Laatst bijgewerkt: 13 november 2025

Het bufferbudget houdt in dat gemeenten uitkeringsgerechtigden maximaal 1.000 euro per kalenderjaar kunnen toekennen als door de verrekening van wisselende inkomsten een situatie ontstaat waardoor de inwoner over onvoldoende inkomen beschikt om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Het bufferbudget is een extra instrument voor gemeenten dat ingezet wordt als andere instrumenten zijn uitgeput of niet kunnen worden toegepast in de individuele situatie. Hiermee wordt gedoeld op instrumenten of oplossingen als de inkomensvrijlating, de premie voor arbeids­inschakeling en kwijtschelden of het spreiden van een vordering of verrekening. Het doel is dat stabiel en voldoende inkomen de uitkeringsgerechtigde helpt om aan het werk te (durven) en blijven gaan. Het bufferbudget wordt ambtshalve verstrekt (niet op aanvraag). Het kan in delen worden uitgekeerd, zo veel als nodig met een maximum van € 1.000.

Hoofdlijnen

  • Treedt in werking per: 1-1-2027 (fase 3)
  • Was: Geen bufferbudget
  • Wordt: Invoering van een bufferbudget ten behoeve van inkomensstabiliteit
  • Wetsartikel: Artikel 34b, Participatiewet
  • Verplichte wijziging: Nee, kan-bepaling
  • Beleids- en uitvoeringsimpact: Complex
    • Lokaal beleid maken, handreikingen, werkinstructies, consulenten moeten inwoners goed kunnen adviseren c.q. instrument goed kunnen toepassen in individuele situaties.
    • Het is van belang om de tijd te nemen om (het gebruik van) het bufferbudget goed in te bedden in het bestaande instrumentarium
    • Communicatie-uitingen aan inwoners
  • Lokale verordening: Nee
  • Lokaal beleid: Ja, lokaal beleid op basis van modelbeleid
  • Fiscale impact: Nee
  • Impact op toeslagen: Nee
  • ICT-impact: Verschillend, niet alle lokale ICT kan dit nu al aan, qua loonadministratie en verantwoording. Dit vereist invoering in de systemen en leidt tot extra complexiteit.
  • Bestandsonderzoek en selectie lopende gevallen nodig: Nee, echter de huidige ‘goede voorbeelden’ volgen niet de wet en hebben mogelijk een migratie nodig.
  • Nieuwe beschikking nodig: Nee

Waarom is deze wijziging onderdeel van de Participatiewet in Balans? 

De stap van een uitkering naar deeltijd- of flexibel werk is een stap die voor mensen gepaard kan gaan met onzekerheid en financiële stress. Voor sommigen is deze onzekerheid de grootste belemmerende factor, voor anderen leidt de wijze van verrekening van inkomsten met de bijstand daadwerkelijk tot financiële problemen. Met een bufferbudget kunnen gemeenten voorkomen dat mensen met een combinatie van uitkering en inkomsten uit arbeid op maand­basis onder de bijstandsnorm komen, als de andere instrumenten ontoereikend blijken.

Wat betekent dit voor gemeenten?

Deze wijziging heeft veel impact op gemeenten.                                                    

Deze wijziging vraagt:

  • Beoordelingskader en werkinstructies: De gemeente wordt geacht te beoordelen wie in aanmerking komt voor een bufferbudget en of er noodzaak is om het bufferbudget in te zetten ondanks de andere instrumenten.
  • Eenduidige communicatie: Vanwege het algemene karakter van het bufferbudget en het ontbreken van duidelijke kaders en criteria, voorzien gemeenten dat deze wijziging mogelijk tot veel extra vragen van bijstandsgerechtigden zal leiden. Als zij horen over het bestaan van het bufferbudget, zullen zij mogelijk vaker bij de gemeente aankloppen met het verzoek om het inzetten van een bufferbudget. De gemeente zal dan per geval moeten uitleggen wat het bufferbudget is en wanneer een klantmanager kan besluiten het in te zetten. Dit betekent wellicht extra uitvoeringslasten.