Nummer 7, 2016

Bestuurlijke blauwdrukken mogen economische vooruitgang niet langer hinderen, vindt de Studiegroep Openbaar Bestuur. Samenwerking is haar credo – in regio’s welteverstaan.


De Zwolse burgemeester Henk Jan Meijer gelooft in regio’s.

Door: Paul van der Zwan

 

Hoeveel kansen een sterke economie biedt, beseffen we soms vooral als het economisch minder gaat. Zoals bij de recente economische crisis. Inkomens, werkgelegenheid en uitgaven holden achteruit. Om dat tij te keren, zet de overheid fors in op economie.

Het gaat inmiddels iets beter, de Nederlandse economie lag in 2015 op hetzelfde niveau als voor de crisis in 2008. Voor de komende jaren wordt een lagere economische groei verwacht dan voor de crisis. Niet vreemd dus dat minister Ronald Plasterk (BZK) bijna anderhalf jaar geleden in zijn adviesaanvraag aan de Studiegroep Openbaar Bestuur een belangrijke plek inruimde voor de economie. Hij vroeg de studiegroep voorstellen te doen voor een inrichting van het openbaar bestuur die zijn gericht op het faciliteren van economische groei. Dat allemaal ten behoeve van een volgend kabinet, want regeren blijft vooruitzien.

Goede kwaliteit

In zijn advies Maak Verschil. Krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven wijst de studiegroep nog eens op het belang van goede kwaliteit van het openbaar bestuur en van overheidsorganisaties. Qua oppervlakte is Nederland 131ste van de wereld en wat bevolkingsomvang betreft, staat Nederland op de 67ste plek. Desondanks vormt het de 18de economie ter wereld. Die prestatie dankt Nederland voor een belangrijk deel aan zijn openbaar bestuur.

Bestuurlijk gedoe

Toch laat Nederland nog economische groei liggen doordat het openbaar bestuur niet optimaal is georganiseerd. Henk Jan Meijer is burgemeester van Zwolle en lid van de Studiegroep Openbaar Bestuur. Hij herkent het uit zijn eigen praktijk. ‘Bestuurlijk gedoe veroorzaakt veel negatieve energie. Door gesteggel is het moeilijk om knopen door te hakken, bijvoorbeeld voor de aanleg van wegen of bedrijventerreinen.’
Die praktijk speelt zich steeds meer af tegen een regionale achtergrond.

Voor Meijer komt ook dit bekend voor. Hij is voorzitter van de regio Zwolle, een licht samenwerkingsverband van gemeenten in vier provincies. ‘We stellen de economische opgaven voorop, niet het denken vanuit bestuurlijke grenzen. Meppel en De Wolden doen ook mee, beide liggen in Drenthe. Waarom, zo zou je je kunnen afvragen. Toch doen we daar niet moeilijk over, het gaat ons immers om het aanpakken van die opgaven.’

Meijer is heilig overtuigd van de belangrijke rol die regio’s kunnen spelen. ‘Kijk maar eens naar hoe we vorig jaar de crisisnoodopvang van vluchtelingen hebben aangepakt. Dat gebeurde in de regio’s, met veel respect voor de autonomie van gemeenten. Zo kan dat ook op het gebied van economie.’

Onvoorspelbaar

De studiegroep wijst niet alleen op een grotere invloed van de regio’s, zij ziet eveneens een toename van de onvoorspelbaarheid van ontwikkelingen. Daarnaast vinden veranderingen in hoog tempo plaats. Meijer: ‘De economie ontwikkelt zich snel, je kunt minder lang vooruitkijken. Bestuurders moeten zich dus sneller aanpassen.’

Maar voor die omslag is het openbaar bestuur nu nog te eenvormig ingericht, vindt de studiegroep. Het is daardoor te weinig flexibel. Voor de toekomst te veel uitgaan van bestaande bestuurlijke structuren, gaat ten koste van flexibiliteit. Bestuurlijke blauwdrukken vindt de studiegroep daarom ongewenst.

