemd, het hielp me juist dit deel van het burgemeesterschap in te vullen. Ik heb nooit gedacht dat ik ooit burgemeester zou worden, want ik had geen kaas gegeten van de politieke wereld en besluitvormingsprocessen daarin. Ik ben nu bijna drie jaar burgemeester en het gekke is dat ik direct het gevoel had op de juiste plek te zitten. Dat heeft ook alles te maken met mijn liefde voor de stad waar ik inmiddels 27 jaar woon. Ik zou nergens anders hebben gesolliciteerd.

‘Als burgemeester hoor je boven de partijen te staan en je eigen politieke wensen opzij te zetten. Ik zie wat dat betreft geen problemen bij mijn collega’s die wel lid zijn van een partij. Die kunnen dat net zo goed als een partijloze burgemeester. Dat de gemeenteraad het toch aandurfde om mij voor te dragen, heeft me enorm verrast. Dat vond ik stoer en eigenlijk is dat ook over grenzen gaan. Bestuurders horen lef te tonen en gedreven te zijn door dat wat zij intrinsiek als goed ervaren. Pak door dan zie je vanzelf wel waar de echte grenzen liggen. We mogen soms wel iets dapperder zijn.’

Het is niet mijn taak om weg te kijken

Hoe staat u tegenover bestuurlijke ongehoorzaamheid?  
‘Ik vind dat een burgemeester nooit in strijd met de wet mag handelen. In het extreme geval dat ik als burgemeester een mensenleven kan redden door de wet te overtreden, zal ik dat zeker doen. Daarna stap ik echter meteen op.
 
‘Wat een burgemeester wel moet doen, is de ruimte opzoeken die er altijd is, om de juiste rechtvaardige en veilige oplossing te bieden. Den Haag voert het beleid om illegalen niet meer te geven dan de bed-bad-en-broodvoorziening. Een gemeente die meer biedt, handelt in strijd met het beleid en niet met de wet. Daar ben ik graag toe bereid als ik vind dat het belang van de persoon om wie het gaat een hoger doel dient dan het uitvoeren van beleid dat tot schrijnende situaties leidt. Dat is de ruimte die ik neem, het is niet mijn taak om weg te kijken. Onze gemeenteraad stelt dat geen enkele uitgeprocedeerde asielzoeker het alleen hoeft te doen met de bed-bad-en-broodregeling. Die wordt hier op diverse manieren gefaciliteerd en dat volg ik natuurlijk als burgemeester. Als Den Haag dat liever niet heeft, moet Den Haag het beter regelen.’  
 
Ook de grenzen tussen gemeente en gemeenschap veranderen. Wat vraagt  dat van lokaal bestuurders?
‘Ik zie de lokale democratie en het politieke bestel enorm onder druk staan. Het vertrouwen van de burger in de lokale politiek is niet groot. Dat vertrouwen is wel nodig want we moeten ons gelegitimeerd weten voor het werk dat we doen. We moeten op zoek naar mogelijkheden om dat vertrouwen te herstellen en dat begint bij het schenken van vertrouwen van jezelf aan de ander. Bestuurders horen daarom veel meer naar buiten te gaan en op de inwoners af te stappen. Gemeenteraadsleden doen hun best, maar zijn te druk en worden onderbetaald. Er zijn ook bewegingen in de gemeenschap waarbij burgers zelf het heft in handen nemen. Dan moet je als overheid klaarstaan om dat te faciliteren, door mee te denken en ondersteuning te bieden zonder de regie over te nemen. Ik ben voorzitter van de Vereniging van Limburgse Gemeenten en daar besteden we aandacht aan de versterking van de lokale democratie. Er zijn tal van acties bedacht die gemeenten kunnen ondernemen om het vertrouwen te herwinnen. We wijzen de nieuwe raden en colleges erop burgers te betrekken. Dat zie je ook terug in Maastricht bij het formatieproces dat zo transparant mogelijk verloopt. Dat zijn goede ontwikkelingen en ik ben er trots op hoe het hier gaat. Je kunt van de democratie zeggen wat je wilt, maar iets beters hebben we niet. Dus we moeten er echt voor zorgen, wil het zo waardevol blijven als het bedoeld is.’  
 
Wat is de rol van de burgemeester daarbij?
‘Die speelt een grote rol. Beweging op gang brengen, is juist een taak van de burgemeester, die is partijonafhankelijk. Maak het klein. Ik ga eens in de drie weken op de fiets naar een oude en nieuwe Maastrichtenaar toe. Dan kom ik echt op bezoek in de huiskamer om te praten over wat er wel en niet goed gaat in de stad. Die interactie hoort uit je hart te komen, gebruik het niet als trucje.  Laat zien dat je het meent als bestuurder, dat je er bent voor de inwoners.