Nummer 3, 2016

Na 2020 moeten alle vervuilde bodemlocaties veilig zijn voor mens en milieu. Daar zijn nu nog de provincies en 29 grote gemeenten voor verantwoordelijk, maar dat verandert met de Omgevingswet. 


Gemeenten moeten er nodig mee aan de slag. Middelburg is al een eind op weg en ook de bodem in Leeuwarden is nagenoeg schoon.

Auteur: Marten Muskee

Leeuwarden is een van de 29 gemeenten met bevoegd gezag conform de Wet bodembescherming (Wbb). De Friese hoofdstad kreeg geld van het Rijk om dat naar eigen goeddunken te besteden aan de locaties die gesaneerd moeten worden. Wethouder Isabelle Diks (PAL/GroenLinks) wijst erop dat het bij bodemsanering om complexe materie gaat. Ze adviseert gemeenten met spoedlocaties heel nadrukkelijk de samenwerking te zoeken. De 29 regiogemeenten beschikken over veel kennis. Diks: ‘Zoek contact met een Wbb-bevoegd gezag-gemeente in de buurt, die kan ook ondersteunen bij het gesprek met de provincie.’ 

Gemeenten kunnen voor kennis ook terecht bij de Werkgroep Bodem (WEB), een door de VNG ondersteund netwerk van gemeentelijke ambtenaren op het gebied van bodem en ondergrond. ‘Lift mee met de programma’s die er zijn en zoek ook samenwerking met andere (markt)partijen bij herontwikkeling, daar liggen allerlei kansen’, adviseert Diks. ‘Ga op zoek naar slim beheer en slimme oplossingen. Zet een flatgebouw of parkeerterrein op een vervuilde locatie, dan hoef je mogelijk niet te saneren en wordt de gemeente niet op kosten gejaagd. Er zijn meer mogelijkheden dan alleen afgraven, het hoeft geen volkstuin te worden waar inwoners spinazie van eten.’ 

Het is handig om ook met de verantwoordelijke provincies de verbinding te zoeken want ook daar is kennis in huis. De provincie heeft naast bodembeheer natuurbescherming in portefeuille. Veel vervuilde locaties liggen in beschermde gebieden. ‘Het is dus raadzaam om niet alleen contact te zoeken met de ambtenaar bodem, maar ook met de ambtenaar natuurbescherming’, aldus Diks.

Saneringskosten delen

De spoedlocaties in Leeuwarden lagen midden in de stad op plekken waar onder meer een wasserij en een gasfabriek stonden. Die locaties zijn intussen gesaneerd. Omdat dit met ISV-gelden (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing) gebeurde, is gezocht naar slimme combinaties om werk met werk te maken. ‘Op het terrein van de gasfabriek zijn we bijvoorbeeld samen met de corporatie tot herstructurering gekomen’, zegt Diks. ‘Op die manier kun je de saneringskosten delen.’

Diks is positief over de samenwerking met bedrijven. Partijen hebben zich in het bodemconvenant echt uitgesproken de vervuilde locaties aan te pakken. De wethouder maakt zich meer druk om de periode na 2020. ‘Stel dat dan de vraag naar bouwlocaties toeneemt en dat er locaties in beeld komen die nog niet onderzocht zijn waar verontreiniging in de grond zit. We hebben ons best gedaan, maar kunnen niet alles voorspellen. Tijd is een ingewikkeld aspect bij dit onderwerp. De dader van een vervuiling ligt meestal op het kerkhof. Bedrijven zijn opgeheven en het ontbreekt aan een rechtsopvolger.’

Neem de tijd

Partijen moeten volgens Diks niet te lang soebatten over wie schuldig is. Interessanter is het om de kansen te benutten door de vervuiling samen aan te pakken en de kosten slim te verdelen. Daarbij staat de techniek niet stil. ‘Er is veel innovatie op het gebied van de aanpak van bodemverontreiniging, denk aan de inzet van bacteriën. Neem de tijd voor een saneringsbesluit en ga slim om met gemeenschapsgeld. Je moet het goede moment organiseren. Lekkerkerk werd in het verleden als een dolle afgegraven, dat was een erg kostbare oplossing.’ 

Het Rijk blijft wat Diks betreft nadrukkelijk aan zet als het om de bodem gaat. Die verantwoordelijkheid valt niet geheel bij provincies en gemeenten te leggen, vindt de wethouder. Het Rijk moet de nationale borging garanderen voor een zo schoon mogelijke Nederlandse bodem. Daarom is Diks blij dat ze namens de VNG meepraat over de nieuwe Structuurvisie Ondergrond waarin Rijk en andere overheden aan landelijke afspraken werken, bijvoorbeeld over het afwegen van aardwarmtewinning en gasopslag tegen andere functies in een gebied. Diks: ‘Groningen vormt een wijze les. Het zou nooit zo mogen zijn dat de veroorzaker van de schade met de winst wegloopt, terwijl de maatschappij voor de kosten opdraait. Een baatbelasting bij de winning van gas van bijvoorbeeld 3 procent die in een fonds wordt gestopt voor toekomstige schade, zou dat kunnen ondervangen. Laten we vooral nieuwe problemen voorkomen. Warmte-koude-opslag werkt via een gesloten systeem met glycol. Als het systeem breekt dan loopt dat weg in de bodem en creëer je zelf een spoedlocatie. In 1950 waren we niet wijzer, nu wel.’

Nagenoeg schoon

Middelburg heeft als gemeente niet het bevoegd gezag inzake bodemverontreiniging, dat heeft de provincie Zeeland. Volgens wethouder Chris Dekker (SGP) hebben bodemdeskundigen vrijwel alle grote verontreinigde locaties in Middelburg in kaart gebracht en bijna alles is gesaneerd. Er zijn nog enkele verontreinigde plekken, maar die worden pas aangepakt als er nieuwe (bouw)ontwikkelingen plaatsvinden zoals bijvoorbeeld bij herbestrating, bij de herinrichting van een plein of bij nieuwbouw. In dat laatste geval kunnen de saneringskosten worden opgenomen in de exploitatie en gedeeld met marktpartijen. 