Meijer: ‘In de studiegroep zaten drie vertegenwoordigers van lokale overheden: commissaris van de Koning in Zeeland Han Polman, gemeentesecretaris van Amsterdam Arjan van Gils en ik. In alle drie die regio’s zal het initiatief voor bestuurlijke samenwerking ergens anders liggen.’

Het ontbreken van blauwdrukken mag echter niet leiden tot vrijblijvendheid. Gemeenten moeten hun bestuurlijk vermogen versterken op basis van inzicht in hun economische opgaven. Dat kan door intensievere intergemeentelijke samenwerking of door samenwerking via een centrumgemeenteconstructie. Komen gemeenten er onderling niet uit, dan is de regering aan zet. Zij kiest dan voor het in positie brengen van de centrumgemeente of voor het algemeen verbindend verklaren van regionale samenwerking.

Minder hiërarchisch

De verhouding tussen provincies en gemeenten behoort naar het oordeel van de studiegroep minder hiërarchisch te worden. Als de provinciale en regionale schaal samenvallen, kunnen beide kiezen voor een gezamenlijk regionaal samenwerkingsverband. Mét de mogelijkheid om gemeentelijke en samenwerkingstaken te delegeren aan centrumgemeenten of aan de provincie. Aan grootstedelijke regio’s kunnen, wanneer gemeenten daartoe verzoeken, provinciale taken en bevoegdheden worden gedelegeerd.

Bestuurders zullen niet alleen moeten samenwerken met andere gemeenten, zij behoren de verbinding te leggen met verschillende partijen binnen de economie, zoals bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen. De term netwerksamenleving valt. Dat vergt goede bestuurders, politici en ambtenaren.

Krachtige bestuurders

Wat verstaat de studiegroep in dit verband onder goed? Arjan van Gils, gemeentesecretaris van Amsterdam en lid van de studiegroep: ‘Het gaat om krachtige bestuurders met strategisch vermogen, verbeeldings- en verbindingskracht. Voor ambtenaren betekent het: organiseer je zo dat je voorop kunt gaan in het bepalen en uitvoeren van de agenda. Met meer oog voor verbindingen met de buitenwereld zoals bedrijven, onderwijsinstellingen en andere organisaties.’

De andere eisen zullen ongetwijfeld een rol spelen bij de selectie en rekrutering van personeel. Van Gils: ‘Kennis van onder meer de economie, publiek-private-samenwerking, investeringsvraagstukken en risicomanagement zal meer gevraagd worden. Die krijg je niet zomaar.’

Van Gils wijst erop dat in de vijf grootste gemeenten die expertise vaak al wel voorradig is. ‘Die zou beschikbaar kunnen worden gesteld voor de hele regio. Alleen op die manier kun je de goede strategen, verbinders, ontwikkelaars, acquisitiemanagers en financieel deskundigen aantrekken en perspectief bieden.’

De klassieke vraag naar bestuurskundigen, juristen en politicologen neemt volgens Van Gils af. ‘Mensen voor interne beheersing en klassieke bestuurskundige opgaven hebben we meestal wel genoeg. Er ontstaat een grotere en dringender behoefte aan bedrijfskundigen, macro-economen en ICT-professionals. Kortom: mensen met meer oog voor innovatie en adaptief vermogen.’

'Gemeenteraad vergeten'

Het rapport Maak Verschil is onlangs besproken in de commissie Raadsleden & Griffiers van de VNG. Voorzitter Josee Gehrke, tevens raadsgriffier van De Wolden: 'De commissie vindt dat in het rapport de lokale autonomie een ondergeschoven kind is. En daarmee de inwoners. Als je de structuur zo van bovenaf oplegt door vooral te kijken naar economische opgaven, vergeet je de rol van de gemeenteraad.

Gehrke begrijpt dat gemeenten voor het uitvoeren van opgaven soms moeten samenwerken in bestuurlijke verbanden. 'Maar het is moeilijk voor raden om er grip op te krijgen. Daarom is het belangrijk om te investeren in een krachtige gemeenteraad. Dat draagt bij aan succesvol regionaal werken.'