Op 1 september 2005 zijn een aantal wijzigingen in het Bouwbesluit 2003 in werking getreden.  Deze wijziging heeft gevolgen voor de onderwijshuisvesting.

Doel van de wijziging
Met de wijziging van het Bouwbesluit beoogt de wetgever de regelgeving en regeldruk verder te verminderen. De wijziging omvat het schrappen en vereenvoudigen van voorschriften en het in overeenstemming brengen van de Bouwbesluitvoorschriften met technische voorschriften uit andere wet- en regelgeving. Het Bouwbesluit 2003 wordt daardoor beter toepasbaar en makkelijker te handhaven. De wijzigingen staan in Staatblad 2005-1 en traden met een apart besluit per 1 september 2005 in werking, met uitzondering van het nieuwe lid over borstwering bij te openen ramen (vijfde lid van artikel 2.16 in onderdeel Q).

Dezelfde basiseisen voor alle onderwijsinstellingen
De wijzigingen hebben ook betrekking op schoolgebouwen. Voortaan gaan namelijk voor alle onderwijsinstellingen en daaraan gerelateerde gymnastiek- en sportlokalen dezelfde basiseisen gelden. De nadere eisen voor speciaal en basisonderwijs worden teruggebracht tot een set basiseisen voor alle onderwijsinstellingen en daaraan gerelateerde gymnastiek- en sportlokalen. Het gaat hierbij vooral om voorschriften die voortvloeiden uit voormalige subsidieregelingen van OCW. Het uitsluitend opnemen van basiseisen voor onderwijs heeft als doel meer helderheid te bieden omdat deze voor elke onderwijssoort gelijk zijn. Daarnaast schept het ook meer flexibiliteit.

Belangrijkste wijzigingen nieuwbouweisen Bouwbesluit

In tabel 4.20 zijn de eisen voor de onderwijsfunctie en de sportfunctie voor onderwijs ten behoeve van deregulering beperkt tot basiseisen. Gevolgen van de aanpassing van deze tabel:

- Er komt één onderwijsfunctie. De aparte functies voor basisonderwijs en speciaal onderwijs vervallen.
- De ruimtenormering voor het speellokaal vervalt (was 84m2).
- De minimumnorm van 42 m2 voor een leslokaal vervalt/wordt 8 m2.
- De hoogte van een verblijfsruimte wordt verlaagd van 2.8 naar minimaal 2.6 meter.
- Er komt één sportfunctie. Aparte normen voor het speciaal onderwijs zijn komen te vervallen.
- Oppervlakten gymzaal blijven gelijk (alleen minimumhoogte 'ander verblijfsgebied' verhoogd van 2,4 naar 2,6 meter).
- Er zijn geen normen meer voor speellokaal en watergewenningsbad/bewegingstherapie. Dit laatste is het gevolg van het schrappen van artikel 4:98. Evenals bij andere onderwijsvormen al eerder het geval was, is het al dan niet realiseren van een bassin en van de juiste afmetingen daarvan voor het speciaal onderwijs niet meer wettelijk voorgeschreven.

In artikel 4.26 zijn het tweede tot en met vijfde lid vervallen. Dit vloeit voort uit de deregulering van de specifieke voorschriften voor de onderwijsfunctie voor speciaal en basisonderwijs en de daaraan gerelateerde voorschriften voor de sportfunctie voor onderwijs.

Gevolgen voor de onderwijshuisvesting
- Het realiseren van een speellokaal is niet meer wettelijk verplicht bij nieuwbouw van een school.
- Het tweede speellokaal (bij meer dan dertien groepen) is niet meer wettelijk verplicht bij nieuwbouw.
- Een verblijfsruimte voor onderwijzend personeel is niet meer wettelijk verplicht.
- Een verblijfsruimte voor het hoofd van een school wordt niet meer wettelijk voorgeschreven.

Voor een specifiek overzicht van alle wijzigingen verwijzen wij u naar de website van het ministerie van VROM. Informatie over dit onderwerp treft u daar aan op:
http://www.vrom.nl/pagina.html?id=18236

Conclusie
De VNG vindt de deregulering van de specifieke voorschriften voor de onderwijsfunctie voor speciaal en basisonderwijs een goede zaak. Het loslaten van diverse landelijke voorschriften maakt het mogelijk om ook binnen de onderwijsaccommodaties als geheel meer lokaal maatwerk mogelijk te maken. Wij hebben dit verder trachten te faciliteren door de vereenvoudiging van de modelverordening voorzieningen onderwijshuisvesting in 2008.

Meer informatie
Ledenbrief wijziging Modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs (18 april 2008)