De samenwerking met de provincie verloopt wat betreft Dekker eigenlijk heel goed. Er vindt regelmatig constructief overleg plaats tussen provincie, waterschap en gemeenten. Ook is er het Zeeuws Platform Bodembeheer waarin dertien Zeeuwse gemeenten, het Waterschap Scheldestromen, de omgevingsdienst en de provincie samenwerken. Het platform stelt een jaarprogramma op met gezamenlijke activiteiten. Daarnaast kent Zeeland een gezamenlijk bodeminformatiesysteem over de chemische kwaliteit van de bodem. Het overleg in Zeeland bestaat al jaren en verloopt goed, ook op bestuurlijk niveau.

Er komt nogal wat af op een gemeente die met een spoedlocatie te maken krijgt. Dekker: ‘In eerste instantie moet je de vervuilde locatie in kaart brengen en de bodem analyseren. Dat vraagt om deskundigheid, dus dat betekent voor veel gemeenten uitbesteden. De omgevingsdienst speelt ook een rol, maar die is meer toegespitst op handhaving. In elk geval zal de gemeente moeten saneren en dat is een stevig proces, alleen al qua kosten.’  

Zeeland had een forse lijst met locaties waar de bodem verontreinigd was. In de afgelopen dertig jaar is al een groot deel van deze locaties gesaneerd. In Middelburg zijn de meeste locaties aangepakt met ISV-gelden. De gemeente heeft nog wel te maken met zogeheten diffuse verontreiniging onder de historische stad, ontstaan sinds de middeleeuwen. Dit zijn locaties die relatief licht verontreinigd zijn en zich uitstrekken over een groter oppervlakte, zonder dat de vervuilingsbronnen duidelijk zijn. Met 1200 rijksmonumenten en veel bestrating valt daar momenteel weinig aan te doen. Verder heeft Middelburg geen last van grondwaterverontreiniging. Dat komt doordat de stroomsnelheid door de kleibodem langzaam gaat.

Actieplan

Net als Diks raadt Dekker gemeenten aan in overleg te gaan met de provincie. ‘Stel een actieplan op waarbij je samen met de provincie tot overeenstemming komt om een locatie te saneren. Klop proactief aan bij de provincie zodat het probleem straks onder de nieuwe wetgeving niet onopgelost over de schutting wordt gegooid. Gemeenten willen niet met de gebakken peren blijven zitten’, zegt Dekker. ‘Daarbij is het wel zo dat gemeenten en waterschappen zelf ook aan de bak moeten. Er ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid.’
Dekker noemt de decentralisatie van taken naar gemeenten op zich geen verkeerde ontwikkeling, als met al die taken ook extra middelen mee komen. ‘In het verleden kregen gemeenten veel op hun bordje zonder aanvullende middelen en dat baart me zorgen. Het is nog niet duidelijk wat de Omgevingswet en de taakverzwaring voor financiële consequenties met zich meebrengen, maar zeker is dat het de gemeenten geld gaat kosten.’

Bodemconvenant 2016-2020

In het Bodemconvenant 2016-2020 heeft het kabinet 610 miljoen euro gereserveerd om 1500 locaties, die een gevaar vormen voor het grondwater en de natuur, schoon te maken. Het is de opvolger van het convenant 2010-2015 waarmee de vervuilde bodemlocaties zijn aangepakt, die gevaarlijk waren voor mensen. De provincies en 29 grote gemeenten vormen volgens de Wet bodembescherming (Wbb) nu nog het bevoegd gezag. De Wbb gaat straks op in de nieuwe Omgevingswet waardoor de gemeenten verantwoordelijk worden voor een schone bodem. Het convenant is bedoeld om 1500 spoedlocaties aan te pakken, zodat gemeenten het bodembeheer straks zonder al te veel risico kunnen overnemen. De VNG roept provincies op om de gemeenten die geen bevoegd gezag-Wbb zijn, proactief te informeren en te betrekken bij de uitwerking van het convenant.

Consequenties niet te overzien

Met de ondertekening van het Bodemconvenant 2016-2020 heeft de VNG niet automatisch ingestemd met alle uitwerkingen daarin. De financiële, personele en praktische consequenties van het convenant en het onderbrengen van de Wet bodembescherming in de Omgevingswet zijn niet te overzien. De VNG vindt dat hiervoor een apart traject nodig is. Een eventuele decentralisatie van taken naar gemeenten kan alleen onder goede randvoorwaarden. Zo horen oude gevallen en afspraken voor risico en rekening te blijven van het bestaande bevoegde gezag.

Zo niet, dan moeten hierover in elk geval duidelijke afspraken worden gemaakt. Een andere belangrijke voorwaarde is een ruime overgangsperiode naar het nieuwe omgevingsrecht. Overigens is het de VNG duidelijk dat het bedrag van 610 miljoen euro dat in het bodemconvenant voor sanering is gereserveerd, ontoereikend is. Alleen al in de regio Rotterdam is dat bedrag nodig om vervuilde terreinen schoon te maken. In het convenant is afgesproken dat als er onvoldoende geld is om een spoedlocatie op tijd gesaneerd te hebben, dat dan in 2020 in elk geval de risico’s duidelijk zijn en onder controle, en dat er zicht moet zijn op uitvoering.

Contact met de Werkgroep Bodem (WEB)? Stuur een mail naar romnetwerk@vng.nl.

 

(Fotograaf: Jiri Büller)