In de gemeente Bronckhorst Kees Jan de Vet op 13 september 2011 hartelijk verwelkomd  door het college van B&W in het prachtige, moderne gemeentehuis. Burgemeester Aalderink is overtuigd van de kracht van de gemeenschap en is trots op de initiatieven die in Bronckhorst worden ontwikkeld.

Een mooi voorbeeld hiervan is de toekomstvisie van Bronckhorst 2030 waarbij de gemeente de lokale samenleving betrekt bij de demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en krimp, en hoe hier mee om zou moeten worden gegaan. Burgemeester Aalderink: ‘Het is een geweldig proces, waarbij iedereen meedoet’.

Leegstand
De gemeente worstelt hoe moet worden omgegaan met leegstand en welke mogelijkheden er zijn. De leegstaande gebouwen zijn een gevaar voor de omgeving. Op dit moment werkt het ministerie aan het omgevingsrecht. De P10 gaan hierover in gesprek met het ministerie om aan te geven wat zij nodig hebben.

Tips
De Vet geeft de gemeente tips mee om het gesprek in te gaan. De gemeente is hier blij mee en neemt deze mee in de voorbereiding van het gesprek. Burgemeester Aalderink geeft aan dat de P10 bezig zijn om een congres te organiseren. De Vet spreekt zijn waardering hiervoor uit, want het is belangrijk dat ook de plattelandsgemeenten hun stem laten horen in Den Haag.

Decentralisaties
Wethouder Seesing en Steffens stelden de verschillende decentralisaties op het terrein van jeugd, werk en AWBZ aan de orde. Ze maken zich zorgen over de financiën van die regelingen. Daarnaast geven ze de punten aan waar men tegenaan loopt in de praktijk, zoals de arbeidsmigranten die arbeidsplaatsen innemen en de verschillende operaties zoals het afschaffen van het PGB die ook effecten hebben op deze terreinen. Daarbij geeft de gemeente aan dat de gemeentelijke beleidsvrijheid een belangrijke randvoorwaarde is om deze decentralisaties uit te voeren.

Anticiperende gemeente
De zelfverzekerdheid van dit college brengt een hoop energie met zich mee en dit vertaalt zich in een anticiperende gemeente. Het college geeft aan dat ze zelf ook kritisch zijn op hun besluitvorming en zich daarbij steeds de vraag stellen of hun besluiten duurzaam zijn.