Kees Jan De Vet licht bij zijn bezoek aan Bunschoten op 23 november 2010 kort de opzet toe van de VNG-directieraad on Tour. De directieraad wil investeren in de contacten met gemeenten en heeft daarom besloten alle 430 gemeenten te bezoeken.

Het gesprek kwam al snel op het verloop van het VNG-congres juni 2010 in Leeuwarden. In Bunschoten had men het idee dat het niet meer ‘hun VNG’ was. Maar de bestuurlijke bijeenkomsten die daarop volgden, vindt men zeer positief.

Samenwerkende gemeenten
Het congres van Leeuwarden heeft de discussie over het belang van intergemeentelijke samenwerking wel aangezwengeld. Maar gemeenten organiseren zelf de uitvoering, de VNG wil daarvoor geen blauwdruk vanuit Den Haag.

Voor Bunschoten telt vooral de kwaliteit. Zo is er een GGD bestaande uit bijna dertig samenwerkende gemeenten. ‘Daardoor is het wel iets verder weg, maar het werkt, want je hebt dan wel een organisatie die zoiets aankan. Op die manier kun je de kwaliteit van je beleid en dienstverlening waarmaken als gemeente.

De Bunschotense gemeenteraad wil insteken op samenwerking, maar dan wel als zelfstandige gemeente.

Dienstverlening VNG
Tijdens het gesprek komt ook de dienstverlening van de VNG aan de orde, en de vraag voor wie de VNG er is. De raadsleden vinden de VNG niet altijd zichtbaar. De griffiers zouden daar wellicht een rol in kunnen spelen door informatie gericht te scannen voor raadsleden.

Een punt van aandacht vormen wat Bunschoten betreft de ledenbrieven. ‘Die zijn vaak te algemeen, en daardoor niet voor iedereen interessant.’ De raadsledennieuwsbrief daarentegen wordt zeer gewaardeerd, met name omdat deze doelgroepgericht is.